Goede zorg vraagt meer dan minder behandelen
De discussie over jonge vrouwen met chronische suïcidaliteit, ernstige emotieregulatieproblemen en terugkerende opnames (Nieuwsuur, 24 juli) raakt een pijnlijke paradox: een zorgsysteem dat bedoeld is om mensen weer regie te geven, kan in de praktijk soms afhankelijkheid versterken en autonomie verzwakken.
Chronische suïcidaliteit ontregelt niet alleen patiënten en hun naasten, maar ook behandelaren, teams en organisaties. Angst, frustratie en schuldgevoel zijn onvermijdelijk wanneer professionals langdurig worden geconfronteerd met ernstig psychisch lijden en het risico op suïcide. Meer opnames, meer crisisinterventies en voortdurende geruststelling kunnen leiden tot een patroon waarin zowel patiënt als behandelaar gevangen raken. De patiënt leert dat veiligheid vooral van buitenaf moet komen. De behandelaar leert dat hij of zij voortdurend verantwoordelijk is voor iets wat niet controleerbaar is: het voorkomen van iedere suïcide.
Dat instellingen zoeken naar een uitweg uit deze vicieuze cirkel is begrijpelijk. Autonomiebevorderend beleid (ABB) is vanuit die gedachte ontstaan. Bij een deel van de mensen met blijvende suïcidaliteit blijken steeds terugkerende veiligheidsmaatregelen niet te helpen, maar juist herstel in de weg te staan, en daar moeten we iets aan doen. Dat perspectief verdient steun.
‘Te complex’
Tegelijkertijd laten de recente brandbrief van patiëntenorganisatie MIND en de reportage in Nieuwsuur zien dat veel patiënten de toepassing ervan anders ervaren. Jonge vrouwen beschrijven een geschiedenis van trauma, afwijzing, wisselende behandelaren en het gevoel ‘te complex’ te zijn geworden voor de ggz. Sommigen ervaren ABB als in de steek gelaten worden in plaats van ondersteund worden. Deze ervaringen maken de intenties achter het beleid niet ongeldig, maar stellen wel een essentiële vraag: hoe zorgen we voor een gezonde autonomie?
Autonomie ontstaat niet door iemand alleen te laten. Autonomie ontstaat binnen relaties waarin iemand zich gezien, begrepen en gesteund voelt. Het is geen eigenschap die kan worden afgedwongen. Het groeit wanneer iemand stap voor stap ervaart dat zij zelf invloed kan uitoefenen op haar leven. Een kind leert niet zwemmen door de bandjes lek te prikken. Een patiënte leert geen richting te geven aan haar leven door zorg weg te nemen.
Wanneer zulke steunende relaties ontbreken, zoeken mensen elders naar erkenning en houvast. Dat helpt verklaren waarom sociale media, online gemeenschappen en chatbots een rol spelen in het debat. Sommige online omgevingen en algoritmes kunnen destructieve patronen versterken, maar veel vrouwen komen er ook terecht omdat zij op andere plekken onvoldoende aansluiting hebben gevonden. Online gemeenschappen en chatbots kunnen een deel van het probleem zijn, maar leggen ook een tekort bloot: het gebrek aan plekken waar mensen met ernstig psychisch lijden zich werkelijk gezien, begrepen en geholpen voelen.
Doel is niet minder zorg
Een recente bijdrage over ABB in het Tijdschrift voor Psychiatrie (februari 2026) onderstreept dat punt: de waarde van ABB zit niet in het verminderen van zorg, maar in het anders organiseren ervan. Het doel is niet minder zorg, maar ruimte maken voor zorg die beter aansluit en daadwerkelijk bijdraagt aan herstel en groei. De auteurs laten zien dat verschillende wetenschappelijk onderbouwde behandelvormen voor persoonlijkheidsproblematiek dezelfde fundamenten delen: autonomie ontstaat door mensen binnen een voorspelbare en begrensde relatie de vaardigheden, het inzicht en het vertrouwen te geven om stap voor stap zelf richting te geven aan hun leven.
Juist daar zou het debat over moeten gaan. Niet over de vraag óf we autonomie moeten bevorderen, maar over de vraag hóé we dat verantwoord doen. Hoe zorgen we voor voldoende therapeuten en teams die naast suïcidale patiënten blijven staan: met een duidelijk en voorspelbaar kader, een lange adem en de bereidheid om telkens opnieuw verbinding te maken, juist wanneer het moeilijk wordt?
We weten inmiddels, dankzij patiëntervaringen, wetenschappelijke inzichten en decennia aan klinische ervaring, wat deze groep nodig heeft én wat nodig is om die kennis naar de praktijk te vertalen. De uitdaging ligt niet in het ontbreken van kennis, maar in het creëren van de juiste voorwaarden: voldoende gespecialiseerde teams, structurele investering in opleiding, intervisie en supervisie, en een financieringssysteem dat de complexiteit van dit werk erkent in plaats van ontmoedigt.
Anders kijken naar professionals
Als we willen stoppen met het labelen van patiënten als ‘te complex’ of ‘onbehandelbaar’, moeten we ook anders kijken naar de professionals die bereid zijn deze complexiteit mee te dragen. De kloof tussen wat we weten dat werkt en wat behandelaren daadwerkelijk kunnen bieden, is geen gevolg van gebrek aan inzet of betrokkenheid, maar van een systeem dat hun werk nog onvoldoende ondersteunt en waardeert.
Kortom: autonomie ontstaat niet door mensen alleen verantwoordelijk te maken, maar door de omstandigheden te creëren waarin zij die verantwoordelijkheid daadwerkelijk kunnen ontwikkelen. Dat geldt voor patiënten én voor de behandelaren die hen ondersteunen.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie