Groen of rood? In Europa mondt de fusie van Pro uit in geruzie
Het is een opvallende e-mail die begin juli arriveert bij de acht Europarlementariërs van Pro en een select groepje medewerkers. Het bericht, één A4’tje lang en in handen van NRC, komt van de adviescommissie die Pro heeft ingesteld om de fusiepuzzel van de partij in Europa te leggen.
Dat blijkt geen eenvoudige opgave. Sterker nog, zo luidt het advies dat is opgesteld door partijprominenten Mariëtte Hamer (oud-PvdA) en Nel van Dijk (oud-GroenLinks): om de fusie te voltooien, één Europese moederpartij te kiezen én in dezelfde bankjes als voorheen bij de groene en de rode fracties in het Europees Parlement te kunnen zitten, zit er maar één ding op. De acht parlementariërs moeten hun lidmaatschap van Pro opgeven.
Formeel zullen ze als zelfstandige Europarlementariërs verder gaan. Wat dat betekent voor hun rol in de jonge partij, of ze dan nog mogen inspreken en stemmen op partijcongressen: daar wordt nog over nagedacht, blijkt als de verontruste Europarlementariërs navraag doen.
Vorige maand vierden duizenden leden van GroenLinks en PvdA de vorming van hun piepjonge fusiepartij. Pro was geboren. Europa had het laatste open eindje moeten zijn in het fusieproces. Maar dat open eindje dreigt een open wond te worden.
GroenLinks en de PvdA hoorden ieder bij een eigen Europese politieke familie, de groenen en de sociaal-democraten. Bij welke van de twee gaat Pro horen? In september zullen de honderdduizend leden van de partij over die vraag mogen stemmen. Maar achter de schermen is de kwestie uitgemond in een machtsstrijd, die blootlegt dat het gefuseerde Pro nog altijd uit twee bloedgroepen bestaat, die anders denken over macht, invloed en identiteit.
Ingerommeld
De afgelopen maanden is een harde lobbycampagne gevoerd door PvdA-kopstukken en de Partij van Europese Socialisten (PES), de sociaal-democratische familie, om Pro binnen te slepen – het liefst zelfs zonder dat er een referendum aan te pas zou komen. Die pogingen stuiten op fel verzet bij een deel van de leden van Pro en vallen zeer slecht bij hun groene Europarlementariërs. Zij hebben het idee dat hun partij de rode familie in wordt gerommeld, met onnodig veel haast.
De Europese samenwerking tussen de twee families, die zich juist wilden laten inspireren door het succes van Pro in Nederland, is ernstig verstoord geraakt. Er smeult verzet. En ook onder de acht Europarlementariërs is de ergernis groot. „Dan ben je net de grootste ledenpartij geworden”, verzucht een ingewijde, „en dan is dit hoe je omgaat met je interne ledendemocratie.”
Voor de gemiddelde kiezers zijn Europese moederpartijen of politieke families, zoals de Partij van Europese Socialisten (PES) of de Europese Groene Partij (EGP), een abracadabra van afkortingen en organogrammen. Maar voor politici zijn ze cruciaal. Een familie is de grote tent waarin parlementariërs en Europarlementariërs, regeringsleiders en partijtijgers uit heel Europa met elkaar netwerken en samen strategieën uitstippelen.
Het meest zichtbaar is dat bij de PES. Voorafgaand aan elke EU-top in Brussel steken sociaal-democratische kopstukken zoals de Spaanse premier Pedro Sánchez, de Deense premier Mette Frederiksen en EU-president António Costa de koppen bijeen. Ministers van PES-huize doen hetzelfde tijdens Brusselse ministerraden met hun collega’s.
De groene EGP’ers doen dat niet. Ze zijn kleiner, besturen minder vaak mee en voelen zich ook fijner op de flanken. Zij vinden vaak dat je juist door principieel te zijn het beleid kunt bijsturen.
Aan de zijlijn
Die verschillen zijn ook terug te zien in Brussel en Straatsburg, in de bankjes van het Europees Parlement. Daar maken de sociaal-democraten, de op een na grootste fractie van allemaal, vaak deel uit van de meerderheid in het midden. De kleine fractie van De Groenen was de afgelopen jaren invloedrijk, maar staat vaker aan de zijlijn.
Het oorspronkelijke idee van de partijtop is dat de Pro-Europarlementariërs, vier van PvdA-huize en vier van GroenLinks, de komende jaren nog bij hun clubs kunnen blijven zitten, terwijl de Pro-top op zoek gaat naar een Europese moederpartij. Zo wordt iedereen tevredengesteld.
Er is alleen een probleem. Dat kan helemaal niet, zeggen de Europarlementariërs al vanaf het begin van de fusiediscussie. De moederpartijen en de fracties in het Europarlement zijn via allerlei regels verbonden, weten ze daar, waardoor je niet zomaar het lidmaatschap van de ene moederpartij met dat van een andere fractie kan combineren.
De partijbesturen van PvdA en GroenLinks in Nederland schuiven een beslissing echter voor zich uit. Er wordt een studie besteld bij adviesbureau EY, die lang op zich laat wachten. En als de studie in oktober 2025 eenmaal verschijnt, blijkt de juridische analyse direct achterhaald.
Het advies, dat in handen is van NRC, blijkt namelijk over het hoofd te hebben gezien dat op dat moment net een volledig nieuwe EU-verordening is uitonderhandeld over partijvorming en partijfinanciering. Die verordening, die niet lang na het verschijnen van het rapport in werking treedt, maakt zwart op wit duidelijk dat de gehoopte constructie niet kan. EY zegt vanwege afspraken over vertrouwelijkheid niet in te kunnen gaan op vragen van NRC.
Druk neemt toe
Voor de Europarlementariërs die de Europese fusiestappen volgen is het allemaal geen nieuws. Maar voor de twee partijbesturen begint de spanning nu op te lopen. Vooral bij de PvdA dringen ze aan: vanwege subsidieregels moet er vóór oktober een familie zijn gekozen.
Als oplossing suggereren GroenLinksers dat Pro een paar jaar aspirant-lid kan worden van beide politieke families. Dan kunnen de Europarlementariërs voorlopig bij hun eigen club in de bankjes zitten en kan het nieuwe Pro als jonge beweging ontdekken bij welke familie het zich thuis voelt.
Veel PvdA-prominenten zien daar helemaal niets in. Als aspirant-lid zou Pro aan invloed verliezen in de PES. Jesse Klaver mocht als leider van Pro laatst aanschuiven bij Sánchez en Frederiksen – dat is er dan niet meer bij. Politiek strateeg Saar van Bueren, die in de Commissie voor Frans Timmermans werkte, heeft een topfunctie in de PES-top, en Tweede Kamerlid Kati Piri speelt er een belangrijke rol in het bestuur. Ook die posities kunnen ze dan wel vergeten.
Een groepje PvdA’ers wil daarom vaart maken. GroenLinks en PvdA willen „een grote en krachtige linkse partij” vormen, die „verantwoordelijkheid wil dragen om het verschil te maken”, schrijven zij dit voorjaar in een interne brief aan de partijtop. „Daarbij past maar één heldere keuze die aan de fusie vooraf moet gaan: volwaardig lid blijven van de PES.”
De brief is ondertekend door klinkende namen binnen de PvdA, zoals Lodewijk Asscher, Job Cohen en Diederik Samsom. Ook oud-fractieleider Mariëtte Hamer zit erbij: zij zal nog een hoofdrol gaan spelen in het fusieproces. „Als wij een brede volkspartij willen zijn die aanspraak maakt op regeringsmacht”, concluderen ze, „dan moeten we in Europa volwaardig aan tafel zitten en past het niet om op een achteraf bankje te luisteren”.
Uiteindelijk wordt de brief nooit verstuurd. Zo’n felle boodschap zet de boel wel erg op scherp, is de consensus. Hij wordt binnen kleine kring echter wel verspreid – en is ook in handen van NRC. Als kritische GroenLinksers van het bestaan van de brief horen, slaat de schrik ze om het hart. Het meest raakt dit de vier GroenLinksers van Pro in het Europees Parlement. Ze willen de fractie van de Groenen niet verlaten. Zelfs al zouden ze nog even op hun plek kunnen blijven zitten terwijl ze zich volledig bij de PES aansluiten, dan ziet iedereen dat ze op weg zijn naar de uitgang en zullen ze geen invloedrijke dossiers en posities meer krijgen. Het grote publiek kent vooral Bas Eickhout, die dit jaar vertrok, maar ook andere GroenLinksers hebben coördinerende rollen.
Meer dan eens beginnen GroenLinksers over de inhoud. In het Europees Parlement stemmen de vier Pro-PvdA’ers vaker mee met de Groenen dan met de rest van de sociaal-democratische fractie. Dus als er zo nodig gekozen moet worden, waarom dan niet voor team groen?
Nulpunt
De verhoudingen tussen de EGP en de PES zijn door de fusieruzie „tot het nulpunt gedaald”, aldus een betrokkene. Hadden de twee moederpartijen eerst nog de hoop dat Pro een rolmodel kon zijn voor groen-rode samenwerking in heel Europa, dan is die liefde voorlopig wel bekoeld. Bij de PES zien ze de EGP als dwarsliggers, andersom beticht de EGP de PES van arrogantie.
„Ik kan straks zelfs niet meer uit principe mijn lidmaatschap opzeggen”, grapt een Europarlementariër. „Want dat moet al van de partij”
Tot zulke spanningen komt het niet tussen de GroenLinksers en de PvdA’ers in het Europees Parlement. „Het is ongemakkelijk dat we in deze situatie zijn geduwd door het partijbestuur”, zegt een bron, „maar dat werkt ook verbindend.” Het zijn vooral die twee besturen, klinkt het, die het hebben „verkloot” met hun geruzie en uitstel. „Ik kan straks zelfs niet meer uit principe mijn lidmaatschap opzeggen”, grapt een Europarlementariër. „Want dat moet al van de partij.”
Ten einde raad komt Pro uit bij een adviescommissie, bestaande uit Mariëtte Hamer (oud-PvdA) en Nel van Dijk (oud-GroenLinks). Zij suggereren als compromis het juridische geitenpaadje waarbij de Europarlementariërs hun Pro-lidmaatschap opgeven. Op die manier kunnen ze alle acht, op eigen titel, bij één politieke familie zitten, maar ook bij hun eigen gewenste fractie.
Die suggestie sterkt de GroenLinksers verder in het idee dat ze met kunst- en vliegwerk de PES in worden gerommeld. Zo kijken ze ook naar het referendum. Doordat het in september valt, kort na de vakantie en na Prinsjesdag, zal er weinig tijd en aandacht zijn voor een campagne. EGP en PES laten overigens in een reactie allebei weten dat ze het woord aan de leden van Pro willen laten.
Bovendien zullen Hamer en Van Dijk een stemadvies opstellen, dat het partijbestuur kan overnemen. Dat wordt dus de PES, vrezen critici van GroenLinks-huize. En dan weet je het wel, zegt een van hen. „Dan krijg je een Noord-Koreaanse uitslag die volgt wat het stemadvies is.” Over haar rol als ondertekenaar van de PvdA-brief en lid van de adviescommissie zegt Mariëtte Hamer: „Ik heb een lange geschiedenis bij de PvdA, maar ik ben gevraagd met dit advies boven de partijen te gaan staan, net zoals Nel van Dijk dat vanuit GroenLinks doet.”
„Eigenlijk is dit het debat dat we in Nederland hadden moeten voeren”, vervolgt de kritische oud-GroenLinkser. „Zijn we nou voor systeemverandering of willen we politiek binnen het systeem bedrijven? Dat gesprek hebben we nooit gehad. En nu moet het over de rug van het Europese debat gevoerd worden, midden in de wittebroodsweken van onze partij.”
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.