Corné H. krijgt voorwaardelijke celstraf voor gijzeling gevangenispersoneel
Corné H. krijgt voorwaardelijke celstraf voor gijzeling gevangenispersoneel
Corné H. is veroordeeld tot een jaar voorwaardelijke celstraf voor het gijzelen van medewerkers van de gevangenis in Vught, eind vorig jaar. Hij zat op dat moment een celstraf uit voor een ander delict: hij gijzelde in maart 2024 vier personeelsleden van een café in Ede. De straf van vandaag is gelijk aan de eis van het Openbaar Ministerie.
Op sinterklaasavond 2025 gijzelde de 30-jarige H. een paar uur lang drie medewerkers van de gevangenis. Ook bedreigde hij vijf andere collega's. Hij zat op dat moment op de psychiatrische afdeling, en niet in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught. Het lukte H. om de medewerkers te gijzelen met keukenmesjes die hij had gekregen om een smoothie te maken. Ook had hij de medewerkers geboeid.
Volgens de rechter stonden de betrokken medewerkers doodsangsten uit en vroegen ze zich af of ze wel levend thuis zouden komen. "Dit moet afschuwelijk zijn geweest." H. liet zijn gijzelaars gaan na telefoongesprekken met onderhandelaars. H. moet schadevergoeding betalen aan de slachtoffers.
Tbs-traject
H. verbleef in Vught in afwachting van een plaats in een tbs-kliniek. Inmiddels is hij overgeplaatst en aan een tbs-traject begonnen.
Doordat de opgelegde celstraf voorwaardelijk is, hoeft H. zijn tbs-traject niet te onderbreken. Alleen wanneer hij opnieuw de fout in gaat, moet hij de celstraf in een gevangenis uitzitten. Het OM eiste een voorwaardelijke gevangenisstraf nadat justitie nadrukkelijk had gekeken naar zijn psychische problematiek.
Volgens de rechtbank werd het gedrag van H. tijdens de gijzeling beïnvloed door zijn stoornissen. Uit onderzoeken blijkt hij te lijden aan autisme, posttraumatische stressstoornis (PTSS) en schizofrenie. Ook vertoont hij volgens onderzoekers "antisociale en borderline persoonlijkheidskenmerken". Daardoor is H. volgens onderzoekers verminderd toerekeningsvatbaar.
Tbs-kliniek
In februari 2026 vroeg de advocaat van H. om voorrang bij een plek in een tbs-kliniek. H. was volgens zijn advocaat een gevaar voor zichzelf: zo slikte hij onder meer scheermesjes in. De rechter oordeelde dat de situatie van H. niet uitzonderlijk was, waardoor hij niet eerder een plek toegewezen kreeg.






