De boot van Gabriël Kousbroek heet Waterpoes. Drie keer raden waarom
Er bestaan zeehonden en meerkatten, maar ook waterpoezen. Gabriël Kousbroek (1965) had er zelfs drie, waarover hij een boek schreef en tekende: Waterpoes – Een botografie. Die waterpoes is namelijk een bootje, om precies te zijn een schippersvlet van het soort waarmee hij sinds de jaren tachtig door de Amsterdamse grachten en over het IJ voer en vaart.
Kousbroek is een liefhebber en ook een kenner, die zijn lezers zeer gedetailleerd informeert over de technische kant van de zaak. Zo noemt hij de Johnson Seahorse-tweecilindertweetaktbuitenboordmotor van 4 pk uit 1954, de Seagull-eencilindertweetaktlangstaartbuitenboordmotor van 4 pk, een Evinrude-buitenboordmotor van 4 pk en een Suzuki-viertaktmotor van 6 pk met een externe benzinetank van 30 liter. Op bladzijde 31 voert hij een gesprek over al die pk’s met zijn grote vriend Ivo, een personage dat tientallen keren opduikt maar nergens wordt voorgesteld.
Uit het dankwoord achterin blijkt dat Ivo een achternaam heeft, Biegman; een beschrijving van zijn uiterlijk of achtergrond ontbreekt echter.
Kousbroeks botografie bestaat uit losse verhalen die een periode van veertig jaar bestrijken en bol staan van avonturen en hachelijke toestanden. Het is een echt jongensboek, met dien verstande dat er ook veel joints worden gerookt en beugelflessen Grolsch worden leeggedronken tijdens de tochtjes over het water. De meeste anekdotes zijn verrijkt met een paginagrote illustratie en soms met een stripje, bijvoorbeeld bij ‘Breitner, in het IJ, 2007’.
Op een dag dobbert Kousbroek op het IJ met een buitenboordmotor die niet wil starten. Er drijft een plankje op het water waarmee hij naar de kant peddelt. Hij ontdekt dat er een afbeelding op het plankje staat van een Amsterdamse gracht en een paard-en-wagen. Een vriend die in het Stedelijk Museum werkt, herkent de afbeelding: het is een Breitner, om precies te zijn een lithografie van het schilderij Lauriergracht in de winter uit 1893. Een sjieke peddel dus.
En wat de naam ‘waterpoes’ betreft: die verwijst naar het geslachtsdeel van een vriendinnetje met wie hij ooit bootseks heeft gehad.
Veel aandacht voor details
Deze botografie is niet Kousbroeks eersteling. Eerder publiceerde hij Kousboek – Autobiografie, verschreven en verstript (2013) en Buikschuiver – Gaap en de kunst van het brommeronderhoud (2020). Zo brengt hij zijn leven stap voor stap in kaart, met tekst en beeld en veel aandacht voor details.
Aan het slot van Waterpoes ontdekt hij het elektrisch varen, om precies te zijn met een ePropulsion Spirit 1.0 Plus. Hij schrijft: ‘Je kunt tijdens het varen fluisterend een gesprek voeren en dan versta je elkaar nog. Alleen het geluid van het water dat tegen de boot klotst, is hoorbaar. Wanneer je met je oor heel dicht op de gashendel zit, hoor je een zachte pieptoon, en als je vol gas vaart alleen een zachte brom.’
Mooie zintuiglijke bijzonderheden, die het bootjesgevoel dichtbij brengen. Het enige wat ontbreekt is die typische algengeur van het grachtenwater. Misschien kan die in een apart flesje bij het boek worden geleverd.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie