Home   2026-08-03 17:31:33

Chaotische bestorming Ceuta eindigt met drijfjacht op migranten uit Marokko

Original article

Plots zetten ze het op een lopen. Tientallen rubberen slippers klapperen, flip-flop, op het hete asfalt. De jonge Marokkanen in hun vervuilde shirtjes stuiven de dorre struiken in terwijl drie Spaanse militaire jeeps op hoge toeren proberen hen in te sluiten, alsof het een gemotoriseerde drijfjacht betreft.

Boven op een heuvel klinkt geschreeuw. Eén jongeman is omhoog gevlucht, pardoes in de armen van vijf militairen die hem met wapenstokken afranselen. Beneden, woedend getier van een volgende partij in het conflict. Een inwoner van Ceuta, al 33 jaar hier, van Marokkaanse afkomst, brult naar de militairen dat ze lafaards zijn, grijpt een verschrikte jongeman in ielige blote bast bij de arm.

‘Deze jongens hebben al drie dagen niks gegeten, niks gedronken, en jullie vallen ze ook nog aan?! 67 mensen zijn gestorven, dat is verdomme geen geintje! Hoe durven jullie! Dit is een mens, hij heeft ook bloed in zich.’

Afgelopen donderdag drongen zeker zestigduizend mensen binnen in Ceuta, een stukje Spaans grondgebied aan de noordkust van Marokko. Ogenschijnlijk uit het niets liepen ze aan Marokkaanse zijde de zee in, zwommen of waadden langs een pier met metershoog grenshek erop, en klauterden in Spanje weer aan land. Sindsdien is iedereen danig in de war.

Marokkaanse migranten proberen uit handen te blijven van de Spaanse militair.Bron Giulio Piscitelli voor de Volkskrant

De Spanjaarden, die proberen te begrijpen wat er achter de plotselinge grensbestorming zit. De EU-leiders, die prompt opriepen tot een schorsing van Spanje uit het Schengen-verdrag. De inwoners van Ceuta, die luiken en deuren sloten terwijl hun burgemeester sprak van een ‘noodtoestand’. En de lokale politie die waarschuwde voor ineenstorting van de exclave.

Oorzaak van de verwarring: waar kwamen al die mensen ineens vandaan? En wat moeten we ermee?

Verstoppen in de bosjes

Die laatste vraag is snel beantwoord. De militaire drijfjacht in de heuvels nabij de grens met Marokko is het sluitstuk van de Spaanse respons. In feite zijn de ongewenste bezoekers gewoon uitgehongerd, vertellen ze zaterdag zelf op een heuvel nabij de grens met Marokko.

‘Er is geen eten, geen drinken, ze slaan ons, we verstoppen ons al twee dagen in de bosjes’, zeggen Hassan (21) en Mouheim (21), die op donderdag kwamen.

Geen kwaadwil, zeggen inwoners van Ceuta zelf, die opvallend mild reageren op de ongewenste bezoekers: welke gemeenschap van 80 duizend mensen kan ineens 60 duizend hongerige gasten accommoderen? Op vrijdag, een dag na aankomst, verliet het overgrote deel van de migranten daarom al teleurgesteld de Spaanse exclave.

De waarom nu-vraag is moeilijker. Feit is dat de Marokkaanse grenspolitie haar post nabij de pier plotseling en zonder verklaring verliet in de dagen die opbouwden naar de uitbraak van donderdag. Feit is dat Marokko Ceuta en de oostelijker gelegen Spaanse exclave Melilla vaker gebruikt als drukmiddel wanneer het politieke of economische concessies wil van Spanje.

Etnisch profileren

Gelukkig voor politie en leger zijn de Marokkanen die afgelopen dagen binnendrongen redelijk herkenbaar. Ze dragen vrijwel zonder uitzondering vale rubberen slippers. Velen zijn vervuild, na dagen in dezelfde kleren zonder andere sanitaire voorzieningen dan de bosjes. Ze zijn bezweet en hun ogen zijn rood van uitputting. Schichtig heen en weer kijken of schrikachtig gedrag bij het zicht van en politieman geeft vaak de doorslag.

Marokkaanse jongeren proberen te ontsnappen aan de Spaanse militairen.Bron Giulio Piscitelli voor de Volkskrant

Etnisch profileren is ook weer geen gesneden koek, als de vreemdelingen dezelfde huidskleur hebben. Wanneer een groepje tieners in slippers en ontbloot, bruin bovenlichaam vanaf het strand een balustrade overklimt, klinkt het direct: ‘Hé, fuera!’, oprotten’, van militairen aan de overkant. ‘Hé tranquilo, qué pasa?’, rustig, niks aan de hand’, komt het – eveneens in het Spaans – terug van de pubers. Een glimlach, aan beide kanten.

Er zijn er ook in vermomming, zoals twee jongemannen die zaterdagavond tegen middernacht in witte shirtjes en met smetteloze sportschoenen wandelen langs de cocktail drinkende Spanjaarden op het centrale plein van Ceuta. Ze knikken vriendelijk naar iedereen die ze met een opgetrokken wenkbrauw aankijkt. Aan de tafeltjes wordt gespeculeerd: horen ze bij ons of niet? Als ze verschrikt achterom kijken wanneer een politieauto met sirenes voorbij rijdt, is het antwoord duidelijk: vreemdelingen.

De poort naar Europa

Vraag het de migranten zelf, voor het overgrote deel jonge Marokkaanse mannen, en ze weten het ook niet precies waarom ze kwamen. Omdat het kón, is het meest gehoorde antwoord, toen de grenswachten ineens verdwenen. Sterker nog, zeggen Hassan en Mouheim, beiden 21: ‘De enkele agent die nog wél aan de Marokkaanse kant stond, moedigde ons aan: toe maar!’

En omdat Ceuta nu eenmaal Spaans grondgebied is. Dus als je daar bent, is het Europese vasteland binnen handbereik, toch? ‘Ceuta is de poort naar Europa’, zegt een andere jongeman zaterdagmiddag op de boulevard bij het strand El Tarajal.

Dat mag zo voelen, de praktijk is anders. Ceuta en de oostelijker gelegen Spaanse exclave Melilla zijn onderdeel van Schengen, maar hanteren een eigen grensbeleid. Niemand komt op de veerboot naar het Europese vasteland zonder geldig visum. Een – juridisch omstreden – overeenkomst verplicht de Marokkaanse overheid bovendien om eigen onderdanen vanuit Ceuta terug te nemen.

Blijven hopen

Daarvan is geen enkele Marokkaanse avonturier in de Spaanse exclave zich bewust. Ook na dagen dorst, honger, uitputting, en opgejaagd worden door militairen en politieagenten, wil het idee er niet in dat migranten niet zomaar vanuit Ceuta naar Europa kunnen. Wat dat betreft hebben de kansloze Marokkanen opvallend veel gemeen met de Europese rechts-populistische politici die ze proberen tegen te houden.

‘Als je twee jaar hier bent, dan krijg je van Spanje een ID-kaart’, zegt een jonge Marokkaan aan het strand. ‘Als je twee maanden hier geweest bent, dan mag je naar het Europese vasteland’, zegt Jihane (22), een van de weinige vrouwen die meegekomen is.

Dat ze nu met man en macht verdreven worden, zeggen Jihane en haar twee metgezellen, Mehdi en Adam, ‘is omdat we nu met zovelen zijn.’ Dus na een eventuele volgende poging krijgen ze misschien wél een visum voor de EU? In koor: ‘ja, precies!’

‘We proberen het telkens opnieuw’, zegt Mehdi. ‘Uiteindelijk zal het lukken.’

Mama trots maken

Op zaterdagavond, terwijl de zon zakt, kiezen ook veel van de laatste achterblijvers dan toch voor de aftocht. Langs de boulevard richting Marokko strompelen ze uitgeput op hun rubberen slippers terug naar huis. Op de achtergrond leggen twee schepen van de Spaanse kustwacht een kilometerlange drijvende barrière in de baai om te voorkomen dat de ongewenste bezoekers nog eens naar Ceuta waden.

Spaanse militairen begeleiden migranten weer terug naar Marokkaans grondgebied.Bron Giulio Piscitelli voor de Volkskrant

John Bosco (23) uit Nigeria wil niet terug. Het is een knul nog, in een vaal grijs joggingpak met in de linkerzak een opgedroogd simkaartje dat nu zijn enige hoop voor de toekomst is. Ergens tussen al dit humanitaire en politieke geweld is hij verdwaald geraakt.

Bij hem thuis is geen werk, zijn familie is arm. Zijn vader is ontvoerd en vermoord door de Nigeriaanse islamitische terreurbeweging Boko Haram. Zijn moeder zorgt voor een jonger broertje en twee zusjes. En haar dak lekt. Dus zei Bosco: ik ga naar het Westen en dan stuur ik geld naar jou. Zeven maanden geleden vertrok hij, via Niger, Mali, Algerije, en toen Marokko. Telkens bleek er geen geld te verdienen.

Nu ja, in Marokko deed hij soms wat schilderwerk voor 100 dirham per dag, een kleine 10 euro. ‘Maar als je eten en drinken koopt is dat alweer op’, vertelt Bosco. Dus toen hij vanuit Casablanca op televisie zag hoe plotseling al die mensen naar Ceuta zwommen, haastte hij zich ruim 450 kilometer per bus naar de Marokkaanse noordkust.

Een, twee, drie, keer heeft hij het geprobeerd, vertelt Bosco. Het was doodeng, want hij kan niet zwemmen. Meerdere keren ging hij kopje onder. De vierde keer lukte het, in de nacht van donderdag op vrijdag. Hij hield zich vast aan een rots, wachtte tot het zoeklicht van de Guardia Civil passeerde, en glipte er doorheen naar Ceuta.

Sindsdien zoekt hij naar iemand die hem toestaat het SIM-kaartje in een telefoon te stoppen. Want op dat kaartje staat het nummer van zijn neef in Spanje. Bosco was vergeten dat nummer te memoriseren. Zijn eigen mobiel heeft de zwemtocht naar Ceuta niet overleefd. En die neef heeft gezegd: als je in Ceuta ben, kom ik je halen. Heus.

‘Ik wil alleen mijn moeder trots maken’, zegt Bosco, terwijl de zon brandt, op een stoffige heuvel aan de noord-Afrikaanse kust van waaruit je het beloofde Europese land bij goed weer met eigen ogen kunt zien. ‘Maar ik ben zo ontzettend moe. Ik wou dat ze me niet zo achterna zaten.’