Home   2026-08-03 17:31:33

Idealistische Syriërs brengen biologisch boeren naar hun verwoeste land: ‘We planten hoop’

Original article

Na jaren van oorlog en onrust is Syrië een land geworden om naar terug te keren. Zonen keren terug. Moeders keren terug. Politieke ballingen doen het. En ook de zaden komen naar huis. De zaden? Jazeker, de zaden. Ze liggen ingezaaid in het veld van de 67-jarige tarweboer Salem Mustafa, op slechts een paar kilometer van de grens met buurland Libanon.

Onder een vale pet glimt Mustafa van trots. Op deze hectare heeft hij een traditioneel Syrisch tarweras gezaaid dat in zijn land decennialang was verdwenen. Ten tijde van de moorddadige dictatuur van de familie Assad (1970-2024) gingen de meeste boeren noodgedwongen over op zogeheten hybride zaden; die brachten meer op, maar leverden volgens sommigen minder lekker eten op.

De traditionele zaden verdwenen, maar belandden met behulp van Syrische ballingen in een genenbank voor wereldwijde landbouwgewassen in Duitsland, wachtend op betere tijden. De kentering kwam met de val van dictator Bashar al-Assad, eind 2024. Via een reeks tussenpersonen en een groep landbouwactivisten in buurland Libanon keerden de zaden huiswaarts.

Voorbeeld

Tarweboer Mustafa grijpt een korenaar en knijpt er een handvol korrels uit, stuk voor stuk geteeld zonder pesticiden. ‘De smaak is anders’, doceert hij met de blik van een kenner. ‘Lekkerder. Bijvoorbeeld als je het kookt tot bulgur.’ De geuren voeren hem terug naar zijn jeugd, en dan met name naar zijn vaders tomaten. Later, eind jaren zeventig, verhuisde Mustafa voor zijn studie naar Duitsland. Hij bleef er hangen, en maakte kennis met biologische groenten en biobrood.

Een potje voetbal in Tartous, een havenstad in Syrië, 15 mei.Bron Bulent Kilic voor de Volkskrant

Nu hij terug is in zijn geboortedorp Arab al-Shati, wil hij hetzelfde recept introduceren in Syrië. Het idee is dat andere boeren zijn voorbeeld gaan volgen. Het klinkt prachtig, maar gaat het ook lukken?

Bij zo’n missie kan een flinke portie idealisme, eufemistisch gezegd, een handje helpen. De Syrische landbouw staat er na dertien jaar burgeroorlog beroerd voor, en verreweg de meeste boeren hebben grotere zorgen dan de vraag of ze overgaan op biologisch. De rulle aarde zit overal nog vol onontplofte explosieven. Het jaar 2025 was, mede door de mondiale opwarming van de aarde, een van de droogste in veertig jaar. Oogsten mislukten. Bosbranden richtten een ravage aan. Rivieren vielen droog. Veel streken hebben nauwelijks toegang tot irrigatiewater.

Landbouw verdient herkansing

En toch. Dit jaar was er veel meer regen. Mustafa denkt dat de landbouw een herkansing verdient, en hij is niet de enige. De man die hem de tarwezaden bezorgde, gaat in deze micro-revolutie voorop. Zijn naam: Suleyman Dakdouk (57), drager van een witte baard in Hemingway-stijl en bij vrienden bekend als ‘Castro’. Op een doordeweekse dag is hij te vinden in het ietwat vervallen Damasceense herenhuis van ’s lands eerste leider, Mohammed al-Abed, president tussen 1932 en 1936.

Suleyman Dakdouk, bijgenaamd Castro, heeft een landbouwcollectief opgezet in Syrië.Bron Bulent Kilic voor de Volkskrant

Castro heeft het pand gekraakt, en waarom ook niet, want in het armoedige Damascus van nu taalt bijna niemand naar erfgoed. Net als de tarweboer is ook hij een verloren zoon van Syrië. Hij groeide op in een volkswijk (‘mijn buurjongen heette Castro, vandaar de bijnaam’) van havenstad Tartous, en maakte als 13-jarige kennis met de leerstellingen van Karl Marx.

Zoals zoveel activisten in die tijd werd hij opgepakt en gemarteld. Hij ontvluchtte het land en kwam met een omweg in Griekenland terecht waar hij 38 jaar zou blijven. In Athene en omgeving groeide hij uit tot een beroemdheid, vooral rond de zogeheten migratiecrisis van 2015. Hij kraakte leegstaande scholen om er vluchtelingen te huisvesten, onder wie Syrische landgenoten. ‘De wetten van de medemenselijkheid’, zoals hij het verwoordt, ‘gaan boven de wetten van de staat.’

Naar behoefte, niet voor winst

Later ontdekte Castro in de Griekse heuvels een verlaten kavel. Het was het begin van een agro-anarchistisch collectief volgens eenvoudige principes: je produceert naar behoefte, niet voor de winst. Samen met andere migrantenfamilies plantte hij courgettes, tarwe en aardappels. Wat ze zelf niet opaten, verkochten ze op de lokale markt, waarna de opbrengst terugvloeide naar het collectief.

Tartous, Syrië.Bron Bulent Kilic voor de Volkskrant

In het door oorlog verwoeste Syrië wil Castro dat model eveneens toepassen, in de vorm van een coöperatie. Opnieuw: kan dat?

‘Ik ben er al mee begonnen’, zegt hij met een vers gerold sjekkie tussen de vingers. ‘We planten hoop in de harten van de boeren.’ Met collega-initiatiefnemers reisde Castro kriskras door het land om gratis zaad en compost uit te delen, niet alleen voor tarwe maar ook voor paprika’s, tomaten en aubergines. Een deel van wat boeren van de coöperatie krijgen (in zaad), worden ze geacht na de oogst (in vruchten) terug te geven. De rest kunnen ze op de markt verkopen, of eveneens (tegen een aantrekkelijke prijs) aan de coöperatie.

‘Ik geloof in de kracht van gewone mensen’, zegt Castro, die eraan toevoegt dat communisten van oudsher patent hebben op oeverloos praten. ‘Het is altijd bla-bla-bla. We moeten handelen! Wat dat betreft kunnen we iets leren van de jihadisten’, zegt hij met een knipoog naar het troebele verleden van president Ahmad al-Sharaa.

Wantrouwen

Wie langer met hem praat, hoort echter ook hoe ingewikkeld zijn missie is. In Quneitra, een grensgebied in het zuiden dat sinds maanden door buurland Israël bezet is, werd Castro door het Israëlische leger opgepakt en 24 uur lang vastgehouden. Elders in het land overheerst wantrouwen. ‘Mensen zijn niet gewend aan de principes van gemeenschapswerk. Ze denken: wat voor voordeel haal jij hieruit?’

Tartous, Syrië.Bron Bulent Kilic voor de Volkskrant

En er zijn meer uitdagingen. Dat blijkt tijdens een bezoek aan de havenstad Tartous, niet ver van de plek waar Castro geboren werd. Bij de lokale biowinkel, verstopt in een smal straatje, liggen de streekproducten van de coöperatie in manden uitgestald. Hier de verse tomaten, daar de ambachtelijk bereide vijgenjam. Aan de muur: foto’s van de boeren die aan de coöperatie verbonden zijn, onder wie tarweboer Mustafa. ‘Dit land is van jou’, vermeldt een bijschrift filosofisch. ‘Verbreek je ketenen!’

Het enige probleem: er zijn geen klanten. Niemand komt opdagen, en dat is ook niet zo gek. Welke Syriër kan zich een biologische maaltijd veroorloven? Een kilo tomaten kost hier 12 duizend Syrische pond (90 eurocent), het dubbele van de normale marktprijs. De jam is vier keer zo duur. ‘De prijzen zijn het probleem’, beaamt winkeleigenaar Ashwaq Suleiman (63). ‘Mensen willen goedkope producten.’

Open deze afbeelding in volledig scherm
Open deze afbeelding in volledig scherm
Open deze afbeelding in volledig scherm
Biowinkeleigenaar Ashwaq Suleiman (rechts) en haar dochter Reem.Bron Bulent Kilic voor de Volkskrant
Bron Bulent Kilic voor de Volkskrant
Bron Bulent Kilic voor de Volkskrant

Het heeft alles te maken met de deplorabele staat van de economie. De aanvankelijke euforie na de val van het Assad-bewind heeft plaatsgemaakt voor nieuwe kopzorgen. Er is geen werk, geen wederopbouw, geen perspectief. De meerderheid in Tartous is alawitisch (een religieuze minderheid), en voelt zich sowieso achtergesteld door het overwegend soennitische bewind in Damascus. Honderden zijn bij ministeries ontslagen, en veelal vervangen door soennieten.

‘De toekomst is pikzwart’, denkt Suleimans dochter Reem (36), gekleed in een vlotte spijkerbroek. Met haar gezin leunt ze op de inkomsten van haar man, die als softwareontwikkelaar werkt in buurland Irak. De biowinkel genereert geen inkomsten. ‘Maar we geloven in het idee’, herpakt ze zich. ‘Overeind blijven met de winkel, dat is onze strijd.’

Motor voor herstel

Het verhaal van moeder en dochter blijkt wijdverbreid binnen de coöperatie. Aan idealen geen gebrek, maar biologisch boeren vergt vertrouwen, investeringen, een langetermijnplanning. Niets van dat alles is in Syrië voorhanden. In potentie kan de landbouw een motor worden van herstel: voor het uitbreken van de burgeroorlog in 2011 was de landbouw goed voor een kwart van de economie.

Maar de nieuwe regering van interim-president Sharaa valt nog niet te betrappen op een een visie voor economisch herstel, laat staan een coherent landbouwbeleid. Boeren weten niet waar ze aan toe zijn. Eind mei, kort na het bezoek van de Volkskrant, kwamen ze in het hele land in protest, uit woede over de prijs die de regering bood voor hun tarwe. Sharaa haalde bakzeil door de prijs op te hogen, maar volgens boeren leden ze nog steeds verlies. In Irak, om een voorbeeld te noemen, krijgen boeren 30 procent meer voor hun tarwe.

Of Castro het verschil kan maken, is onduidelijk. ‘Anderhalf jaar is te kort om een oordeel te vellen’, vindt deelnemer Kinaan Ayzouki (47), getooid in cowboyhoed en leren jas. In de uitbundig groene bergen boven Tartous verbouwt hij courgettes, tomaten en paprika’s. De zaailingen kreeg hij van de coöperatie, waarna hij zijn eigen schapenmest toevoegde. ‘Mijn kosten zijn beperkt’, zegt hij tevreden, ‘en de risico’s dus ook.’

Kinaan Ayzouki is tevreden over het landbouwcollectief waaraan hij deelneemt. ‘Mijn kosten zijn beperkt, en de risico’s dus ook.’Bron Bulent Kilic voor de Volkskrant

Over de koers van het land toont de boer zich bezorgd. Hij is ismaïliet, een piepkleine moslimminderheid (1 à 2 procent) die qua geloofsopvattingen liberaler is dan Sharaas regering. Ayzouki zijgt neer op een plastic stoel en zegt: ‘De nieuwe machthebbers zijn religieus gedreven. Bij jullie in het Westen zijn kerk en staat gescheiden; dat hebben wij ook nodig. We zijn een divers land, het is een ramp als één groep de anderen overheerst.’ Het is een kwestie van tijd, denkt hij, voor er politieke onrust ontstaat. Zo bezien is iedere investering een blinde gok.

Wankele basis

Ook de landbouwcoöperatie oogt wankel. Het project draait op vrijwilligers, en teert financieel grotendeels op Castro’s oude connecties uit Griekenland – een weinig duurzame basis. Toen tarweboer Mustafa eerder deze zomer zijn tarwe oogstte, duurde het tot zijn ontevredenheid een aantal weken voor alles door de coöperatie kon worden opgehaald.

Open deze afbeelding in volledig scherm
Open deze afbeelding in volledig scherm
Open deze afbeelding in volledig scherm
Open deze afbeelding in volledig scherm
De boerderij van Kinaan Ayzouki.Bron Bulent Kilic voor de Volkskrant
Herders met hun vee in Tartous.Bron Bulent Kilic voor de Volkskrant
De boerderij van Kinaan Ayzouki.Bron Bulent Kilic voor de Volkskrant
De boerderij van Kinaan Ayzouki.Bron Bulent Kilic voor de Volkskrant

‘Alle boeren hebben tegelijk geoogst’, verklaart Castro de vertragingen. ‘Vervolgens wilden ze dat we hun tarwe als eerste zouden ophalen. Dat ging niet.’ Hij vertelt dat hij in aanloop naar de volgende oogst bezig is met de bouw van een grote opslagruimte in Damascus.

En er is goed nieuws: het traditionele Syrische zaad heeft overal méér opgebracht dan het hybride zaad – experiment geslaagd.

Aan de zaden zal het daarom niet liggen, hooguit aan de mensen. Mocht het een revolutie worden, dan is het begin gemaakt.

Dossier

Midden-Oosten

Lees hier alle artikelen over dit thema

Naar het dossier