Hoe kan het toch dat dancefestival Dekmantel zo enorm veel grootheden naar het Amsterdamse Bos krijgt?
De zon steekt net boven de bosrand uit en de vogels in het Amsterdamse Bos zijn zo’n beetje klaar met de ochtendconcerten. Een mooi moment om een driedaags dancefestival in de buitenlucht af te trappen.
Het Amsterdamse Dekmantel komt dit jaar met een noviteit. ‘At Dawn’ heet het programma dat zich gaat afspelen bij de dageraad, nog voor het reguliere blokkenschema. Het is bedoeld voor de trouwe Dekmantelgemeenschap, de liefhebbers die ieder jaar bij dit unieke evenement willen zijn en ook bereid zijn om rond een uur of 9 ’s morgens op pad te gaan.
Wat pakt At Dawn vrijdag goed uit. Bij de kleinere, intieme podia Greenhouse en Radar hoor je zoekende en zachte elektronica omhoog kringelen, alsof de dj’s de rust van het bos nog niet willen verstoren.
Haast ceremonieel
De Engelse musici James Holden en Surgeon laten geluiden als sonarbliepjes door de kleine koepel van het Greenhousepodium trekken; haast ceremoniële muziek, waar je eigenlijk bij wilt gaan liggen.
Beter van niet, want dan mis je een magistrale liveset op podium Radar, dat er net zoals voorgaande jaren uitziet als een vierkante arena van bouwsteigers. Kuniyuki Takahashi en Satoshi Tomiie, twee veteranen van de Japanse house, begrijpen wat van hen verwacht wordt bij zo’n bijzondere ochtendshow. De twee improviseren hypnotiserende beats aan elkaar, in ritmes die door elkaar heen lopen, steeds indringender en steeds een laagje donkerder.
Ze slaan er live percussie doorheen en Takahashi pakt er ook nog een dwarsfluit bij, waarmee hij vreemd huilende geluiden boven de beats laat uitstijgen. Het begint aarzelend en experimenteel, maar na een kwartier komt er beweging in de set én het publiek. Het duo bouwt langzaam op naar diepe dub en house, waarbij uiteindelijk de hele Radar staat te dansen.
Een geniale manier om Dekmantel mee op te starten, want je ervaart hier de essentie van de dancecultuur: dj’s en publiek die samen opgaan in iets moois, desnoods urenlang en liefst met een alsmaar oplopende euforie.
Eigenlijk zie je deze magie overal op Dekmantel, bij alle zeven podia. De blijdschap is steeds het grootst in het buitenpodium The Loop, een cirkelvormige dansvloer met één balkonrij, die doet denken aan de Plaza de Toros van Sevilla. Deze arena is bedoeld voor de wat zonniger muziekstijlen, al zijn de sets hier soms minstens zo intens als die in de donkere technobunkers.
Een hoogtepunt is de set van de dj’s Moxie, Peach, Saoirse en Shanti Celeste, die de decks delen als collectief Sass. Wat een heerlijke selectie tracks leggen zij op de tafels, en vooral: wat mixen zij alles mateloos strak in elkaar. De urenlange set sleept je mee langs opstijgende house, uk garage, electro en italohouse en tegelijk donderende bassen die je toch aan de grond houden. Als bij het laatste uur van de set de lichtshow aanfloept, omdat de zon eindelijk verdwijnt, voel je Dekmantel in brand staan.
Diezelfde sensatie onderga je bij de technosets in de grijze hangar genaamd UFO 1, de thuishaven voor de strengste vierkwartsmaten. De Nederlandse Speedy J (vrijdag) en Steffi (zaterdag) hameren hun techno erin op een nietsontziend ritme, met sissende bijgeluiden en vol uitgestelde subtiele climaxen. De Berlijnse dj’s Dr. Rubinstein en Ellen Allien weten de grimmigste techno steeds toch een zonnig randje te geven, door lekker Duitse electropunk en ‘body music’ door hun set te strooien. De handjes gaan in de lucht, in de zaal en achter de decks: het wordt bijna té feestelijk.
Briljant in alle eenvoud
Dan gaat het er een dag later anders aan toe. De Russische sensatie Dasha Rush en de Spaanse Oscar Mulero sluiten de zaterdag af met een onaards mooie set – ‘back to back’, en dus inhakend op elkaars platen. Je weet niet waar je het zoeken moet: de bassen en de opstomende snaredrums bouwen steeds op naar nieuwe explosies, als vuurwerk in de lucht, fantasierijk en nergens eentonig. De lichtshow in deze tent maakt het af: drie vettig witte beeldschermen die op standje witte ruis staan. Briljant in alle eenvoud.
Het programma is overvol, en je mag blij zijn als je iets kunt meepakken van twee heel andere grootheden: de Amerikaan Skrillex, die dubstep in de jaren tien mainstream maakte en Olof Dreijer, de helft van het Zweedse duo The Knife, die dit jaar een steengoed dancealbum maakte. Skrillex bouwt een privéfeestje in de Radar en je herkent zijn knerpende bassen uit duizenden: goud van oud, maar effectief. Dreijer treedt aan met de Zuid-Afrikaanse zangeres en producer Toya Delazy. Samen draaien ze harde house en ‘afrorave’ aan elkaar: een beetje schreeuwerig, maar beslist grensverleggend.
Dan grijpt Dekmantel nog diep in het verleden, naar de oervaders van de Amerikaanse techno en house, van Juan Atkins tot Underground Resistance. Opmerkelijk is een combinatie van de Engelse, abstracte grensverlegger Actress met de technogrootheid Carl Craig. De set begint met groovende techno maar wordt steeds curieuzer, omdat Actress er harde en wat afstandelijke rave en zelfs gabber doorheen mixt. Dat loopt niet lekker, maar de houten vloer van de Greenhouse golft desondanks gevaarlijk op en neer.
Je vraagt je af hoe Dekmantel, onafhankelijk en zonder subsidie, zo veel uiteenlopende grootheden naar het Amsterdamse Bos weet te halen. Je hoopt ook dat ze het nog lang volhouden, want een kwalitatief zo hoogstaand, uiteenlopend en dus uitdagend dancefestival is van onschatbare waarde voor de elektronische muziekcultuur.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie