Bij ware emancipatie kiest de vrouw zelf
Maren Laterveer bewijst het feministische debat een dienst. Ze rekent af met het idee dat emancipatie vooral een kwestie is van vrouwen die betere keuzes moeten maken: meer werken, beter onderhandelen, minder ‘deeltijdprinsesje’ zijn. Alsof vrouwen maar wat harder hun best hoeven te doen en de ongelijkheid vanzelf verdwijnt. Daar heeft ze gelijk in. Keuzes ontstaan niet in een vacuüm.
Waar ik haar niet volg, is haar conclusie. Volgens Laterveer zijn kapitalisme en patriarchaat zo met elkaar verbonden dat werkelijke gelijkheid onmogelijk is zolang het kapitalistische systeem blijft bestaan. Dat is een forse en onnavolgbare gedachtesprong.
De geschiedenis laat iets anders zien. De achtergestelde positie van vrouwen begon niet met het kapitalisme en verdween ook niet waar het kapitalisme werd afgeschaft. Onder feodale stelsels hadden vrouwen nauwelijks zelfstandige rechten. In communistische regimes bleef de staat diep ingrijpen in hun leven. En in theocratische samenlevingen, zoals onder de Taliban, zijn vrouwen vrijwel uitgesloten van onderwijs, werk en het openbare leven. Het patriarchaat blijkt dus uitstekend te kunnen bestaan zonder vrije markten. Waarom zou het omgekeerde dan niet ook kunnen?
Een markteconomie kan ongelijkheid overnemen en versterken. Maar daaruit volgt niet dat zij die ongelijkheid nodig heeft om te bestaan. Financiële onafhankelijkheid is niet de hele definitie van vrijheid. Maar het is wel degelijk de deur ernaartoe. Daarom draait het echte debat niet om kapitalisme tegenover feminisme. Het draait om vrijheid. Dat vraagt meer dan aan vrouwen vertellen dat ze het anders moeten doen. De overheid moet barrières wegnemen die economische zelfstandigheid belemmeren. Talent moet eerlijk beloond worden en gelijke kansen moeten er voor iedereen zijn.
Tegelijkertijd mag emancipatie zelf geen nieuw keurslijf worden. Niet iedere vrouw hoeft ceo of ondernemer te worden om zich als geëmancipeerd te beschouwen. En een vrouw die wél veel wil werken, moet niet hoeven kiezen tussen ambitie en haar gezin. Dat hoeven mannelijke ondernemers immers ook niet. De gedachte dat die twee elkaar uitsluiten, is misschien wel een van de hardnekkigste erfenissen van het patriarchaat. Een vrouw die bewust meer tijd met haar kinderen doorbrengt, is niet per definitie een betere ouder. En een vrouwelijke ceo niet per definitie een slechtere.
Laterveer roept ons op om op de schouders van eerdere feministen te gaan staan. Graag. Maar wie op schouders staat, hoort verder te kunnen kijken. Niet naar één juiste manier om vrouw te zijn. Wel naar een samenleving waarin iederéén kan bepalen wat zij met haar talent, haar tijd en haar leven wil doen. En waarin zij altijd de (economische) vrijheid heeft om die eigen keuzes te kunnen dragen. Dat is de volgende stap in emancipatie: niet vrouwen vertellen welke keuze hen vrij maakt, maar ervoor zorgen dat zij werkelijk vrij zijn om te kiezen.
Judith Zuijderhoudt Bestuurslid Liberaal Vrouwen Netwerk
Onderwijs Groep 8-musical
NRC bericht uitgebreid over de universitaire pabo en laat ook diverse studenten aan het woord (28/7). Opvallend is dat niemand het heeft over zijn of haar passie jonge kinderen goed te leren lezen, rekenen of schrijven. Wel lijkt het een student leuk om een groep 8-musical op te zetten. Dat is natuurlijk ook belangrijk. Maar het ambacht van de ouderwetse onderwijzer (onder andere goed en behoorlijk Nederlands bijbrengen) mag nooit uit beeld verdwijnen.
Maarten Rácz Enschede
fast fashion Wat kan ík doen?
Het artikel over fast fashion was voor mij een eyeopener (24/7). Er is al veel geschreven en weinig gedaan om de schadelijke effecten van deze plaag aan te pakken. Toch blijft het moeilijk te achterhalen welke noodzakelijke maatregelen de lezer hieraan moet verbinden. Wellicht kan de redactie overwegen meer ruimte te scheppen voor gedetailleerde toelichting op dit schrijnende probleem.
Leo van Wersch Heemstede
onderwijsDenktank voor leraren
Een uitstekend stuk van Juul Tammenga (22/7). De Onderwijsraad doet voortdurend voorstellen die niet stroken met de werkelijkheid. Zo ervaar ik dat als leraar ook. Taaldiversiteit en het voorstel om de brugklasperiode te verleggen naar drie jaar zijn ongegrond en niet wetenschappelijk onderbouwd. De uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt bij de leraren en die worden in de besluitvorming overgeslagen. De werkdruk die zodoende ontstaat, leidt tot de ongemakken waar het onderwijs mee kampt, bijvoorbeeld stagnatie van het leesonderwijs, personeelstekort en toenemende bureaucratie. Er zou een denktank moeten komen waarin met name leraren vertegenwoordigd zijn.
Thomas Hendriks Amsterdam
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.