Gaat de economie (eindelijk weer een keer) harder groeien door kunstmatige intelligentie?
‘We zien het computertijdperk overal’, zei de Amerikaanse Nobelprijswinnaar Bob Solow in 1987, ‘behalve in de statistieken van de arbeidsproductiviteit.’ Het schijnbaar ontbreken van positieve gevolgen van de grote investeringen in technologie op de arbeidsproductiviteit staat sindsdien bekend als de ‘Solow-paradox’.
Oude koeien? Met kunstmatige intelligentie (AI) maken we dezer dagen hetzelfde mee. De investeringshonger in AI lijkt geen grenzen te kennen. Ik vroeg Gemini van Google daarom: ‘Groeit door AI de arbeidsproductiviteit van de hele economie?’ En de bot antwoordde: ‘Nee, de arbeidsproductiviteit van de hele economie groeit door kunstmatige intelligentie (AI) op macro-economisch niveau nog niet.’ Merk op dat het kunstmatige wijsneusje zonder enige gene het woordje ‘nog’ toevoegt aan de zin. Blijkbaar komt die nog, die productiviteitsgroei, en weet Gemini daar al van.
In de jaren tachtig gingen economen naarstig op zoek naar verklaringen voor het verschijnsel dat bedrijven groots investeerden in ICT terwijl de arbeidsproductiviteitgroei niet steeg maar daalde. Eén van de geopperde verklaringen was ‘aanpassingstraagheid’. Nieuwe technologie is geen toverstaf maar een hulpmiddel voor werkenden. De werkenden moeten sowieso eerst leren met de technologie te werken, en vervolgens moeten bedrijven hun organisatie aanpassen aan de nieuwe werkwijze. De productiviteit per gewerkt uur stijgt pas als de bespaarde arbeidstijd echt te gelde wordt gemaakt, bijvoorbeeld door overtollige werknemers te ontslaan. Zo’n aanpassingsproces kan jaren duren.
Aanpassingstraagheid leek de winnende verklaring toen in de jaren negentig in veel landen de groei van de arbeidsproductiviteit fors aantrok, en deze toename direct kon worden toegeschreven aan ICT-gebruik.
Maar in de afgelopen twintig jaar is de productiviteitsgroei in ontwikkelde economieën weer ingezakt. Mobiele telefoons? Tablets? Internet? Apps? Online winkelen? Het is allemaal leuk en aardig – echt wel! – maar de groei van de arbeidsproductiviteit is deze eeuw gekelderd. En de grote investeringen in AI weten hier vooralsnog geen verandering in te brengen.
Weer zijn economen zoekende. Weer kijken ze óók naar de aanpassingstraagheid. Onderzoeksinstituut TNO rapporteerde vorige maand over een onderzoek binnen vier Nederlandse organisaties die er fors investeren. De ‘tijdwinst leidt niet automatisch tot meer productiviteit of omzet’, zagen de onderzoekers. ‘Het hangt af van wat organisaties doen met de vrijgekomen tijd.’ Organisaties moeten ‘bewust keuzes maken in de inrichting van werk, rollen en processen’. Dat doe je nu eenmaal niet op een achternamiddag.
Het zou dus kunnen dat het bijdehante woordje ‘nog’ van Gemini echt voorspellende waarde heeft en de hele 21ste-eeuwse technologieverandering, inclusief AI, de productiviteit de komende jaren gaat aanjagen. Hogere groei van de productiviteit impliceert, al het overige gelijk, hogere economische groei, en die groei zou het veel makkelijker maken te investeren in de grote transities waar Nederland en andere landen voor staan, van energiesysteem tot landbouwhervorming.
Maar er zijn ook minder hoopvolle en saaiere verklaringen voor de meest recente Solow-paradox. De belangrijkste is dat het gaat om meetfouten. De kern hiervan is dat het statistici niet goed lukt om kwaliteitsverbeteringen van producten te meten, helemaal als het nieuwe producten betreft zoals een tablet of een app, en dat we daardoor de inflatie te hoog inschatten en de productiegroei onderschatten.
Laten we maar hopen dat de vrijpostige Gemini gelijk krijgt.
Reageren? Email: frank@frankkalshoven.nl
Lees ook
Geselecteerd door de redactie