Home   2026-08-03 17:31:33

Strengere normen, schonere auto’s: de luchtkwaliteit is flink verbeterd. ‘Milieuzones werken echt’

Original article

Waar de meeste mensen voor het hardlopen bij een grijze lucht even Buienradar raadplegen, kijkt Ulrike Gehring ook nog heel ergens anders: op de website van het landelijk luchtmeetnet van het RIVM.

Hoe staat het met de ozon en de zomersmog? Of basis daarvan bepaalt de milieu-epidemioloog van de Universiteit Utrecht in de zomer of ze ’s ochtends vroeg of later op de dag gaat hardlopen. Sowieso kiest ze waar mogelijk een rondje dat grote wegen vermijdt en loopt ze bij voorkeur buiten het spitsuur. Langs verkeersaders zitten meer fijnstof en stikstofdioxiden in de lucht, en daarvan weten wetenschappers al jaren dat ze ongezond zijn.

Berucht daarin is de Grote Smog van Londen in 1952. Begin december van dat jaar ontstond door een combinatie van koud en windstil weer en luchtverontreiniging een dikke deken van smog boven de stad. Vanwege de kou stookten mensen extra en de kolen waren vlak na de Tweede Wereldoorlog van slechte kwaliteit. Onderzoek wees later uit dat de smog leidde tot 12 duizend extra voortijdige overlijdens en ruim 100 duizend ziekenhuisopnamen.

Zo erg als tijdens de London Smog is het in Nederland en in West-Europa allang niet meer. De smogperiode leidde in het Verenigd Koninkrijk tot wetgeving en ook in Nederland is er sinds de jaren zeventig luchtkwaliteitsbeleid. Met dank aan geboekte successen in de wetenschap.

U mijdt drukke wegen tijdens het hardlopen. Hoeveel viezer is de lucht daar eigenlijk?

‘Naast drukke wegen zijn de hoeveelheden stikstofdioxide en fijnstof verhoogd – dat zijn de stoffen waarover we ons zorgen maken. Collega’s zijn eens met een bakfiets vol meetapparatuur langs een aantal routes door Utrecht naar de universiteit gefietst. Langs de drukke route met veel verkeer was het aantal ultrafijne deeltjes in de lucht, zoals roet, 59 procent hoger dan langs de rustige route. Een paar tientallen meters afstand maakt al uit qua blootstelling, en op 100 tot 150 meter van een grote weg zijn de concentraties al beduidend minder.’

Ulrike Gehring: ‘Een paar tientallen meters afstand van een drukke weg maakt al uit qua blootstelling.’Bron Ivo van der Bent voor de Volkskrant

Wat weten we over de gezondheidsschade door luchtverontreiniging?

‘Luchtverontreiniging heeft invloed op alle organen. Effecten op de longen liggen natuurlijk het meest voor de hand, want daar komen stoffen uit de lucht het lichaam binnen. Kinderen die op plekken met meer luchtverontreiniging wonen, hebben een grotere kans op astma. Zo’n een op de vijf astmadiagnoses bij kinderen komt door luchtverontreiniging zoals stikstofdioxide en fijnstof. Ook groeien de longen van kinderen die op plekken wonen met meer luchtverontreiniging gemiddeld minder hard en dat kan gevolgen hebben voor de longfunctie op latere leeftijd. Jongvolwassenen met een lagere longfunctie hebben bijvoorbeeld een grotere kans op COPD later in het leven.

‘Blootstelling aan luchtverontreiniging verhoogt ook de kans op longkanker, hart- en vaatziekten, diabetes en neurologische aandoeningen zoals de ziekte van Parkinson en Alzheimer. Vooral de kleine fijnstofdeeltjes kunnen via je longen in je bloedsomloop terechtkomen en overal in ons lichaam ontstekingen veroorzaken.

‘Mensen met chronische longziekten zoals astma en COPD, maar ook mensen met hart- en vaatziekten, zijn gevoeliger voor de effecten van luchtverontreiniging. Zij kunnen flink last krijgen op dagen met hoge concentraties luchtverontreiniging en extra medicatie nodig hebben of zelfs in het ziekenhuis belanden. Ook kinderen en ouderen zijn extra gevoelig.

‘En dan is er dus ook nog ozon. Stikstofoxiden, in de stad vooral afkomstig van verkeer, reageren met vluchtige organische stoffen onder invloed van zonlicht tot ozon en dat kan de luchtwegen irriteren.’

Maar de luchtkwaliteit is wel degelijk verbeterd, zegt u.

‘Zeker. De afgelopen decennia zijn de concentraties fijnstof en stikstofdioxide sterk afgenomen. In de jaren negentig waren de concentraties fijnstof, deeltjes met een diameter kleiner dan 10 micrometer, PM10, buiten de stad gemiddeld tussen de 35 en 40 microgram per kubieke meter lucht. Inmiddels zitten we rond de 15 microgram per kubieke meter lucht. Dezelfde trend, bij hogere concentraties, zien we ook voor de steden.

‘Binnen het fijnstofmengsel zijn de kleinere deeltjes, met een diameter kleiner dan 2,5 micrometer (PM2,5), voor de gezondheid heel belangrijk. Ook die concentraties van deze kleinere deeltjes zijn de afgelopen decennia gedaald, van tussen de 15 en 20 microgram per kubieke meter lucht in 2008 naar 8-9 microgram nu. Gemiddeld zijn de concentraties fijnstof in de stad wel iets hoger dan daarbuiten.’

Dat klinkt als een spectaculaire verbetering. Hoe komt dat?

‘De verbetering is voornamelijk te danken aan strengere Europese en nationale regelgeving zoals strengere emissienormen voor industrie en verkeer, maar ook technologische vooruitgang, zoals steeds meer elektrisch wegverkeer. Ook is het gebruik van kolen sterk afgenomen sinds de jaren negentig. Europees beleid – bovenop nationaal beleid – is belangrijk omdat ongeveer de helft van de luchtverontreiniging in Nederland uit het buitenland komt.

‘In Nederland zijn gemeenten wettelijk verantwoordelijk voor een gezonde leefomgeving. Zo werken meer dan 120 gemeenten samen met het Rijk in het Schone Lucht Akkoord om de lucht schoner te maken.

‘Veel steden hebben bijvoorbeeld milieuzones: daardoor blijft het oude, meest vervuilende (diesel)verkeer uit de buurt van waar veel mensen wonen. Onderzoek laat zien dat milieuzones echt werken voor een schonere lucht. In Utrecht, waar ik woon, wordt de milieuzone volgend jaar uitgebreid naar de hele gemeente.’

Tegelijkertijd voldoen we nog niet aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

‘Dat klopt. Voor PM2,5 bijvoorbeeld voldoet Nederland wel aan de EU-norm, van een jaargemiddelde concentratie van 25 microgram per kubieke meter lucht, maar de gezondheidskundige norm van de WHO is 5 microgram. In 2030 wordt de EU-norm wel strenger, namelijk 10 microgram. Als milieu-epidemiologen zijn we blij met de striktere norm, hoewel we de norm puur voor de gezondheid graag nog lager zouden willen. Maar een wettelijke norm is een politiek compromis, waarin bijvoorbeeld ook economische belangen meespelen.

‘Voor sommige landen, bijvoorbeeld in Zuidoost-Europa, zal het een uitdaging zijn om te voldoen aan de nieuwe EU-normen. Een van de zorgen is dat er voor deze landen uitzonderingen of uitstel komen om aan de normen te voldoen.

‘Landbouw is naast industrie en verkeer een andere belangrijke bron van luchtverontreiniging in Nederland en elders in Europa. De emissies ammoniak, voornamelijk afkomstig van veehouderij, zijn de afgelopen decennia weinig gedaald. Een strenger beleid voor de intensieve veehouderij zou een belangrijke stap in de verdere verbetering van de luchtkwaliteit zijn.’

Ulrike Gehring: ‘Een strenger beleid voor de intensieve veehouderij zou een belangrijke stap in de verdere verbetering van de luchtkwaliteit zijn.’Bron Ivo van der Bent voor de Volkskrant

Wat voor maatregelen vindt u nog meer hoopgevend?

'Om een paar voorbeelden te noemen: houtstook wordt verder ontmoedigd. In Utrecht is buiten hout stoken zelfs verboden.

‘Nog een belangrijke: gemeenten proberen nieuwe wijken zo in te richten dat mensen minder afhankelijk zijn van een eigen auto. En ten slotte: het vuurwerkverbod gaat ook helpen voor de luchtkwaliteit, al was dat niet de directe aanleiding voor het invoeren ervan en gaat het om een kortdurende piekblootstelling op één dag per jaar. Maar veel mensen met astma komen nu die nacht de deur helemaal niet uit, omdat ze last hebben van de rook.’

Bent u hoopvol over de toekomst?

‘Ja, eigenlijk wel. Ik denk dat we goede ontwikkelingen hebben doorgemaakt en ik hoop dat die ook doorzetten. Maar we zijn er nog niet en het zal niet vanzelf gaan. We moeten ons blijven inzetten voor goed beleid op lokaal, nationaal en internationaal niveau voor alle relevante sectoren zoals verkeer, industrie, landbouw en de energiesector. Daarnaast kan iedereen een steentje bijdragen door bewustere keuzen te maken en bijvoorbeeld de auto waar mogelijk wat vaker te laten staan.’