Home

Door kweek op tafels in zee, veilig voor krabben en roofslakjes, stellen oesterkwekers hun oogst veilig

Oesterkweek Verschillende oesterkwekers in Nederland zijn het oesterseizoen gestart met een nieuwe manier van kweek, op ‘tafels’, zonder last van bedreigingen.

Er zijn jaren geweest dat oestervisser Markus Wijkhuis (50) zijn oogst met twee derde zag dalen ten opzichte van zijn gemiddelde. „Dat is een zwarte bladzijde geweest”, zegt hij, aan het roer van zijn schip op de Oosterschelde. „We hebben een heel moeilijke periode gehad. De opbrengsten bleven achter terwijl de kosten bleven doorlopen. Maar we moesten door.” Vijf jaar geleden was voor Wijkhuis het „dieptepunt”. Oorzaak van de ellende was de oesterboorder, een enkele centimeters groot roofslakje dat oesters op de zeebodem doodt. Wijkhuis pakt een exemplaar van de exoot die een gaatje in de schelp van de oester boort en het vlees opeet. „We zakten in drie jaar tijd naar zeshonderdduizend oesters per jaar. Met zo’n productie kun je niet rondkomen, zo simpel is het.”

Inmiddels is het bedrijf van Wijkhuis er weer bovenop, en vaart hij, bij het begin van het traditionele oesterseizoen, vanuit oesterhoofdstad Yerseke met een clubje journalisten en food influencers naar zijn percelen waar hij het kleine monstertje te slim af is. Dankzij de bouw van ‘oestertafels’, een methode die voor Nederland nieuw is. „Maar in landen als Frankrijk doen ze het al honderd jaar”, vertelt Kees van Beveren, voorzitter van de Nederlandse Oestervereniging. In de luwte van een zandbank zijn in het water palen gebouwd waarop in zakken oesters liggen, onbereikbaar voor de oesterboorder, de slak die wel kan kruipen maar niet kan zwemmen, en deze oestertafels niet kan bereiken.

Medewerkers van het bedrijf van Wijkhuis, onder wie zijn zoon Antoine, keren de zakken dagelijks om, en schudden de oesters door elkaar. „Door het schudden remmen we de groei. Ze moeten hun energie niet steken in het groeien van hun schelp, maar in de vis”, vertelt Antoine (22) die, gestoken in een waadpak, tot aan zijn middel in het water staat. Het bedrijf koopt jonge oestertjes, zes millimeter groot, bij een van de broederijen, een zogenoemde hatchery, en stopt er vijftienhonderd van in een zak. Elk half jaar worden de oesters geselecteerd tot er, na drie jaar, ongeveer honderdvijftig per zak overblijven. Rijp voor consumptie.

Oesters op de zeebodem

De oestertafels moeten niet beschouwd worden als de redding van de oestervisserij, daarvoor is het aandeel van de op tafels gekweekte oesters niet groot genoeg. „Het kweken van jonge oesters op de zeebodem is en blijft het makkelijkst en meest efficiënt”, zegt voorzitter Van Beveren van de Oestervereniging. De Oosterschelde, een Europees beschermd Natura2000-gebied, is daarvoor bij uitstek geschikt, door de beperkte stroming. Van de tafeloesters worden jaarlijks ongeveer vijf miljoen stuks aan land gebracht. Ter vergelijking: van de ‘creuse’ oestersoort gaat het om vijftien tot twintig miljoen stuks; en van de ‘platte Zeeuwse’ oester anderhalf tot twee miljoen. Daarbij wordt de oesterboorder zo veel mogelijk weggehouden van de oesters.

Wel zijn off bottom systemen, zoals de ‘oestertafels’ zoals in Frankrijk en Australië gebruikelijk, een welkome aanvulling, vertelt Pieter Geijsen, manager bij een hatchery in Yerserke. Geijsen: „Je kunt baby-oesters wel op de zeebodem laten groeien, maar daar zijn krabben die ermee weglopen en ze opeten, net als vissen, en sinds zeven jaar dus ook de oesterboorder.” Op de tafels zijn de oesters veilig.

Een kleine luxe voor alledag

Een groot deel van de Zeeuwse oesters wordt in België genuttigd. Maar, stellen de vissers, op basis van onderzoek door de Zeeuwse trendwatcher Anne van de Vijver, met name Nederlandse jongeren zijn de oester aan het ontdekken. „We zien een trend naar kwaliteit, eenvoud, een kleine luxe voor alledag. De oester is een product waarin deze kleine luxe zonder opzichtigheid en grootsheid naar voren komt”, vertelt Van de Vijver. De oestervissers hopen wel dat niet de particuliere oesterrapers met deze groeiende populariteit aan de haal gaan. Wie dat wil, mag nu dagelijks tien kilo per persoon rapen. „Veel te veel”, zegt voorzitter Van Beveren van de oestervereniging. „Wij proberen die hoeveelheid al jaren naar beneden te krijgen. Het kan toch niet zo zijn dat busladingen vol rapers naar hier komen, en sommigen zelfs aan hotels leveren, terwijl wij alleen met grote moeite natuurvergunningen hebben gekregen om de oesters op een verantwoorde manier te kweken.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next