Schrijven, schrappen, voordragen: op dit zomerkamp wordt een nieuwe generatie literair talent gekweekt
Aan het einde van een doodlopende weg, ergens in de groene heuvels van Belgisch Luik, klinken de vertrouwde geluiden van een warme julidag. Het monotone getjirp van krekels, het knarsen van een mountainbike over een grindpad en vanuit de nabijgelegen camping schreeuwende kinderen met waterpret. In en rond vakantieaccommodatie de Oude Molen klinkt een heel ander geluid: het opgewonden geratel van zo’n twintig typende twintigers. Soms een diepe zucht, gevolgd door het ritmische getik van de backspaceknop.
We zijn op de tiende editie van het jaarlijkse zomerkamp van uitgeverij Das Mag, waar jonge aspirant-schrijvers zeven dagen lang workshops krijgen van gerenommeerde schrijvers uit de stal van de uitgeverij.
De selectie is streng. Uit 150 aanmeldingen kiest Das Mag twintig cursisten. Mede daardoor groeide het kamp de afgelopen jaren uit tot een serieuze kweekvijver voor nieuw literair talent. Onder anderen Thijs Hoekstra (Kuren), Lize Spit (Het smelt) en Sarah Arnolds (Het gore lef) zetten er hun eerste stappen richting het schrijversvak.
Een schrijversvak dat te maken heeft met ingrijpende veranderingen, zo bleek uit een rondvraag van de Volkskrant eerder dit jaar. Daarin spraken we 27 schrijvers, uitgevers, recensenten en boekverkopers over de staat van de Nederlandse literatuur. Hoewel de intro hoopvol probeerde te zijn (‘Geen paniek, het boek zal overleven’), klonken er ook grote zorgen over ontlezing, kunstmatige intelligentie en de kwaliteit van een nieuwe lichting schrijvers.
‘Het voelt alsof ik op een feestje kom waar ze al aan het dweilen zijn’, zei twintiger Charlotte Remarque, recensent van De Groene Amsterdammer, over de Nederlandse literatuur. Geldt dat ook voor haar ambitieuze generatiegenoten die dromen van een carrière als schrijver? En hoe leert een talentvolle schrijver eigenlijk schrijven? De Volkskrant ging mee op kamp.
Elke dag feedback
Dag twee, eind van de middag. De asbakken zijn al goed gevuld. Vanochtend kregen de cursisten een workshop van schrijver Thomas Heerma van Voss over stijl. De opdracht: schrijf een kort verhaal waarin een stijlbreuk plaatsvindt. Na zo’n vier uur typen, schrappen, typen, schrappen, typen, schrappen is het nu tijd om elkaars teksten te lezen, en krijgen de cursisten in kleine groepjes feedback van twee begeleiders. Een routine die zich elke dag herhaalt.
Die begeleiders zijn redacteuren en schrijvers van Das Mag. Ook zij kijken elk jaar weer uit naar een weekje schrijven, drinken, dansen en spelletjes spelen ver weg van huis en haard. Daar zit Lize Spit aan een picknicktafel, haar blote benen languit op de bank. Verderop Heerma van Voss, liggend in het gras, onder een grote boom. Liselot Marien, met rechte rug, in de schaduw van de heg. En Martin Rombouts op een rode ijzeren stoel, laptop op schoot, zijn blote voeten op de grijze tegels.
‘Goed, laten we er even een voor een doorheen gaan’, zegt Daniël van der Meer, oprichter en uitgever van Das Mag. Samen met Rombouts geeft hij commentaar bij de stukken van Daan Orsel (23), Zayna Oussehmine (22) en Cato Beljaars (30). Rombouts, over het stuk van Oussehmine, een donker verhaal over een slapeloze nacht: ‘Ik vond de zin ‘Ik klamp mij vast aan mijn knuffel’ heel goed. Dat vangt de staat van het personage perfect. Als je die vervolgens ook nog expliciet gaat uitleggen, verlies je me.’
Zo komen er meer tips voorbij. Over het stuk van Beljaars, geschreven vanuit een voetbalcommentator die tijdens een wedstrijd gaat ranten, zegt Rombouts: ‘Het hebben van een duidelijk concept is heel goed, maar je moet zorgen dat je dat concept altijd verbergt voor de lezer.’ En: ‘Specificiteit is de kern van een goede opsomming. Brandnetelsoep: wel specifiek. Kinderen die voetballen in het park: niet specifiek genoeg.’ Beljaars knikt, haar licht trillende vingers zweven boven het toetsenbord nadat ze de feedback zorgvuldig heeft genoteerd.
Na afloop krijgen de drie complimenten van Van der Meer: ‘Heel goed hoe jullie schrijfstijl samenvalt met de staat van het hoofdpersonage en de toon van het verhaal. Neem dat mee naar de volgende cursussen. Nu lekker de vrije avond in. Laptops toe.’
Als Rombouts en Van der Meer weg zijn, rolt Oussehmine een sjekkie. ‘Ik was toch wel wat zenuwachtig vooraf. Ik kan best mijn emoties neerpennen, maar ik heb nog weinig techniek. Ik heb niet echt mensen in mijn omgeving die schrijven, dus ik hoop hier vooral te leren en mensen te ontmoeten die hetzelfde willen als ik.’
Ook Beljaars en Orsel zijn hier om iets te horen over wat er zich in hun teksten schuilhoudt. ‘Die uitwisseling is zo waardevol’, constateert Orsel, die deze eerste kennismaking met een uitgeverij ook als een fijne netwerkmogelijkheid ziet.
Stoffig imago te lijf
Das Mag heeft zich de afgelopen tien jaar geprofileerd als een jonge, frisse uitgeverij, die met strakke boekcovers en eigenzinnige schrijvers het misschien wat stoffige imago van de literatuur te lijf ging. Met het jaarlijkse zomerkamp willen ze ook een steentje bijdragen aan de toekomst van de literatuur.
Maar om de verwachtingen op een eventueel boekcontract te temperen en snel weg te sturen van een competitieve sfeer zijn Van der Meer en adjunct-uitgever Marscha Holman op dag één duidelijk: het kamp is geen verkapte scouting van nieuwe auteurs. Het doel is plezier en het vinden van gelijkgestemden. ‘We selecteren mensen van wie wij denken dat ze een eigen stem hebben, iets authentieks. En we helpen ze hier die stem te vinden’, zegt Holman.
Van der Meer ziet het kamp, waar deelnemers zo’n 500 euro voor neertellen„ als tegengif voor het toch wat eenzame schrijversvak. ‘Het bijzonderste wat er kan gebeuren is dat mensen aan het kamp een clubje medecursisten overhouden met wie ze voortaan hun teksten kunnen delen.’
Hoewel hij niet ‘de illusie’ heeft dat Das Mag iets kan doen aan de ontlezing onder jongeren, vindt hij het wel de verantwoordelijkheid van uitgevers om bij te dragen aan de algehele leescultuur in Nederland: ‘Er moet iets gebeuren, aangezien literatuur tegenwoordig veel minder aandacht krijgt op scholen.’ Das Mag heeft in samenwerking met De Groene Amsterdammer de populaire podcast Boeken FM en organiseert vaker literaire festivals en leesclubs.
Doen waar je zin in hebt
In meer samenwerking tussen de tientallen uitgeverijen in Nederland ziet hij geen heil: ‘Ik geloof niet zo in collectiviteit. Als we te veel gaan overleggen, wordt de besluitvorming log en gaan we naar elkaar kijken. Elk initiatief helpt het boekenvak in zijn totaliteit vooruit.’ Holman vult aan: ‘Je moet doen waar je zin in hebt, en wij hebben zin in zo’n kamp.’
Na een flink bord pasta met rode saus tikt Lize Spit de verslaggever op de schouder. ‘Wil je mee spikeballen? Dat moet je echt ervaren op het zomerkamp.’ Het balspel, waarbij je een balletje tegen een trampolinenet op de grond moet slaan, is al jaren verplichte kost voor iedereen die meedoet aan het zomerkamp. Al snel rollen schrijvers, cursisten en redacteuren oeh en ah roepend over het gras.
Als ook het wandelclubje terug is van haar avondwandeling, verzamelt de hele bups zich op het grasveld voor het huis voor een literaire quiz met een hoog gen Z-gehalte, gemaakt door de Vlaamse schrijver Ibe Rossel.
In een van de categorieën moeten we raden naar welke klassieke roman een Goodreads-recensie (1 ster) verwijst. Bij de recensie ‘De vibe van dit boek is: zou je nog van me houden als ik een worm was?’ denkt een van de groepjes dat het om I.M. van Connie Palmen gaat. De groep komt niet bij van het lachen. De gedaanteverwisseling van Franz Kafka was het goede antwoord.
Even later is de zon onder en liggen onder de stoelen lege wijnglazen en bierflesjes op hun kant. Deelnemer Ariane Waitz (27) kruipt knorrend over het gras in een poging De vegetariër van Han Kang uit te beelden, tevergeefs.
Workshop dialoog schrijven
De volgende ochtend. Aan het hoofd van een lange tafel staat schrijver Tiemen Hiemstra (34) – sportbroekje, koffie in de hand. Hij houdt deze ochtend een workshop dialoog schrijven. ‘Ik heb een haat-liefdeverhouding met schrijven vanuit systemen’, spreekt hij de groep toe, ‘want door alles in systemen te proppen verloochen je het leven.’ Terwijl Hiemstra vertelt, kruipen de vul- en balpennen van de toehoorders over het papier. Hiemstra, met de ogen dicht: ‘Een goede dialoog leest als een rivier.’
Na afloop vertelt Hiemstra dat hij sinds zijn succesvolle debuut W (2023) fulltimeschrijver is en met steun van subsidies werkt aan zijn tweede roman. ‘Dat is voor mij ook het gedroomde leven’, glundert cursist Robin Mulderij (30). Toch is Hiemstra een van de weinigen die rondkomt van het schrijven alleen: ‘De tijden zijn zo veranderd. Vroeger stuurde je een manuscript op en dan was het hopen dat het werd geaccepteerd. De kans dat je via die weg wordt gepubliceerd is tegenwoordig nihil’, zegt hij, zittend in het gras.
Deelnemer Bram Emmer (28) denkt dat door de geringe kansen voor jonge schrijvers de ambities zijn opgeschoven. ‘Vroeger was fulltimeschrijver worden nog een enigszins reële optie. Wij zijn, denk ik, al blij als we ooit een boek publiceren. Als dat dan ook nog een keer door iemand wordt gelezen, is dat mooi meegenomen.’
Emmer werkt op een school als geschiedenisdocent en ziet daar hoe AI het tekstbegrip en beoordelingsvermogen van jongeren beïnvloedt. ‘Ze kunnen niet meer het onderscheid maken tussen zielloze en bezielde teksten. Dat stemt me wel pessimistisch.’
Toch lijkt geen enkele cursist zich echt iets aan te trekken van de negatieve tendensen in de literatuur, en wint de intrinsieke drijfveer om te schrijven het van eventuele zorgen. ‘Ik schrijf om mijzelf beter te leren begrijpen’, zegt Sofie Férauge (28), en ook Veerle Siegerink (29) is stellig: ‘Ik schrijf niet voor een lezer. Ik schrijf omdat er iets uit mij moet. En dat zal niet veranderen.’
Het komt wel goed
Gezeten op een heel klein wit stoeltje hekelt schrijver Peter Buurman, auteur van Een goede nachtrust (2020), het constante pessimisme rondom het boekenvak. ‘In de literatuur hebben we de neiging om elkaar de hele tijd na te praten over hoe slecht het gaat. Maar na zo’n kamp ben ik er altijd weer van overtuigd: het komt wel goed. Cijfermatig zet twintig enthousiastelingen misschien geen zoden aan de dijk, toch is het een teken dat er altijd jonge mensen zullen zijn die iets authentieks willen creëren, en ik geloof dat daar altijd publiek voor zal blijven.’
‘Dag Mag-zomerkamp, laat je likken!’ roept cursist Daan Orsel rond tien uur ’s avonds door de microfoon. Niet veel later schalt Als de morgen is gekomen van Jan Smit door de bluetoothbox. Het startschot voor de Bonte Avond en bijbehorende karaoke. De biertjes maken plaats voor gin-tonics en baco’s. Redacteur Mike van Holsteijn rapt The Real Slim Shady van Eminem (bijna) woord voor woord mee en Martin Rombouts doet een goede poging tot twerken op Anaconda van Nicki Minaj. ‘Na vijf dagen is er toch weinig schaamte over’, concludeert Peter Buurman goedkeurend. Half vier. Naar bed.
Kleine oogjes
Om negen uur ’s ochtends zit iedereen weer aan het ontbijt. De corveeërs van die ochtend moesten er nog een half uurtje eerder uit. ‘Welkom bij de laatste 25 uur van het zomerkamp’, zegt Van der Meer, zelf ook met kleine oogjes. ‘Vandaag geen workshop, maar we werken toe naar de voordracht van vanavond. Iedereen draagt tweehonderd woorden voor uit iets dat je deze week geschreven hebt.’
Eerst volgt nog een uitgebreid kringgesprek waarin de deelnemers de schrijvers en Das Mag-redacteuren het hemd van het lijf kunnen vragen over alles rondom het schrijven zelf. ‘We zitten hier nu natuurlijk in een soort schrijversidylle’, begint redacteur Bowi van Onna, ‘maar we willen jullie ook wat vertellen over wat de volgende stap kan zijn na dit kamp. Waar je eventueel met je teksten terecht kunt.’
Een welkom gesprek, zo blijkt, want de vragen en adviezen buitelen over elkaar heen. Zo geeft Van Onna het advies om klein te beginnen met een goed kort verhaal. ‘Probeer dat gepubliceerd te krijgen in een literair tijdschrift voordat je een heel manuscript opstuurt naar een uitgever.’
Daan Orsel wil weten hoe dat nou werkt, betaald krijgen voor je werk. ‘Het is geen vetpot’, zeggen de schrijvers zo’n beetje in koor. Ibe Rossel: ‘Ik hanteer de drie P’s: poen, prestige, plezier. Zorg dat je met alles wat je doet minstens twee P’s hebt. Bij een roman zijn het waarschijnlijk vooral die laatste twee.’
Houd je huur laag
En hoe richt je zo’n schrijversbestaan op een gezonde manier in? Sarah Arnolds: ‘Ik vind het heel fijn om niet alleen maar schrijver te zijn. Ik vind mijn andere werk ook heel leuk, en ik wil niet alleen maar thuis zitten, in mijn eentje achter de laptop, en dan schrijven over dat ik niks meer meemaak.’ Martin Rombouts wil graag afsluiten met het advies: houd je huur laag. De rest knikt instemmend.
Na afloop lijken de deelnemers opgelucht. ‘Het werkt relativerend om al die perspectieven te horen’, zegt Bram Emmer. ‘Je komt erachter dat één vorm van schrijverschap niet bestaat, dat er meerdere wegen naar Rome leiden.’
Na een rustige middag is het in de avond tijd voor het laatste, en misschien wel spannendste onderdeel van de hele week: het voordragen van een eigen tekst. Terwijl de stoelen worden klaargezet, trekken verschillende deelnemers nog snel hun laatste schone outfit aan. Het is inmiddels bietsen geblazen bij de enkelingen die nog sigaretten over hebben.
Joelen en klappen
‘Ik vind dit zo eng’, opent Sofie Férauge de avond. Ze staat op de tweede trede van de wenteltrap naar de slaapkamers en leest haar tekst over het laatste afscheid van een geliefde zacht maar duidelijk voor. Na afloop klapt en joelt de groep. Als ze gaat zitten krijgt ze een hand op haar been, en een arm om haar schouder.
Nog negentien jonge schrijvers volgen, en ook de iets oudere schrijvers dragen een tekst voor die ze deze week, op kamp, geschreven hebben. Als allerlaatste is de Vlaamse schrijver Vincent Van Meenen aan de beurt. ‘Ik heb een liefdesgedicht geschreven. Omdat ik van jullie hou’, zegt hij, terwijl hij schuchter het publiek in kijkt.
vraag niet naar toekomst / niet naar winnen vraag naar nu / wat wil je drinken / kom je bij me en / wat heb je vandaag beleefd / rust in mijn armen
Bij het afscheid de volgende ochtend vloeien bij een aantal deelnemers de tranen – zoals dat gaat na een goed kamp. Met de tassen al in de hand vallen er tijdens het terugblikken op de week woorden als ‘hoopgevend’ en ‘inspirerend’. Deelnemer Madelief Mühren (24): ‘Het voelt allemaal vooral veel meer doable. Ik heb nu veel meer kennis en inzichten waarop ik kan terugvallen als ik het even niet meer weet tijdens het schrijven.’ Na een laatste rondje peuken rapen stapt iedereen een auto in. Die doodlopende weg terug omhoog.
In een eerdere versie van dit artikel stond per abuis dat Sippenaeken in de provincie Limburg ligt.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie