Journalist Nasrah Habiballah houdt in ‘Zomergasten’ de handrem op haar emoties, net als in haar werk
Twee vrouwen die drie uur lang met elkaar in gesprek gaan en het óók nog gaan hebben over Israël en Palestina. Janine Abbring benoemde het meteen maar even, bij de start van de tweede Zomergasten van dit seizoen. Want ja, zo’n gesprek móést toch haast wel leiden tot massale verontwaardiging op sociale media?
Dat laatste zal waarschijnlijk onvermijdelijk zijn. Nasrah Habiballah, voormalig NOS-correspondent in Israël en de Palestijnse gebieden, lag door haar Palestijnse achtergrond jarenlang onder een vergrootglas, en roept daardoor niet altijd even genuanceerde reacties op.
Gematigder stemmen zien juist een correspondent die emotie zelden de overhand liet nemen in haar verslaggeving. Dat is ook het beeld dat naar voren kwam in haar Zomergasten-uitzending, waarbij het even wennen was aan Habiballahs relatieve afstandelijkheid. Ze bleek er duidelijk de persoon niet naar om te veel van zichzelf in haar werk te stoppen, en die handrem was zichtbaar.
Abbring sprak in haar openingspraatje van een uitzending over ‘verslaggeving, vertrek en veerkracht’, maar in de praktijk bleek het veel meer een gesprek over begrip, objectiviteit en grijstinten, hoe verleidelijk het soms ook is om de meest complexe zaken even snel en ongenuanceerd te duiden.
Habiballah is echter geen activist, maar een klassieke journalist, wars van de platform- en meningsdrift van veel collega’s. Geen wonder dat ze een scène vol noest journalistiek handwerk meenam uit de klassieker All The President’s Men: dát is voor haar journalistiek. ‘Als ik verslag doe, gaat het niet om mij.’
En dus liet Habiballah de emotie vooral zien via haar fragmenten, bijvoorbeeld via een geluidsman die door een verwoest Gaza slentert, een absurde klopjacht van het Israëlische leger op achttien Palestijnse koeien, of de wanhoop van de Palestijnse journalist Mariam Barghouti.
Zelf bleef Habiballah daarbij iets ongrijpbaars houden, alsof de handrem nooit helemaal werd losgelaten. Dat benoemde Abbring ook richting het einde, door te stellen dat ze toch meer ‘als journalist aan tafel zit dan als Nasrah’.
De fragmenten moesten daarom maar iets van haar ‘innerlijke landschap’ tonen, en dat lukte zonder dat het ooit letterlijk hoefde te worden. Toen Abbring iets van een mening meende te bespeuren na een fragment van Edward Said, haastte Habiballah zich om te benadrukken dat ze dat zelf wel vond meevallen. Ook hier won de journalist het weer van Nasrah.
En natuurlijk was ze niet ongeschonden uit de afgelopen drie jaar gekomen. Er viel genoeg te huilen, en het overviel haar heus, als ze in een kledingwinkel in Nederland liep en ineens geluiden meende te horen van bombardementen.
Maar zelfs een drie uur durende Zomergasten-uitzending bleek niet de plek om haar eigen emotie prominent op de voorgrond te plaatsen. Dat de handrem erop bleef, was misschien even wennen, maar die rust en nuance bleken, zeker met zoveel gevoelige thematiek, uiteindelijk een enorme verademing.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie