De VS helpen Japan bij steunaankopen van de yen, maar niemand begrijpt waarom
Wie de afgelopen dagen het gestuntel volgde van de Verenigde Staten en Japan in hun poging de koers van de Japanse yen omhoog te krijgen, kan hebben teruggedacht aan 26 juli 2012. Middenin de eurocrisis sprak Mario Draghi, destijds president van de Europese Centrale Bank, de legendarische woorden „whatever it takes”, om aan handelaren duidelijk te maken dat de ECB – binnen het mandaat van de bank – koste wat kost de euro zou redden.
Sindsdien weten ministers van Financiën en centrale bankiers dat het stamina, een forse dosis zelfvertrouwen en hele grote woorden vergt om de waarde van een munt onder controle te krijgen. Draghi slaagde er daardoor in de eurocrisis te bezweren, maar het is de vraag of de VS en Japan net zo succesvol zullen zijn in hun yen-interventie.
Vrijdag lekte een foto van een handgeschreven to-do-lijstje van de Amerikaanse minister van Financiën Scott Bessent uit. ‘To Do: Buy Japanese yen (JPY): $5-10 bil.’, stond er. Ofwel: Japan en de VS hadden een gecoördineerde actie uitgevoerd om de kwakkelende Japanse munt te steunen. De Japanse centrale bank had zelf eerder dit jaar al enkele pogingen daartoe ondernomen, maar die hadden slechts kortstondig effect gehad. Sterker nog: de yen stond eind vorige week op het laagste niveau ten opzichte van de dollar in veertig jaar: voor één dollar moest 164 yen betaald worden.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/03164658/030826ECO_2035662160_Yen02.jpg)
Het handgeschreven to-do-lijstje van de Amerikaanse minister van Financiën Scott Bessent met de tekst: „To Do: Buy Japanese yen (JPY): $5-10 bil.” Hij maakte de notitie tijdens een kabinetsvergadering op 31 juli in Camp David, in de Amerikaanse staat Maryland.
Foto Daniel Heuer/REUTERSInmiddels bevestigden zowel de Japanse als de Amerikaanse minister van Financiën hun gecoördineerde steunaankopen, formeel om „buitensporige volatiliteit en wanordelijke bewegingen” van de yen tegen te gaan. „Het Japanse ministerie van Financiën blijft (…) in nauw contact met (…) het Amerikaanse ministerie van Financiën. We zullen niet aarzelen om verdere gezamenlijke interventies te ondernemen”, aldus de Japanse minister Katayama Satsuki. Haar Amerikaanse collega liet zich in gelijke bewoordingen uit. Het zou gaan om steunaankopen ter waarde van 60 tot 80 miljard dollar, waarvan het merendeel van Japan zelf kwam, aldus The Wall Street Journal.
De yen ondergewaardeerd
Door Japanse yens op te kopen, wordt de koers van de munt ten opzichte van andere valuta hoger: de vraag neemt immers toe, terwijl het aanbod gelijk blijft. Na de Japanse-Amerikaanse ingreep steeg de koers vrijdag naar 155 yen voor een dollar, inmiddels is dat weer iets gedaald tot 157 yen.
De Japanse munt is al lange tijd zwaar ondergewaardeerd: volgens de markt is hij minder waard dan je op basis van de stand van de economie zou verwachten. Daardoor floreert weliswaar de Japanse export, maar is import extreem duur.
Door de oorlog in het Midden-Oosten is ook de prijs van energie gestegen. Japan importeert sinds de kernramp in Fukushima in 2011 een substantieel deel van zijn energiebehoefte en rekent die af in dollars. De ondergewaardeerde yen doet dus extra pijn.
Wat onduidelijk blijft, is waarom de VS zich juist nu geroepen voelen om Japan te steunen. Weliswaar steunden de VS in oktober vorig jaar ook de Argentijnse peso met 20 miljard dollar, maar dat leek vooral om Trumps ideologische bondgenoot Javier Milei uit de brand te helpen. De yen is een wereldmunt, de Japanse economie de vierde ter wereld en daarmee is een interventie alleen al qua omvang van een totaal andere orde.
De Amerikaanse bilaterale steun aan Japan is bijzonder: de laatste keer dat dit gebeurde was in 2011, na de hevige aardbeving in Japan. Ook in 1998 grepen de VS in, door de yen te steunen in de nasleep van de Aziëcrisis.
Meer Amerikaanse export en renteverlaging
In de financiële wereld wordt nu druk over het waarom gespeculeerd. Aan de ene kant is bekend dat Trump de koers van de dollar tegenover andere valuta wil laten dalen. Zo worden Amerikaanse producten goedkoper, wat de export stimuleert, en wordt de import juist afgeremd. Het moet het handelstekort van de VS verkleinen en productie naar de VS lokken in plaats van alles te importeren. Een sterkere yen tegenover de dollar kan daarbij helpen.
Tegelijkertijd speelt de angst voor oplopende rentes op de Amerikaanse staatsobligaties waarschijnlijk een rol. In nasleep van de laatste vergadering van de Federal Reserve, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, was de rente op die leningen met een lange looptijd vorige week opgelopen. Dat maakt geld lenen voor de VS duurder.
De vrees bestond blijkbaar in de VS dat Japan, om de eigen munt te ondersteunen, Amerikaanse staatsobligaties zou gaan verkopen, om aankopen in yen mee te faciliteren. Japan is met ongeveer 1.150 miljard dollar de grootste buitenlandse houder van Amerikaanse staatsschuld. Door Amerikaanse staatsobligaties te verkopen, daalt de waarde van die obligaties waardoor de effectieve rente stijgt. Dat zou nadelig zijn voor de toch al met schulden overladen Amerikaanse economie.
De koers van de yen gaat niet meer over valuta-dynamiek, maar is een symptoom van een schuldencrisis die wordt verdoezeld
Door Japan te steunen konden de VS voorkomen dat Japan Amerikaanse schuldpapieren zou dumpen. In de verklaring van het Japanse ministerie van Financiën over de gezamenlijk steun staat ook nadrukkelijk dat Japan geen Amerikaanse staatsobligaties op de markt zal brengen, maar in plaats daarvan gebruik zal maken van een weinig gebruikt dollarloket bij de Federal Reserve. Hier kan Japan rechtstreeks dollars lenen van de Fed om yen te kopen. Opmerkelijk detail: volgens de Financial Times zouden de Amerikanen hun deel van de yen-steunaankopen niet met dollars, maar met euro’s hebben gefinancierd. Zo kwamen er dus helemaal geen dollars op de markt, wat de rente in de VS zou hebben verhoogd.
Een verdoezelde schuldencrisis
Maar zelfs dan namen de Amerikanen een risico, en dat heeft vooral te maken met de slechte staat van de Japanse staatsfinanciën. Het land kent al decennialang een lage inflatie, soms zelfs deflatie, en daardoor is ook de rente daar sinds mensenheugenis laag (dichtbij nul). Dat maakt schulden aangaan goedkoop, en dat is precies wat Japan gedaan heeft de afgelopen jaren. De staatsschuld is met ruim 230 procent van het bbp astronomisch hoog. Nederland heeft een staatsschuld van 43,3 procent, Amerika 124 procent).
Nu de inflatie in Japan begint op te lopen als gevolg van de mondiale energiecrisis, heeft de centrale bank de rente voorzichtig verhoogd tot 1 procent. Internationaal gezien is dat nog steeds erg laag: in de eurozone bedraagt de rente nu 2,25 procent, in de VS zelfs 3,75 procent.
Om de inflatie af te remmen en de ondergewaardeerde yen weer op een reële wisselkoers met andere valuta te krijgen, zou de rente nog verder omhoog moeten. Maar als dat gebeurt, riskeert Japan een schuldencrisis: de last van de enorme staatsschuld wordt dan door de hogere rentes ondraaglijk. Valuta-expert Robin Brooks van denktank Brookings schreef in zijn nieuwsbrief dat „de koers van de yen niet meer over valuta-dynamiek gaat, maar een symptoom is van een schuldencrisis die wordt verdoezeld”.
Op korte termijn is een valuta-interventie voor Japan dus begrijpelijk, maar op de langere termijn is het slechts symptoombestrijding. De yen wordt alleen geholpen door economische hervormingen en een rem op overheidsuitgaven. In de wereld van valutahandelaren bestaat er niet zoiets als een beetje vertrouwen: het is alles of niks, de rest is ruis. Mario Draghi had dat begrepen, nu de Japanse regering nog.
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.