Home   2026-08-03 17:31:33

Wie niet zelf wil schrijven, wil niet zelf denken. Met AI verkondig je per definitie andermans ideeën

Original article

Timmertje Timmertje, wat ga je doen?’ Commentator Frank Snoeks riep het in 1998 toen schaatsster Marianne Timmer tijdens de Olympische Spelen van 1998 in Nagano naar goud reed op de 1.500 meter. Ik vraag het me af wanneer ik haar AI slop op LinkedIn zie.

Timmer is tegenwoordig keynotespeaker, zoals elke andere goudenmedaillewinnaar die Nederland sinds de jaren negentig heeft afgeleverd. Wat de sigarenwinkel voor voetballers was, is kienootspieken voor medaillewinnaars. Voor boekingen heb je een ‘stukje’ zichtbaarheid nodig, zo weet Timmer, en dus post zij regelmatig op LinkedIn, waar het scrollende senior management zich haar schaatspak nog goed voor de geest kan halen. ‘Zou die niet leuk zijn voor ons jaarfeest? Wij gaan immers ook voor goud!’

Wellicht had iemand haar verteld dat ‘politiek’ scoort bij het algoritme, of misschien werd er door haar omgeving op aangedrongen – kon ze niet een keer wat aardigs zeggen over de boeren? Vooruit dan maar, en binnen een paar seconden rolde er een nietszeggende tekst uit ChatGPT, met de bekende korte clichézinnetjes. De zouteloze promotie van de agro-industrie werd vergezeld door met AI gegenereerde foto’s, waarop we Timmer als kleuter op een speelgoedtrekker zien, terwijl een AI-hand door een veld met boerenkool gaat.

Nog erger zijn de reacties. ‘Recht uit het hart’, ‘dank voor de inspiratie’ en ‘mooi geschreven’, kraaien de commercieel managers en Wmo-consulenten in de commentaren. Wat opvalt: ze zijn allemaal 50 plus, net als Timmer zelf. Wanneer ik mij publiekelijk afvraag hoe het in hemelsnaam mogelijk is dat mensen geen schaamte voelen bij het produceren én consumeren van dit soort neppe troep, en mensen zó schaamteloos AI gebruiken op een netwerk waar ze toch juist hun eigen professionele kwaliteiten willen etaleren, merk ik dat dit een achterhoedegevecht is.

Een meerderheid van de mensen vindt taal simpelweg een onnodig gecompliceerde manier om een bepaald gevoel over te brengen. En in tijden van verdomming is dat het enige dat nog telt: loyaliteit aan een groep betuigen door die naar de mond te praten. De mogelijkheden die een goede taalbeheersing biedt, nauwkeurigheid, nuance, humor of creativiteit: allemaal onnodige opsmuk. Of zelfs een elitair uitsluitingsmechanisme. ‘Het gaat om de bedoeling’, zeggen ze dan. Maar nauwkeurig en authentiek formuleren blijft belangrijk, zo liet premier Jetten deze week zien door de extreemrechtse intimidatie in Engelen ‘lelijk vandalisme’ te noemen – een idioot understatement.

Het Amerikaanse blad The Atlantic schrijft deze maand over het einde van de geletterdheid. Door AI en smartphones blijkt de naoorlogse periode van geletterdheid niet de nieuwe norm, maar slechts een korte onderbreking van massale ongeletterdheid. The Atlantic noemt het een post-geletterde samenleving: we kunnen nog wel lezen, maar alleen korte stukjes, zoals appjes, e-mails en berichten op sociale media. Schrijven lukt alleen nog maar met hulp van AI.

Een liberale democratie kan alleen bestaan bij de gratie van een enigszins geletterde bevolking. In tegenstelling tot wat men lijkt te denken, zijn lezen en schrijven niet slechts praktische vaardigheden, maar óók intellectuele en democratische. Alleen burgers die zelf kunnen lezen en schrijven, kunnen hun eigen (politieke) ideeën verkondigen. Schrijven is denken. Het schrijfproces is het denkproces. Schrijven kost tijd, en tijd heeft altijd een gunstig effect op de emotie (neemt af) en de nuance (neemt toe).

Kortom: wie niet zelf wil schrijven, wil niet zelf denken. Met AI verkondig je per definitie een samenvatting van andermans ideeën. De onachtzaamheid en luiheid waarmee we alles wat ons tot mens en vrije burgers maakt inleveren voor nutteloze tijdwinst of een digitale aai over de bol: ik vind het angstaanjagend.