Home   2026-08-03 17:31:33

De luxemode in Italië leunt op uitbuiting op eigen bodem. Aanklagers zetten antimaffiawetten in voor grote schoonmaak

Original article

Terug naar de krant

In de Via Montenapoleone, een lange winkelstraat in het hart van de Milanese modewijk, liggen zij aan zij chique boetieks van de bekendste Italiaanse en internationale modemerken en designers. De buurt, populair bij fashionista’s en kooplustige toeristen, ademt luxe en weelde uit. Maar van luxe is bepaald geen sprake in de Chinese ateliers waarin onderbetaalde arbeiders, vaak zonder verblijfsvergunning in Italië, zulke luxeproducten maken.

Uit gerechtelijke documenten die NRC kon inkijken, blijkt dat de arbeiders in deze Chinese modeateliers onder groezelige en onveilige omstandigheden werken, met machines waarvan de beveiliging is weggehaald om de productie te verhogen, en in de buurt van ontvlambare producten die niet adequaat zijn opgeborgen. Het elektriciteitsverbruik toont aan dat de ateliers ook ’s nachts en op feestdagen in bedrijf zijn. De arbeiders, meestal Chinezen, werken, eten én overnachten in het atelier, in onhygiënische en geïmproviseerde slaapzalen zonder privacy. Een deel van hun karige salaris wordt ingehouden voor kost en inwoning.

Italië blijft een wereldleider in de luxe-industrie, met ruim 40 procent van alle Europese productiebedrijven in deze sector. Mode maakt 5 procent uit van het Italiaanse bbp en de uitvoer ervan brengt 60,8 miljard euro op, zo’n 9,5 procent van de totale export. Vastberaden om er orde op zaken in te stellen, voert aanklager Paolo Storari (60) van het Openbaar Ministerie in Milaan sinds twee jaar een grondige schoonmaakoperatie uit in de sector. Niet door de laatste en zwakste schakel aan te pakken, en de eigenaar van de Chinese sweatshop te arresteren, wel door de grote modehuizen ter verantwoording te roepen die hun producten in zulke ateliers laten maken.

De Italiaanse politie maakte deze foto van een sweatshop in Noord-Italië waar ze in 2024 een inval deed. Onderbetaalde en uitgebuite Chinezen maakten er voor een onderaannemer handtassen en accessoires bestemd voor een groot modehuis.

Foto Italiaanse Carabinieri via AP

Op 16 juli werd bekend dat de Italiaanse politie negen bekende modehuizen, waaronder Moncler, Bulgari en Chanel, had verzocht met documenten hun interne governance en toezicht op de toeleveringsketen toe te lichten. Er loopt geen gerechtelijk onderzoek naar deze bedrijven, maar de controle houdt wel verband met Storari’s bredere onderzoek naar uitbuiting bij onderaannemers. In december vorig jaar kregen al dertien andere bekende modemerken, waaronder Gucci, Prada en Dolce & Gabbana, een gelijksoortig verzoek.

De negen modebedrijven werden aan dat rijtje toegevoegd, nadat politie-inspecteurs in twee werkplaatsen producten en documenten over onderaanneming hadden gevonden, die terugleiden naar de bewuste merken. De twee ateliers, die worden verdacht van uitbuiting van Chinese ongedocumenteerde arbeiders, maakten kledingzakken, boodschappentassen en etuis voor Brandart en F. VL, bedrijven die de items rechtstreeks leverden aan de negen modehuizen. Die brachten de producten onder hun eigen label op de markt.

Uit de markt geconcurreerd

Zo’n waterval van onderaannemers blijkt in de modewereld wijdverspreid, laten documenten van het Openbaar Ministerie zien. „De modebedrijven, en in ons specifieke geval de hakkenproducenten, plaatsen bestellingen bij goedkopere onderaannemers, om hun winstmarges te vergroten”, zegt Andrea Parisi (49), directeur van Spectre, aan de telefoon. Zijn bedrijf, uit de buurt van Bologna, is gespecialiseerd in de afwerking van hakken voor damesschoenen. Modehuizen beseffen volgens hem bijna altijd dat ze in zee gaan met een keten van onderaannemers: „Ze sluiten contracten af met leveranciers zonder eigen productiecapaciteit of eigen machines, die de productie dus wel móéten uitbesteden om de bestelling te kunnen leveren.”

Spectre werkte veel voor grote modehuizen, maar is door ateliers in Chinese handen uit de markt geconcurreerd. Arbeidsinspecteurs van de Italiaanse politie ontdekten in het kader van dit onderzoek vooral ateliers in Chinees eigendom in de buurt van Milaan en de rest van Lombardije, maar zulke werkplaatsen zijn verspreid over het hele land. Zo telt de Toscaanse stad Prato volgens Italiaanse media zeker 4.300 Chinese modebedrijven.

Niet alle Chinese ateliers in de Italiaanse mode maken zich schuldig aan uitbuiting, zegt Parisi snel, maar niet iedereen speelt volgens dezelfde regels. „Onze concurrenten leveren een product af voor minder dan de helft van onze prijs. Omdat wij geen hongerlonen betalen, kunnen wij daar niet tegenop”, zegt de directeur. Tussen 2024 en 2025 kelderde de omzet van Spectre – in 2023 nog zo’n 2 miljoen euro – met zo’n 80 procent. „Van onze 36 werknemers bleven er vijf over. Wij werken moedig voort.”

Gerechtelijk toezicht

Om orde op zaken te stellen in de modesector, gebruikt aanklager Paolo Storari verschillende instrumenten. Modebedrijven verzoeken met documenten toe te lichten hoe ze toezicht houden op de toeleveringsketen, is daar slechts één van. Sinds begin 2024 heeft de rechtbank van Milaan ook zeven bekende modegroepen – waaronder onderdelen van de modebedrijven Valentino, Armani en Dior – onder gerechtelijk toezicht geplaatst. Twee jaar geleden bleek uit het onderzoek dat daaraan vooraf ging nog dat Dior een handtas voor 2.600 euro verkocht, 49 keer wat Dior zelf voor het product aan het Chinese leeratelier had betaald.

Een bedrijf onder gerechtelijk toezicht plaatsen, is een ingrijpende maatregel, vergelijkbaar met een zeer intensieve bedrijfsaudit. De rechtbank stelt dan een deskundige aan die in detail nagaat hoe het bedrijf zijn dagelijks werk organiseert, en bijvoorbeeld ook zijn aankopen verricht. „Het is een preventieve maatregel, die deel uitmaakt van de Italiaanse antimaffiawetgeving”, zei de Milanese rechtbankvoorzitter Fabio Roia in 2024 tegen deze krant.

Openbaar aanklager Paolo Storari.

Foto Valeria Abis/REUTERS

Door die antimaffiawetgeving, die in de rest van Europa haar gelijke niet kent, beschikt justitie in Italië over een breed gamma aan maatregelen om misdrijven en misstanden aan te pakken. Roia: „In dit geval is de preventieve maatregel bedoeld om bedrijven zo snel mogelijk te vrijwaren van criminele infiltratie en, eenmaal ‘gezond verklaard’, weer op eigen kracht te laten opereren in de vrije markt.”

Terwijl de preventieve maatregel in Italië doorgaans op maffiazaken werd toegepast, zet Storari hem nu in de modesector in, om de uitbuiting van arbeiders eruit te filteren. Het gerechtelijk toezicht op de zeven modemerken is inmiddels opgeheven, nadat de bedrijven hadden aangetoond dat ze hun toeleveringsketen grondig hadden doorgelicht, en dat ze voldeden aan de vereisten van de rechtbank.

Ethische regels geschonden

Giorgio Armani Operations, één van de betrokken bedrijven, benadrukt in een e-mail desgevraagd dat het gerechtelijk toezicht in zijn geval al in februari 2025 werd opgeheven, eerder dan na de vooropgestelde termijn van een jaar. Het modemerk voegt daaraan toe dat twee onderaannemers bij wie problemen werden vastgesteld „behalve de ethische regels ook de kernwaarden van de groep Armani hebben geschonden”. In de uitspraak waarin het toezicht werd opgeheven, erkent de rechtbank dat het modebedrijf de maatregel aangreep „als een kans om te verbeteren en te vernieuwen” en ook dat „de vastgestelde kritieke punten niet structureel waren”.

Maar intussen waren de zeven betrokken merken door het nieuws over het gerechtelijk toezicht in de internationale pers wél met uitbuiting in verband gebracht. Reputatieschade dus, een wapen dat aanklager Storari als hefboom gebruikt om bij de grote modemerken verandering af te dwingen. Om meer negatieve aandacht te vermijden en te voorkomen dat het bijvoorbeeld alsnog op een rechtszaak uitdraait, schuiven de advocaten van modebedrijven aan bij zijn kantoor in het gerechtsgebouw van Milaan. In de witte mastodont, met in koeienletters „Iustitia” op de gevel, laten ze weten dat ze willen meewerken.

De aanpak van de aanklager heeft zowel vurige bewonderaars als hevige critici, die vinden dat hij vooraanstaande modebedrijven door het slijk haalt. Arbeidsrechtadvocaat Giulia Druetta uit Turijn behoort tot de eerste groep. „De methode-Storari werpt vruchten af, omdat de aanklager streeft naar structurele verandering. Hij beseft goed dat hij door de Chinese voorman te arresteren het systeem niet verandert”, legt ze telefonisch uit. „In plaats daarvan wijst Storari de modebedrijven op hun verantwoordelijkheid, want zij hebben het geld en de macht om hun producenten te kiezen”, zegt de advocaat, die zelf vaak maaltijdkoeriers heeft vertegenwoordigd in zaken die ook over uitbuiting gaan.

Sommige resultaten van die aanpak zijn meetbaar. Voordat Storari zich over de modesector boog, was hij vooral bezig bedrijven door te lichten in de logistiek, de distributie en de bewaking van grote gebouwen. Volgens berekeningen van het Openbaar Ministerie in Milaan hebben bedrijven uit die sectoren sindsdien 1,2 miljard euro aan achterstallige btw en 98 miljoen euro aan pensioenbijdragen betaald. „Veel geld natuurlijk, maar dat tienduizenden mensen nu een stabiele baan hebben, is pas echt onbetaalbaar”, zei Storari in juni op een bijeenkomst voor juristen in Turijn. De controles brachten niet alleen de Italiaanse staatskas wat op, maar hebben ook zeventigduizend mensen een vaste baan opgeleverd.

Reputatie besmeuren

De meeste modehuizen werken in stilte mee met Storari’s onderzoek en houden zich publiekelijk liefst op de vlakte. Zo niet de bekende Italiaanse modeondernemer Diego Della Valle, van het exclusieve schoenenmerk Tod’s, die de aanklager ervan beschuldigt de reputatie van Italiaans vakmanschap en kwaliteit – ‘Made in Italy’ – te besmeuren. Tod’s is het eerste bedrijf dat rechtstreeks in het vizier kwam van het Openbaar Ministerie dat drie managers van arbeidsuitbuiting verdenkt.

Volgens de aanklager, die Tod’s voor zes maanden een reclameverbod wil opleggen, was het bedrijf op de hoogte van de praktijken bij zijn onderaannemers. In gerechtelijke documenten, die deze krant kon inkijken, stelt het OM dat het luxemodebedrijf „audits liet uitvoeren waarin problemen werden gesignaleerd, en er vervolgens niks mee deed. Dit alles wijst op een vorm van opzettelijke blindheid.” De zitting over het instellen van het reclameverbod is al verschillende keren uitgesteld, om het bedrijf de kans te geven alsnog in te grijpen, zodat het zover niet hoeft te komen. Tod’s wil niet reageren op vragen.

Schoenen van Tod’s, gepresenteerd tijdens de Milan Fashion Week. De eigenaar van het bedrijf vindt dat justitie met haar onderzoeken in de modewereld de reputatie van Italiaanse kwaliteit aantast.

Foto Jacopo Raule/Getty Images

Opvallend genoeg lijkt ook de rechtse regering van premier Giorgia Meloni, zelf toch een groot pleitbezorger van respect voor wetten en ordehandhaving, niet opgetogen over de grote schoonmaak in de modesector. „De reputatie van onze merken ligt onder vuur, zowel in Italië als in het buitenland”, zei Adolfo Urso vorig jaar, minister van Bedrijven en Made in Italy, en partijgenoot van Meloni bij Fratelli d’Italia. Urso kondigde meteen maatregelen aan om de Italiaanse modesector „krachtig te verdedigen”, zoals een certificeringssysteem. Modebedrijven zouden dan vrijwillig een garantie kunnen aanvragen dat hun productieketen de normen respecteert.

Tegenstanders zagen het als een zet van de Italiaanse regering om modebedrijven uit de wind te houden. Het voorstel is niet uitgevoerd. Afgelopen herfst voerden vakbonden en andere maatschappelijke organisaties een grote campagne tégen het certificaat, mailt Deborah Lucchetti. Zij is in Italië de nationale coördinator van de Schone Kleren Campagne, een internationaal actienetwerk dat actief is in meer dan 45 landen. „De conformiteitscertificering zou strafrechtelijke immuniteit hebben gegarandeerd voor toonaangevende merken met zo’n vrijwillig certificaat, zelfs in geval van arbeidsuitbuiting in de toeleveringsketen. Hoewel we dit met onze grote actie konden voorkomen, is de cultuur van straffeloosheid zeker nog niet uitgeroeid.”

Dat vindt ook Andrea Parisi, de directeur van het hakkenbedrijf. De schoonmaakoperatie van aanklager Storari speelt zich voornamelijk af in modestad Milaan en heeft daar impact op de sector, maar er zijn verspreid door Italië nog tal van andere modecentra, zegt Parisi: „Ik juich sterk toe wat Storari doet, en tegelijk vrees ik dat hij nog maar het topje van de ijsberg vond.”

Een winkel van modemerk Moncler in Milaan.

Foto Yara Nardi/REUTERS

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Artikel delen

  • Je kunt deze maand nog cadeau geven.
  • De link is geldig.

De link is nog geldig.

Je hebt al eerder van dit artikel een cadeaulink aangemaakt, de link is nog geldig.

Leuk dat je onze journalistiek deelt met anderen. Vanaf kun je weer artikelen cadeau geven.

Sorry, het lukt op dit moment niet om een cadeau-link te maken. Probeer de pagina opnieuw te laden of probeer het later nog eens.

Deel dit artikel via sociale media.

Hoe werkt het delen van artikelen?

Als cadeau

Als NRC-abonnee kun je elke maand artikelen cadeau geven aan een willekeurige ontvanger.

  • De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
  • De cadeaulink is geldig.
  • Het saldo wordt verminderd met 1 zodra er een cadeaulink wordt aangemaakt.

Standaard delen

Kies je voor standaard delen, dan kan iedereen met een NRC-abonnement de door jou gedeelde artikelen lezen. Niet-abonnees krijgen een betaalmuur te zien.