Augustus en september worden maanden van de waarheid voor het kabinet-Jetten
Nu augustus is aangebroken, ligt voor het kabinet-Jetten de weg naar Prinsjesdag open. Augustus is de maand waarin gesproken gaat worden met de oppositie over de Rijksbegroting, die op 1 september bij de Raad van State moet liggen. Prinsjesdag is dit jaar op dinsdag 15 september.
Het minderheidskabinet krijgt op vrijdag 14 augustus de Concept-Macro Economische Verkenning van het Centraal Planbureau en weet dan hoeveel financiële ruimte het heeft. In zijn laatste persconferentie voor de zomervakantie zei premier Rob Jetten (D66) dat hij vanaf half augustus afspraken heeft staan met zes oppositiepartijen, ‘zowel ter rechterzijde als ter linkerzijde’. D66, VVD en CDA komen in de Tweede Kamer 10 zetels tekort en in de Eerste Kamer zelfs 16.
Voldoende politiek draagvlak voor eind augustus zou een goede zaak zijn. Verdere stilstand kan Nederland zich niet veroorloven. Het kabinet maakt vooralsnog geen keuze tussen partijen waarbij het steun wil vergaren. Het voor de zomer tot stand gekomen stikstofpakket kreeg de zegen van Pro, de asielwetgeving juist van de partijen op de rechterflank.
Het alternatieve scenario is dat het kabinet zonder een op voorhand gegarandeerde meerderheid de begroting opstelt en dan tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen afwacht met welke eisen de oppositie komt. Het kan zich gesteund weten door de geschiedenis, die leert dat departementale begrotingen zelden worden weggestemd. Tegelijkertijd is het minderheidskabinet een experiment waarmee nauwelijks ervaring bestaat.
Het coalitieakkoord Aan de slag joeg aanvankelijk zowel werkgevers als werknemers in de gordijnen, vanwege de mogelijke verhoging van de pensioenleeftijd. Die is inmiddels van de baan, maar ingrepen in onder meer WW en WIA zijn voor de bonden nog steeds een steen des aanstoots. Voor de eerste helft van september zijn stakingen aangekondigd bij de overheid, in de havens, en zelfs een 24-uursstaking in het openbaar vervoer.
Een door het kabinet gewenst sociaal akkoord is daarmee nog ver uit zicht. Voordeel is dat deze ingrepen nog geen betrekking hebben op de begroting van volgend jaar en dat er dus tijd is voor nadere onderhandelingen. Maar uitgangspunt blijft volgens Jetten ‘een beter werkende arbeidsmarkt en een beter stelsel van werk en inkomen’, zoals in het coalitieakkoord staat.
Wel voor volgend jaar begroot is de verhoging van het eigen risico in de gezondheidszorg met 60 euro per jaar. Dat moet ruim 1 miljard euro opleveren. Blijft steun voor deze maatregel uit, dan zal het kabinet elders geld moeten vinden. Hierin schuilt een ander heikel punt: onderlinge verdeeldheid binnen de coalitie.
Voor de zomer opperde minister Hans Vijlbrief (Sociale Zaken, D66) nog eens te kijken naar een verhoging van de vermogensbelasting, een maatregel die niet in het coalitieakkoord staat. Minister Eelco Heinen (Financiën, VVD) en zijn partij voelen er niets voor. Jetten zei hierover: ‘We weten dat we de plannen van het kabinet zullen moeten aanpassen om tot een meerderheid te komen, maar aanpassen van de kabinetsplannen kan alleen als drie coalitiepartijen daarmee instemmen.’
Aan Jetten de taak niet alleen de oppositie tevreden te stellen, maar ook de eigen gelederen gesloten te houden.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie