Marc Márquez heeft zich zondag dankzij een tweede plek in de Grand Prix van Japan voor de zevende keer tot wereldkampioen in de MotoGP gekroond. De Spanjaard komt daarmee op gelijke hoogte met Valentino Rossi.
Márquez moest in de Japanse hoofdstad Tokio alleen zijn Ducati-teamgenoot Francesco Bagnaia voor zich dulden. Met nog vijf races te gaan is de routinier niet meer in te halen in het wereldkampioenschap. Hij won dit seizoen al elf races.
De 32-jarige Márquez was tussen 2013 en 2019 al zes keer de beste in de koningsklasse van de motorsport. Hij werd eerder ook wereldkampioen in de 125cc en de Moto2-klasse.
Márquez moest lang vrezen dat zijn carrière voorbij zou zijn na meerdere operaties aan zijn rechterbovenarm vanaf 2020. Door blessures miste hij in die periode dertig raceweekends. Hij is sindsdien ook vaak gecrasht.
"Ik heb altijd licht aan het einde van een tunnel gezien", zei Márquez tegen DAZN na het veiligstellen van zijn titel. "Mijn naasten hebben me door die tunnel geholpen. Ik had het enorm zwaar. Ik maakte te vroeg een rentree. Maar nu ben ik helemaal blij met mezelf."
Márquez komt met zijn nieuwe titel dus op gelijke hoogte met Rossi. De Italiaan pakte tussen 2001 en 2009 zeven wereldtitels in de MotoGP. Giacomo Agostini is nog altijd recordhouder met acht titels tussen 1966 en 1975.
Source: Nu.nl sport