Niemand zegt nee tegen ijs: een zomers recept om de tijd mee terug te draaien
In de wachtkamer zaten allerlei mensen. Over het algemeen van mijn leeftijd of ouder. Een enkele patiënt was jonger. De meeste mensen waren alleen. Ze staarden voor zich uit, keken in een tijdschrift of op hun telefoon. Links van mij zat een moeder, duidelijk met haar dochter. Die was iets jonger dan ik, de moeder wat ouder. Er zat een vrouw die een vriendin had meegenomen voor de zekerheid en een mevrouw die een andere mevrouw was tegengekomen. Ze kenden elkaar duidelijk van vroeger. Wat een toeval. ‘Jij ook hier?’
Ze kletsten over van alles en nog wat. Ik kon ze niet verstaan. Ik had mijn hoofd een beetje uitgezet en hoorde alleen rabarber. Ik bedacht me hoe iedereen ooit kind was geweest en ineens zag ik de wachtkamer als een klas. Een meneer, een beetje serieus, met snorretje, zag ik als een leerling die vroeger één goede vriend had gehad. Zo’n vriend met wie hij iets deelde wat niemand anders begreep. Nachtvlinders verzamelen bijvoorbeeld. Of rangeerterreinen. Zoiets.
In mijn hoofd hoorde ik de meester de kletsende dames waarschuwen: ‘Nog een woord en ik zet jullie uit elkaar.’ Er was iemand die duidelijk de slimste van de klas was. Een stille leerling die altijd alleen zat, maar de ene tien na de andere haalde. Later zou ze drie keer promoveren. Er was een mevrouw die niet goed kon meekomen. De juf had haar voorin gezet, zodat ze wat meer aandacht kreeg. Haar rode wangen glansden van trots wanneer de juf haar iets vroeg.
De mensen in de wachtkamer kregen iets leeftijdloos. Ik probeerde ze een voor een terug in de tijd te zien. Hun haren nog vol kleur. Hun kaken strak. Een glinstering in hun ogen. Een heel leven voor zich.
Ik heb kinderen in mijn klas gehad die geestelijk al 65 waren. En ik ken mensen die met pensioen gaan en nog altijd de ziel van een 15-jarige hebben. Uiterlijk zegt uiteindelijk zo weinig. We zijn allemaal maar mensen. We doen maar wat. En hopelijk ons best. Maar een ding weet ik vrijwel zeker: niemand voelt zich vanbinnen zo oud als hij eruitziet. En bijna niemand zegt nee tegen ijs. Een ijsje op een warme dag. Daar wordt iedereen weer even 8 jaar van.
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Halveer het fruit en verwijder de pitten. Leg ze in een ovenschaal en schep om met de honing, laurierblaadjes en het citroensap. Rooster ongeveer 20 minuten tot ze zacht zijn en hun sap loslaten. Laat volledig afkoelen. Verwijder de laurierblaadjes, maar bewaar de siroop uit de schaal.
Klop de eidooiers met 75 gram van de suiker tot een bleek en luchtig mengsel. Klop de mascarpone erdoor samen met de citroenrasp. Klop de slagroom lobbig.
Klop de eiwitten met de resterende 25 gram suiker en een snuf zeezout stijf.
Spatel eerst de slagroom door het mascarponemengsel en vervolgens voorzichtig het eiwitschuim.
Schep ongeveer een derde van het geroosterde fruit grof door het mengsel zodat er mooie strepen ontstaan. Schep in een met bakpapier beklede cakevorm (1,5 l) of ronde springvorm van 20 cm of een lage schaal. Laat minimaal 6 uur, maar liever een nacht, bevriezen.
Haal de ijstaart ongeveer 15 minuten voor het serveren uit de vriezer.
Verdeel het resterende fruit met een drup siroop of honing erover. Verkruimel de amaretti grof boven het dessert en bestrooi met wat extra citroenrasp.
Opmaaktip
Een plak/bol/schep ijs tussen twee van uw lievelingskoekjes is zo mogelijk het lekkerste wat er is.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie