Ben je queer in 2026, dan verricht je een politieke daad. Je vraagt er niet om, maar het is zo
Wat raakt me nou zo? De vanzelfsprekendheid in haar stem? In 1977, toen niets vanzelfsprekend was aan wat Mies Bouwman deed?
Bouwman, tv-koningin en buitencategorie bekende Nederlander, stak haar nek uit door een nacht te presenteren in het Concertgebouw in Amsterdam. Een protest tegen de Amerikaanse anti-homoactiviste Anita Bryant, maar vooral een stap voor homo’s in eigen land, uit de schemer in het licht. De lange strijd voor de openstelling van het huwelijk begon daar.
Het benefiet is uitgangspunt van de prachtige, hyperurgente NOS-podcast Luister Anita, van Winfried Baijens. De titel is ontleend aan een protestlied van de Zangeres zonder Naam. Meer mainstream dan Mies Bouwman en de Zangeres Zonder Naam werd het niet. Dát raakt ook, dat je zulke stemmen nu meer zou willen horen.
In het Concertgebouw werd geld ingezameld voor advertenties in Amerikaanse bladen, maar de actie ging over ons. ‘Ze zullen merken wat voor land Holland is’, zei Bouwman, waarmee ze iets probeerde af te dwingen dat niet bestond: Nederland als baken van gelijkwaardigheid. Een poos leek het wel of we daarnaar op weg waren.
‘Maar ze hebben ons erin geluisd, hè?’, zegt het personage Melba, een oudere in drag, in de Britse tv-serie Tip Toe. ‘Als je me in 1996 had gevraagd hoe 2026 eruit zou zien, had ik gezegd: gouden jaren! We zullen hand in hand door de straten huppelen. Maar ze hebben gewoon afgewacht. Ze lieten ons allemaal uit de kast komen, ja. Maar alleen zodat we hier nu staan, open en bloot, klaar om te worden neergemaaid.’
Het blijft onwerkelijk dat anderen oordelen over op wie je valt. Ik heb met een vrouw geleefd en leef met een man en dat is leerzaam, hoor. Je gaat van doodgewoon naar curiosum zonder dat aan jezelf iets wezenlijks is veranderd.
Je kunt er niet omheen. De betonblokken die het kneuterige Pride-buurtfeest moeten beschermen. De vlaggen op het Museumplein van landen waar ik strafbaar zou handelen. Maar bij alles wat het in me losmaakt, overheerst de absurditeit.
Haat verbroedert, dat wel. Terwijl een achterhaald debat woedt over waar het gevaar vandaan komt, de radicale islam of manosferisch extreemrechts, hebben die twee – zoals extremisme-onderzoeker Anne Craanen uitlegt in de NOS-podcast – elkaar al lang gevonden in een totaalpakket: misogynie, antisemitisme, queerhaat.
De meeste agressie richt zich tegenwoordig op trans mensen. En nu hoor je wel dat de strijd van de L’s, de H’s en de B’s een andere is dan die van de T’s. Er zijn ook L’s, H’s en B’s die dat zeggen. Zoals sommige jonge queers het meeste venijn lijken te reserveren voor witte homomannen. Ik denk dat je als afwijkers van de norm toch meer met elkaar gemeen hebt dan dat je van elkaar verschilt.
En de types die graag dicteren hoe zichtbaar álle letters mogen zijn – ‘nee, nog íétsje minder uitbundig, er moeten nog een Senseo en een geurkaars bij!’ – weten wel raad met de ingewikkeldheden binnen de regenboogfamilie. Zij stellen heus legitieme vragen. Is het soms niet zorgelijk dat veel meer jongeren die als meisje werden geboren zich melden voor transgenderzorg dan andersom? Je kunt alleen goed horen of iemand vragen stelt uit bekommernis of ze als breekijzer hanteert.
Wie zich zorgen maakte om jongeren in de knoop, zou warm klinken en behoedzaam. Die plempt niet X of de opiniepagina’s vol met schrille sjabloonkreten. Een onderbelichte zin in het recente onderzoek van de Gezondheidsraad naar transgenderzorg was deze: ‘De manier waarop gendervragen zich manifesteren – als hulpvraag of als zorgvraag – wordt mede bepaald door het niveau van acceptatie van genderdiversiteit in de samenleving.’ Laten de mensen die het hardst schreeuwen dat behandelingen onnodig zijn, nu net niet degenen zijn die hun armen het wijdst openen voor vrouwelijke jongens, mannelijke meisjes en alle wonderschone variaties die de menselijke soort te bieden heeft.
In Tip Toe zegt hoofdpersoon Leo tegen zijn bekrompen buurman: ‘Jullie zijn begonnen met dat gedoe over persoonlijke voornaamwoorden. Op het schoolplein is het al: wat ben je nou, een jongen of een meisje? Ons hele leven. En als we dan zeggen: oké, jij je zin, als we zó verwarrend zijn, kan ik voortaan ‘hen’ zijn, is het nog steeds niet goed.’
Dit weekend sta ik voor het eerst op een boot tijdens de Canal Parade. Ergens heeft het iets vernederends, om de boer op te moeten met je bedgewoonten: ‘Kijk, dit is mijn man, vindt u het goed dat ik hem nu en dan goed te grazen neem? Ik doe een dansje in thema-outfit bij wijze van overtuigingskracht.’
Maar voor de mensen die zich afvragen of het allemaal niet gewoon in de privésfeer kan: nee, juist niet. Een kwart van de queer jongeren die een NOS-vragenlijst invulde, voelt zich niet veilig bij één of beide ouders.
Bij hun eigen fucking ouders.
Bovendien zijn het niet de queers die er moeite mee hebben om simpelweg hun leven te leiden. Het zijn de dwingelanden van familieleden, de treiteraars, de dreigers en de geweldplegers die hun voorkeuren niet voor zichzelf kunnen houden.
‘Ben je queer in 2026, dan ben je een politieke daad’, zegt Melba in Tip Toe. En dat klopt. Je vraagt er niet om, maar het is zo. Dus zwaai vooral vanaf de kant. Boot 21, keurig bij mijn letter. Gelukkig is één vooroordeel waar: queer feesten zijn onnoemelijk veel beter. Zo is het ook wel weer de vrolijkst denkbare vernedering die je kunt ondergaan.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie