‘Er is hier geen eten, geen huisvesting, geen hulp’, zeggen de migranten die vanuit Ceuta terugkeren naar Marokko
Op de boulevard langs de jachthaven poseren twee toeristen zaterdagavond voor de grote gekleurde letters die samen het woord ‘Ceuta’ vormen. In het centrum van de Spaanse exclave zitten de terrassen vol en klinkt uitbundig gelach, voor het rooms-katholieke Santuario de Santa María de África staat een menigte in zondagse kleren. De volgende ochtend maken joggers, fietsers en mensen die hun hond uitlaten de dienst uit in de stad. Ruim 48 uur nadat bijna zestigduizend mensen de grens van Marokko naar Ceuta over zwommen, oogt het Spaanse stukje land aan de Noord-Afrikaanse kust alsof er niets gebeurd is.
Maar wie beter kijkt, ziet wel degelijk de nasleep van donderdag. Voor een grote Carrefour-supermarkt net buiten het centrum staan drie tanks op het kruispunt. Ook de parkeerplaats van de visafslag staat vol militaire voertuigen. De stranden aan de zuidkant van de exclave kijken uit op een gigantisch donkergroen militair schip. De haven, van waaruit ongeveer elk uur een veerboot naar het Spaanse vasteland vertrekt of aankomt, is omringd door busjes van de Nationale Politie en de Guardia Civil (de politie met een militaire status).
Volgens de Spaanse autoriteiten zijn de meeste mensen die donderdag de grens overstaken weer vrijwillig teruggegaan – zij schatten het aantal op bijna vijftigduizend terugkeerders. Maar niet iedereen is daartoe bereid.
Tientallen migranten hebben hun toevlucht gezocht tot grote rotsen vlak voor de zuidkust van Ceuta. Er zijn twee vrouwen bij, voor de rest bestaat de groep uit jonge mannen, ook minderjarigen, zegt Mohsin Boukhima (21) die zelf zwemmend de overtocht waagde. Onderweg naar Ceuta sprak hij ook migranten uit andere landen, uit Senegal bijvoorbeeld, maar de groep op de rotsen bestaat uitsluitend uit mensen uit Marokko. Bijna iedereen draagt slippers, niemand heeft een tas met spullen bij zich en behalve een pet ook niets om zich tegen de zon te beschermen. De 14-jarige Tito draagt al drie dagen een om zijn middel geknoopte roze wetsuit en flippers. Zondagmiddag kreeg hij schone kleren van een hulporganisatie.
Boukhima komt uit Tetouán, een Marokkaanse stad op veertig kilometer ten zuiden van Ceuta, vertelt hij in een mix van Engels en Arabisch. Hij werkte daar als kapper, maar verdiende niet genoeg om in zijn levensonderhoud te voorzien. „Er is geen werk in Marokko en de salarissen zijn heel laag, daarom wil ik naar een Europees land verhuizen.” Marokko kampt met hoge werkloosheid: ongeveer 13 procent van de beroepsbevolking heeft geen werk, onder jongeren is dat percentage nog veel hoger: bijna 36 procent. Hij was daarom voorbereid om te vertrekken, zegt hij. „Ik wilde elke dag komen. Toen ik donderdag op sociale media zag dat het kon, ben ik meteen naar de grens gegaan.”
De afgelopen drie nachten heeft Boukhima op de rots geslapen. Aan eten en drinken is lastig te komen – veel winkels sloten donderdag hun deuren en staan ook nu niet te springen om de migranten binnen te laten. Op hulp van de politie hoeven ze niet te rekenen. Hij haalt een pakje crackers uit de band van zijn lichtblauwe nep-Chanel korte broek, pakt er een cracker uit, breekt die doormidden en biedt de helft aan.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/02152506/020826BUI_2035629486_2.jpg)
Militairen van de Regulares-eenheid, die actief is in de Spaanse exclaves Ceuta en Melilla, spreken met migranten voor de kust van Ceuta.
foto henry nicholls/AFPVrijwillige terugkeer
Tijdens het gesprek kijkt Boukhima, leunend op de balustrade die de boulevard van het begin van de rotsen scheidt, voortdurend om zich heen. „Als de politie komt, moet ik weg”, zegt hij. Even later komt er een groepje militairen aan. De jongens op de rotsen deinzen aanvankelijk terug, maar gaan toch in gesprek, in het Arabisch. Dat begint vriendelijk maar loopt al snel hoog op. Een vrouw valt op haar knieën en houdt haar handen smekend voor haar borst, terwijl een jongen begint te huilen. „Ze zeggen dat we terug moeten naar Marokko”, zegt Boukhima. „Als we niet meewerken, zullen ze ons met geweld verdrijven en honden inzetten.”
Hij vraagt of hij zijn moeder mag bellen – hij heeft zijn telefoon in een plastic hoes om zijn hals hangen maar de batterij is leeg. „Ze zegt dat ik hier moet blijven”, zegt Boukhima na het telefoongesprek. „Zij heeft me aangemoedigd om te gaan en kijkt nu of ze mensen kan bereiken die me hier misschien kunnen helpen.” Vier andere jongens besluiten wel te vertrekken. Ze stappen in de auto’s van de lokale politie, die ze naar de grens zal brengen.
Een militair van de Regulares – de elite-eenheid op Ceuta en Melilla, te herkennen aan hun rode vilten hoedje met zwarte kwast (Tarbush) – legt uit dat ze proberen mensen over te halen vrijwillig terug te keren. Hij is geboren in Ceuta, spreekt een beetje Arabisch en werd in zijn vakantie teruggeroepen om deze crisis te bezweren. Zijn naam wil hij niet geven omdat hij geen woordvoerder is. De migranten met geweld verdrijven zullen ze niet doen, zegt hij, dat mogen ze ook niet.
Elders in Ceuta wekken zijn militaire collega’s een andere indruk. Regulares-leden lopen met getrokken wapenstokken door de buitenwijken van de stad en sommeren migranten, veelal met plastic tasjes in de hand, richting de grens te lopen. Als iemand een andere weg inslaat, rennen ze erachteraan, gesteund door een grote auto die via een luidspreker instructies communiceert.
‘We zullen zeker weer komen’
Adam Boudale (18) komt met zijn vrienden Utman Lazaar (18) en Elbouyod (17) aanlopen. Het drietal uit Tetouán kwam ook naar Ceuta voor een betere economische situatie, maar vindt het te onveilig om langer te blijven. „Iemand uit de stad heeft een pistool op ons gericht”, vertelt hij. Boudale is met stenen bekogeld, zegt hij wijzend op een grote wond op zijn knie en een gezwollen rood met blauwe plek op zijn pols. De frictie tussen de inwoners van Ceuta en de migranten is even later ook te zien als er een man op een scooter langsrijdt die in het Spaans verwensingen roept naar de migranten die zich bij de grens melden om terug te keren.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/02152552/020826BUI_2035629486_3.jpg)
Op het strand bij Ceuta zijn honderden losse slippers en schoenen aangespoeld.
foto pedro nunes/REUTERSYohyd (15) en Adam (16) uit Tanger en Yohyds zus Douae (17) uit Fez – waar ze werkt in een naaiatelier – hebben na drie nachten ook besloten om terug te gaan. „Er is hier geen eten, geen huisvesting, geen hulp”, zegt Yohyd. „De inwoners van Ceuta zijn gewelddadig en de politie wil dat we teruggaan.” Bovendien was de situatie extra gevaarlijk voor zijn zus, zegt hij, als een van de weinige vrouwelijke migranten. „Tijdens de tweede nacht kwam er een Arabisch sprekende man die me geld voor eten aanbood als ik die nacht met hem mee zou gaan”, vertelt Douae. „Gelukkig was ik met mijn broer en zijn vriend, zij konden me beschermen.”
Hun terugkeer verandert niets aan hun toekomstplannen: „We zijn gekomen om een nieuw leven te beginnen en om voor onze familie te kunnen zorgen”, zegt Yohyd, die in Tanger op school zit. „We gaan nu terug omdat ons eten op is, maar een volgende keer zullen we zeker weer komen. Een toekomst in Marokko zie ik niet voor me.”
Later op de middag komt Boukhima voorbij lopen, richting de Marokkaanse grens. „Daar ben ik niet naar onderweg hoor”, zegt hij lachend. Voorlopig niet, tenminste. „Het kan zijn dat ik daar over twee of drie dagen anders over denk.”
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.