Extreemrechts is dol op ‘Kingdom of Heaven’. Maar die film gaat toch over vrede en verdraagzaamheid?
We zien een ridder in glimmend harnas, met op zijn hoofd een vierkante helm met gaatjes. Het regent zoals het alleen op een slagveld kan regenen – teleurgestelde regen. De wind doet een zwarte vlag met rood kruis hard wapperen.
Er klinkt epische muziek en er verschijnt tekst in beeld: ‘POV: me and my bro’s when Pope Leo XIV calls on us to take back Jerusalem.’
In de extreemrechtse hoek van het algoritmische internet zijn dit soort video’s schering en inslag. Het is geen nieuw fenomeen, extreemrechts associeert zich al sinds de 19de eeuw met middeleeuwse kruisvaarders. Wel nieuw is de alomtegenwoordigheid van beelden uit de epische film Kingdom of Heaven uit 2005, van de Britse regisseur Ridley Scott.
Zo zien we een gespierde dertiger met een strak truitje op een terras in een Zuid-Europees land. Er staat een vraag in beeld: ‘how far right are you?’ De man neemt een slok stomend hete espresso en kijkt indringend de camera in. Dan start er een flitsende compilatievideo vol fragmenten uit de epische film van Scott, van ridders met zwaarden en vlaggen met kruizen in oorlogen en grootse kruistochten tegen de islam.
Erboven staan zeven witte letters: THIS FAR.
Zo rechts dus. De populariteit van Kingdom of Heaven is op z’n zachtst gezegd opvallend, omdat de film – die toen hij uitkwam geen enorme hit was – het tegenovergestelde propageert.
Het epos speelt zich af in aanloop naar de herovering van Jeruzalem in 1187. Balian, gespeeld door Orlando Bloom, is een Franse hoefsmid die afreist naar het Heilige Land om vergiffenis te vragen voor zijn zonden. Daar komt hij terecht in het koninkrijk van Baldwin IV, de jonge koning van Jeruzalem die aan lepra lijdt en daarom zijn gezicht achter een zilveren masker verbergt.
Baldwin, gespeeld door Edward Norton, probeert de vrede te bewaren met Salah ad-Din (Ghassan Massoud), de islamitische heerser die Jeruzalem wil heroveren.
Vooral het ijzeren masker van Baldwin komt veel terug in de video’s, net als het enorme gouden kruis dat boven het christelijke leger uittorent en strijdbaar schittert in de zon. Ook wordt Baldwin gretig in slow motion afgebeeld, als een ‘aura farming chad’: een uitmuntend exemplaar van de mannelijke soort, dat met een subtiel gebaar van zijn metalen hand de zaal vol bronstige tempeliers stil weet te krijgen.
Niet zomaar een alpha maar een sigma male, iemand die niet alleen boven op de apenrots staat, maar zó cool is dat hij zich niet eens tot de rest van de rots hoeft te verhouden.
Maar in de film krijgt Baldwin de zaal helemaal niet uit zichzelf stil. Zijn loyale vazal Tiberias moet keihard om stilte roepen. Bovendien is Baldwin zo ziek dat hij amper uit zijn troon kan opstaan; vandaar dat het lijkt alsof hij in slow motion oprijst.
In een prachtige scène staat het christelijke leger van Baldwin tegenover het enorme leger van Salah ad-Din. De heersers rijden in hun eentje op elkaar af. Baldwin zegt rustig dat iedereen hier zal sterven als ze vechten, waar Salah ad-Din het mee eens is. Hij ziet dat Baldwin ziek is en belooft hem zijn artsen te sturen, een aanbod dat Baldwin graag accepteert – want moslims waren in de 12de eeuw verder ontwikkeld in de geneeskunde dan christenen.
Met een islamitische groet sluiten de twee het gesprek af. De legers keren huiswaarts.
Padvindersmoraal
Scott maakte Kingdom of Heaven in de jaren na 11 september, naar eigen zeggen met een ‘padvindersmoraal’. En inderdaad, de film sopt in de letterlijkheid. Het verhaal is één grote religiekritiek.
Vooral in de director’s cut, die drie kwartier langer duurt dan de bioscoopversie, gaat Kingdom of Heaven over rouw, menselijke feilbaarheid en verlossing, en over de rigiditeit van religie. Godfrey, Balians vader en baron van Ibelin, drukt zijn zoon al stervend op het hart wat het koninkrijk der hemelen zou moeten zijn: een plek waar vrede bestaat tussen christen en moslim, waar ze samenleven.
Of, zoals hij zegt: tussen Salah ad-Din en koning Baldwin proberen ze het tenminste.
Wanneer Balian bij Baldwin op audiëntie komt, dwingt die hem te beloven dat hij Jeruzalem zal beschermen. Maar let op: vooral de moslims en de joden, want ‘all are welcome in Jerusalem’.
Later krijgt Balian de mogelijkheid om Jeruzalem te redden door met de zus van Baldwin te trouwen en haar schurk van een echtgenoot, Guy de Lusignan, te laten executeren. Hij weigert: ‘Jerusalem is a kingdom of conscience, or it is nothing.’
Scotts boodschap is niet te missen: de vrome christen en de vrome moslim lijken meer op elkaar dan op de fanatici binnen de eigen gelederen. En religie is geweldig, zolang we wegblijven bij dogmatiek.
De omgekeerde boodschap
Daarom is het des te vreemder dat nu de omgekeerde boodschap haar weg over het internet vindt. De online kruisvaarders verheerlijken Baldwin en Balian, maar hun wereldbeeld is hetzelfde als dat van Guy de Lusignan en Raynald de Châtillon, mannen die vrede en tolerantie als zwakte beschouwen, verdragen schenden en de oorlog met Salah ad-Din uiteindelijk afdwingen.
‘I am what I am. Someone has to be’, zegt Raynald. Niemand durft het te zeggen, niemand durft het echte probleem te benoemen, maar iemand moet het doen, dus dan doe ik het maar. Het is de slachtofferretoriek van de dader, de populistische stijlfiguur bij uitstek. Kom er maar in, mevrouw De Vos.
Ondertussen blijft er van een prachtige film (de director’s cut, welteverstaan) weinig meer over dan een simpele beeldbank om de extreemrechtse identiteit mee vorm te geven. Voor een digitale kruistocht in joggingbroek.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie