Europa moet leiderschap tonen in de strijd tegen klimaatverandering, juist nu
In Londen werd een congres over de omgang met extreme hitte onlangs afgelast wegens extreme hitte. Het is slechts een klein ongemak, vergeleken met de verwoestende bosbranden in Zuid-Europa. In Frankrijk en Spanje moesten zo’n 300 duizend mensen worden geëvacueerd, een aantal dat in vredestijd nog niet eerder is voorgekomen. Naar schatting 20 duizend Europeanen zijn aan de gevolgen van de hittegolf overleden.
Grote delen van Zuid-Europa dreigen vrijwel onleefbaar te worden. In het noordelijker gelegen Nederland zijn de gevolgen minder ernstig, maar ook hier laat de klimaatverandering zich voelen. De Rijn heeft nog nooit zo laag gestaan en er is een watertekort afgekondigd.
In geen enkel werelddeel warmt de aarde zo snel op als in Europa. Toch lijkt het draagvlak voor een doortastend klimaatbeleid alleen maar kleiner te worden. Radicaal-rechts heeft klimaatbeleid onderdeel gemaakt van zijn cultuurstrijd, zonder rekening te houden met de feiten. De leefbaarheid van de planeet is niet links of rechts, maar veel Europeanen laten zich graag vertellen dat klimaatbeleid een elitaire, linkse hobby is, zodat ze niets aan hun leven of consumptiepatroon hoeven te veranderen.
Daarnaast staat de Europese industrie onder druk, onder meer door matige economische groei en hoge energieprijzen. De Europese Unie wil de vergroening van de economie stimuleren door CO2-heffingen, maar grote bedrijven zeggen dat zij zich die extra kosten niet kunnen permitteren.
Bovendien kan de EU zelf relatief weinig aan het klimaat doen. Ze is verantwoordelijk voor ongeveer 6 procent van de actuele wereldwijde uitstoot. Het is moeilijk om het Europese bedrijfsleven hard aan te pakken als de emissies van broeikasgassen in China nog steeds stijgen – ondanks grote investeringen in schone energie – en de Amerikaanse president Trump klimaatverandering als een vorm van bedrog beschouwt. Onlangs stelde de Europese Commissie daarom voor de Europese Green Deal te verwateren.
Vanuit een kortetermijnperspectief is dat nog wel begrijpelijk, maar de strijd tegen klimaatverandering is cruciaal voor de toekomst van Europa. Klimaatverandering leidt tot economische schade, zoals bijvoorbeeld de Duitse verzekeraar Allianz onlangs becijferde, vooral door afnemende productiviteit en schade aan infrastructuur. Deze week kreeg ook Nederland daarvan een voorproefje: bedrijven in het oosten lijden schade door de afsluiting van het Twentekanaal wegens een te laag waterpeil.
Groene energie maakt Europa ook minder afhankelijk van olie- en gasproducenten in het Midden-Oosten en de Verenigde Staten. Wel is het daarbij cruciaal dat Europa tegelijkertijd minder afhankelijk wordt van China voor de verwerking van grondstoffen die cruciaal zijn voor de energietransitie, zoals de materialen voor windturbines.
Zo heeft Europa zowel een economisch als strategisch belang bij de ontwikkeling van groene energie. Maar de zomer van 2026 laat vooral zien dat de leefbaarheid van grote delen van Europa op het spel staat. Als continent dat het snelste opwarmt, moet Europa daarom leiderschap tonen in de strijd tegen klimaatverandering.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie