Op goede dagen had Franco Baresi niet misstaan op een set van Paolo Sorrentino
Franco Baresi is dood. Nu moet ik gaan uitleggen wie Franco Baresi was en dat is eigenlijk niet de bedoeling. Franco Baresi was een verdediger in het legendarische team van AC Milan eind jaren tachtig, begin jaren negentig. Er zijn van die voetbalteams die – als ze op het juiste moment van je jeugd hun piek beleven – in je geheugen getatoeëerd worden. Zo kan ik het hele team van Feyenoord uit 1992-1993 binnen een minuut opnoemen, inclusief reserves. En ik ben niet eens voor Feyenoord.
Niemand vraagt er ooit om, maar toch moet je soms even kenbaar maken dat Arnold Scholten ook wel ‘de Witte Socrates’ genoemd werd.
Hetzelfde geldt voor AC Milan uit die jaren. Van Basten, Gullit, Rijkaard. Kent iedereen. Maar dan. Rossi, Costacurta, Maldini, Albertini, Donadoni, Boban, Lentini. En dus Franco Baresi.
Baresi was de libero van Milan, leider van de verdediging. Romario noemde hem de beste verdediger tegen wie hij ooit had gespeeld. Ik zou Baresi’s kwaliteiten willen opnoemen, maar de waarheid is dat ik hem nooit echt heb zien spelen.
Hij stond op de Panini-plaatjes die ik verzamelde, op de posters die ik zag hangen, in de voetbaltijdschriften die ik las, in de sportbijlage van de krant. Soms kwam hij voorbij in de samenvattingen van de Italiaanse voetbalcompetitie.
Hij was een markante verschijning, die niets weg had van voetballers zoals we die nu kennen. Donkere krullen, maar ook wat kalend. Diepliggende ogen, mysterieuze blik. Meestal keurig geschoren. Op goede dagen had Baresi niet misstaan op een set van filmmaker Paolo Sorrentino; op minder goede dagen had hij het voorkomen van een garagist uit Brescia op een vrije zondag.
Als voetballer, maar toch vooral als icoon nestelde Baresi zich in het collectief geheugen van een generatie. Als leider van een wonderelftal, als de oervorm van de even sierlijke als meedogenloze Italiaanse verdediger. Iemand die, als je alleen zijn naam al hoorde, tientallen jaren later een ongrijpbaar gevoel van missen kon oproepen.
Dat was ook omdat Baresi, nadat hij in 1997 in tranen afscheid had afgenomen van het voetbal, zich nauwelijks meer liet zien. Waar zijn teamgenoten zich profileerden als trainer, directeur, commentator of ambassadeur van Skechers, zocht Baresi niet naar een tweede leven in de schijnwerpers.
Hij verdween simpelweg. Zo behield hij dat aura van mystiek, van klasse, van glorie, van mistige voetbalvelden en wazige televisiebeelden. Franco Baresi werd popcultuur en kreeg een plek in de galerij der eeuwige heimwee.
Daarom behelst zijn overlijden meer dan het heengaan van een prachtige, iconische sportman die grote successen vierde. Het is ook het zoveelste afscheid van een tijd die al veel langer voorbij is dan ik durf toe te geven.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie