Ook tijdens de laatste editie is Kwaku een groot familiefeest: ‘Er wordt wat afgeknuffeld en gelachen’
Op de maat van Beyoncés Run the World (Girls) komt een klein meisje met vlechtjes het podium op om daar te schitteren. Op zilverwitte schoentjes stapt ze met een van de diva geleende zelfverzekerdheid en haar eigen schattige onwennigheid rond. Het publiek in de tent documenteert het heuglijke moment met hoog gehouden smartphones, want de Little Miss Kwakoe Verkiezing is in volle gang in het Kinderdorp van het Amsterdamse Kwaku Zomerfestival.
Net zoals bij de reguliere missverkiezing is er een jury, aan wie de kleine miss haar talent mag presenteren. Ze zingt Joe Mama, de Surinaamse variant van de smartlap, die de harten week en de ogen nat maakt.
Deze Surinaamse traditie is al jaren verbonden met het festival in het Nelson Mandelapark in Amsterdam-Zuidoost. Wat in 1975 begon als een voetbaltoernooi in de toen grotendeels Surinaamse Bijlmer, is in 2026 uitgegroeid tot een intercultureel festival waar muziek, eten en drinken het voetbal vrijwel volledig naar de achtergrond hebben verdrongen.
Ironisch genoeg transformeerde Kwaku in diezelfde 51 jaar van houtje-touwtje voetbalfestival – voor mensen die te weinig geld hadden voor vakantie – tot commercieel evenement met zulke hoge kosten dat het zichzelf niet meer kan bedruipen. Kwaku zélf heeft geen geld meer. Dit jaar is de laatste editie.
Nog geen melancholie te bespeuren
Op de allerlaatste zaterdag van het festival is in Klein Suriname echter geen voorschot op de melancholie te bespeuren over het aangekondigde verscheiden. Kwaku is ook vandaag het feest waar al je zintuigen worden verleid om van het gebodene te snoepen.
De geur van barbecuekip strijdt met het masala-aroma van roti. Een flard van een traditionele kawinaband van het La Spang-podium wordt weggeblazen door de dancehall van podium Tha Block. Er zijn orgeade – limonade van amandelen – jurkjes in de kleuren van de Surinaamse vlag en natuurlijk de onontkoombare nasi en bami. Je kunt er het traditionele Surinaamse ovengerecht pom in de vorm van een burger krijgen. Inclusiviteit en diversiteit indachtig zijn er ook een Antilliaanse dag en een Roze zondag. Verder nog Braziliaanse grill, bubble tea en een ‘exotische’ delicatesse als patat met.
Kwaku is het tegenovergestelde van een gemiddeld Nederlands festival. Hier vallen witte mensen juist op door hun aanwezigheid. Een familiefestival met de gemoedelijkheid van een uit zijn voegen gebarsten buurtfeest. Hier ren je niet met fomo van de ene naar de andere act, maar flaneer je lurkend aan een orgeadeslushie en zie, hoor of ruik je wel wat er op je weg komt. Of wie.
Eigen mensen
Carmelita Ngoermin (65) is er voor de derde keer met een groepje Javaanse Surinamers uit Eindhoven die ze kent van de Surinaamse soos Mi Bosie. Ze ontmoet hier haar ‘eigen mensen’. ‘Want het is wel de grootste activiteit voor Surinamers hier in Nederland.’ Bij Marie Rawidjan (67) roept Kwaku het gevoel van Suriname op in Nederland. ‘Je hoopt altijd kennissen tegen te komen die je lange tijd niet hebt gezien.’
Wie je steevast op elke Kwaku kon tegenkomen is Romeo Proeger. Hij stond aan de wieg van het festival met de Surinaamse culturele vereniging La Spang, die in de prehistorie van Kwaku een van de voetbalelftallen leverde. Nu runt hij samen met Eric ‘Roba’ Kajieffa een livepodium, drie bars, een keuken, sap- en fruitstand en een barbecue.
Ontmoetingsplek
Hij kan zich nog goed herinneren dat het festival, destijds als Kwakoe gespeld, een open festival was. ‘Zonder hekken. Entree heffen was ondenkbaar. Toen dat dertien jaar geleden veranderde, heerste er wel wat onwennigheid. Maar de organisatie die speciaal voor het festival uit de grond werd gestampt, heeft veel goeds gedaan. Daarvoor liepen het niet altijd even soepel tussen de clubjes die het samen deden. Het is veel professioneler nu. Er is duidelijkheid, structuur en een internationale uitstraling. Gisteren hadden we Kassav, een populaire zoukband uit Guadeloupe. Dat trekt Frans publiek dat hier zijn ogen uitkijkt.’
Toch, het allerleukst aan Kwaku vond hij het voetbaltoernooi dat is gesneuveld door uitbreiding en professionalisereing.
‘Maar de saamhorigheid bestaat nog. Dat en de laagdrempeligheid zijn voor mij de essentie. Die zorgden ervoor dat het hier kon uitgroeien tot een ontmoetingsplek voor Surinamers die verspreid over Nederland wonen en elkaar hier jaarlijks terugzien. Er wordt nogal wat afgeknuffeld en gelachen. Dat valt allemaal weg als het festival er niet meer is.’
Onzeker vooruitzicht
Het is een somber en onzeker vooruitzicht. Als Proeger over het terrein loopt, vragen bezoekers steevast of hij weet wat er volgend jaar gaat gebeuren. ‘Tja, ik hoop dat het festival doorgaat in een andere vorm. Het is nu aan de politiek en in oktober moet er zekerheid komen.’
Hij heeft een gelatenheid, gestut door een basis van voorzichtig vertrouwen dat zoiets toch niet zomaar verloren kan gaan. Je bespeurt het ook bij de bezoekers.
Otto Piet, wit en autochtoon, had opgevangen dat de Gaasperplas kans zou maken als locatie voor Kwaku 2.0. Als ervaren Kwakuganger – ‘Ik kom er al twintig jaar’ – die op Scholengemeenschap Bijlmermeer zat, voelt hij zich hier thuis. Al zijn de prijzen wel de pan uitgerezen. ‘Zo’n vijftien jaar geleden betaalde je voor een fles Parbobier 5 euro. Da’s nu 20 euro.’ Hij kwam altijd met zijn vrouw. Die kon deze keer niet mee, omdat ze een kleine hebben. Maar hij heeft alvast wat telo (gefrituurde cassave met bakkeljauw) voor thuis gescoord.
Als hij weer oplost in de krioelende menigte in het park, kijk je onwillekeurig omhoog en zie je de nieuwbouw die het park omsluit. Gebouwen die in de steigers staan, maar hun schaduw al vooruit werpen. Hier komen nieuwe nieuwkomers in Zuidoost te wonen. Bewoners waar in verband met geluidsoverlast ook rekening mee gehouden moet worden. Wie dan volgend jaar vanaf zijn balkon naar beneden kijkt, zal zien hoe Nederlands grootste inclusieve feestje door hoge kosten en regels plaats heeft moeten maken voor een treurig stemmende stilte.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie