Home   2026-08-03 17:31:33

‘Zinzoekers’ schetst mooie portretjes van mensen voor wie het woord ‘thuis’ totaal uiteenlopende betekenissen heeft

Original article

Ik kan het hele weekend aan niets anders denken dan Justen de Wildt. De 22-jarige volkszanger is een van de muzikale sensaties van deze zomer, met zijn onvergetelijke hit Cheerio (‘We gaan nog eeeeeven door’).

Die populariteit was voor RTV Utrecht reden om De Wildt eens te vragen naar zijn favoriete plekken in de provincie. Dat leverde een paar mooie bespiegelingen op, zoals: ‘Veenendaal is mooier dan Parijs, zeggen ze. Ik vind het ook echt mooier dan Parijs. Hier praat je gewoon Nederlands. In Parijs praat je Frans, en dat kan ik ook niet zo goed.’

Toch bleef geen uitspraak langer hangen dan: ‘Mijn favoriete plek is toch wel mijn huis. Dat is iets waar ik toch wel iedere dag ben.’ Cruijffiaanser wordt het niet.

Het interview sloot perfect aan bij de start van de vijfdelige serie Zinzoekers, waarin wetenschapsjournalist Anna Gimbrère op ‘ontdekkingstocht gaat langs de grote levensvragen van onze tijd’. Daarbij gaat het om vragen als: ‘Hoe belangrijk is vriendschap?’, ‘Wat maakt ons tot wie we zijn?’ of, zoals in de eerste aflevering: ‘Wat is echt thuiskomen?’

Anna Gimbrère gaat op ‘ontdekkingstocht langs de grote levensvragen van onze tijd’.Bron KRO NCRV

Bij dit soort existentiële levensvragen ligt zweverigheid of ongrijpbaarheid al gauw op de loer. Dat leek ook het geval toen socioloog Jan Willem Duyvendak de huiskamerstudio van Gimbrère binnenwandelde. Op de vraag wat een thuis eigenlijk is, reageerde Duyvendak: ‘Het is best wel een moeilijke vraag. Het varieert enorm tussen mensen.’ Tja, dan vond ik de teksten van De Wildt toch sterker.

Toch trok het gaandeweg bij, vooral omdat Gimbrère een prettig losse presentatiestijl hanteert en het programma mooie portretjes schetst van mensen voor wie het woord ‘thuis’ totaal uiteenlopende betekenissen heeft.

Veruit het boeiendst was het levensverhaal van spokenwordartiest Kershawn. Zijn jeugd werd getekend door onveiligheid en armoede, met een agressieve vader die hem en zijn moeder verliet toen hij 2 jaar oud was, maar te pas en te onpas weer opdook om ellende te veroorzaken.

Voor Kershawn was het buiten onveilig én thuis onveilig, en hij besloot dat maar te accepteren, omdat dat is wat je doet als kind. Duyvendak over kinderen die vaak verhuizen of weinig stabiliteit en veiligheid kennen: ‘Als kinderen opgroeien in onveilige situaties, weten ze al helemaal niet hoe ze zich elders moeten bewegen. Als je je nooit ergens thuis hebt gevoeld als kind, denk ik dat je best veel hebt gemist.’

Pas toen Kershawn als twintiger in een betere thuissituatie terechtkwam, zag hij in wat een écht thuis was. ‘Je kunt nog zoveel huizen hebben, of plekken waar je vaak komt, maar op het moment dat jij je niet thuis voelt of de mensen in dat huis er niet voor jou zijn, wat is thuis dan? Wat is dat dak dan? Thuis, dat zijn voor mij de mensen.’