Huisarts versus huismus: een absurde strijd om de vierkante meters
Een collega runt een huisartsenpraktijk voor ruim 2400 patiënten op slechts 74 vierkante meter. Een prima oppervlak voor een tweekamerappartement, maar veel te krap voor een praktijk met personeel, medische apparatuur en een groeiende en bovendien steeds complexere zorgvraag. ‘Privacy is hier eerder uitzondering dan regel’, vat ze de situatie treffend samen.
Al in 2019 begon daarom de zoektocht naar uitbreiding. Beschikbare locaties binnen hetzelfde postcodegebied bleken vrijwel allemaal in handen van commerciële partijen, met bijbehorende huurprijzen. Onbetaalbaar voor een huisarts. Uitbreiding op de bestaande locatie werd eerst afgewezen, dus toen de gemeente eind 2024 alsnog wilde meedenken over sloop en nieuwbouw, leek er even licht te zijn aan het einde van de tunnel. Achteraf bleek het de koplamp van de eerste tegemoetkomende bureaucratische procedure.
Er kwamen overleggen, tekeningen, weer aangepaste tekeningen, nieuwe randvoorwaarden en gesprekken met de commissie ruimtelijke kwaliteit. Omdat het plan afweek van het bestemmingsplan belandde het in een speciale en tijdrovende BOPA-procedure. Google maar. Lang verhaal kort: eind april van dit jaar kwam na vele maanden een positief advies op het vooroverleg.
Weer leek het heel eventjes alsof de finish in zicht was, maar het was slechts een startschot voor de echte wedstrijd. De ‘formele vergunningsaanvraag’ moest namelijk nog worden gemaakt. Constructeurs gingen rekenen. Adviseurs werden ingehuurd. Er volgden AERIUS-berekeningen, daglichtonderzoeken, BENG-berekeningen et cetera. De facturen stapelden zich op, subsidie voor de praktijk was er niet. Mijn collega grapte dat vooral de kosten zich bijzonder voorspoedig ontwikkelden, maar uiteindelijk lag alles dan toch echt klaar en leek de vergunning binnen handbereik.
Tot de mussen verschenen.
Niet letterlijk overigens; dat zou het nog overzichtelijk hebben gemaakt. Nee, uit een ‘ecologische quickscan’ bleek dat het pand mogelijk aantrekkelijk zou kunnen zijn voor huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Mogelijk. En dat was voldoende om het hele traject opnieuw tot stilstand te brengen.
Voordat er verder mag worden gedacht, moet eerst worden vastgesteld of deze beschermde diersoorten daadwerkelijk aanwezig zijn. Kosten van dat onderzoek: ruim 14.000 euro voor de huisarts. Doorlooptijd: maanden. Want neem allereerst de gierzwaluw. Die is, zo heb ik inmiddels geleerd, slechts een paar maanden per jaar in ons landje. Daarom moet het pand meerdere keren worden bezocht, telkens rond zonsondergang en volgens een strikt protocol.
En dan de vleermuizen. Daarvoor geldt dat ecologen van half mei tot eind september moeten observeren of het gebouw wordt gebruikt als verblijfplaats. Er wordt gekeken wie er uitvliegt, wie er terugkomt en wie er mogelijk ooit plannen heeft zich er te vestigen. Mijn collega grapt: er wordt meer toezicht gehouden op de sociale activiteiten van deze vleermuizen dan op die van de gemiddelde Nederlandse burger.
Pas wanneer de gierzwaluwen hun zomertournee hebben afgerond, de vleermuizen hun nachtleven voldoende hebben toegelicht en de huismussen zijn geteld, kan ergens in het najaar worden bekeken hoe het project verder kan gaan.
Terwijl mijn collega vertelt, zijn mijn wenkbrauwen inmiddels opgetrokken tot mijn haargrens. Beleidsmakers buigen zich bezorgd over de toekomst van de eerstelijnszorg, alarmerende rapporten verschijnen over oplopende huisartsentekorten, en uit onderzoek blijkt dat maar liefst 70 procent van de huisartspraktijken kampt met een tekort aan ruimte of met verouderde, ongeschikte huisvesting.
En toch is, na zeven lange jaren van zoeken, overleggen, rekenen, tekenen en procederen, de conclusie even simpel als absurd: niet de financiering vormt de grootste onzekerheid, niet de bouwkosten, zelfs niet het tekort aan bouwvakkers. Nee, de toekomst van een huisartsenpraktijk voor 2400 patiënten hangt af van de agenda van dieren van wie nog niet eens zeker is dat ze er daadwerkelijk wonen.
Voordat ik straks allerlei dierenwelzijnsorganisaties achter me aan krijg: natuurlijk gun ik iedere huismus een veilige woonomgeving. Maar het is toch de wereld op zijn kop dat de uitbreiding van een huisartsenpraktijk voor 2400 patiënten afhankelijk is van de vraag of een paar mussen misschien, mogelijk of wellicht belangstelling hebben voor hetzelfde stukje vastgoed?
Huisarts versus huismus dus, en de absurdistische strijd om de vierkante meters.
Moge de beste winnen.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie