Home   2026-08-03 17:31:33

Ze hoopte op klassiek spelen op het podium, het werd de ICT. Wat als het leven anders loopt?

Original article

Ooit wilde ik Dick Bruna worden. Ik zou eenvoudige tekeningen maken, met een korte tekst eronder, en daar krankzinnig rijk en wereldberoemd mee worden. Al op de basisschool tekende ik me een ongeluk, en bleef daardoor twee keer zitten.

Toen ik 10 was, stond ik met een stripje achterop de VPRO Gids. Het was een simpel verhaaltje, over iemand die zijn arm brak en erom werd uitgelachen. Een goed begin, maar ik was er nog niet.

Als ik Dick Bruna wilde worden, dacht ik, dan moest ik de man zelf leren kennen. In het eerste jaar van de middelbare school besloot ik hem op te zoeken in de telefoongids. Tot mijn lichte schrik kreeg ik hem ook echt te pakken.

Nog diezelfde week zat ik in zijn atelier. Ik wist dat zijn konijntje hem een plek in de Quote 500 had opgeleverd en dat hij in Japan niet normaal over straat kon. En nu nam hij de tijd voor mij, gaf hij tips over hoe ik een tekencarrière moest beginnen. Ik keek rond. In zo’n kantoor wilde ik later ook werken, achter een computer en onder een systeemplafond zou ik verpieteren – dat wist ik toen al zeker.

Ik bleef tekenen. Op mijn 17de lukte het me cartoonist te worden voor twee huis-aan-huisbladen in West-Friesland. De volgende stap zou The New Yorker zijn, dat voelde ik.

In een paar weken tijd werd ik door beide opdrachtgevers aan de kant gezet. De cartoons waren niet geschikt voor kinderen, zei de een. De ander vond de tekeningen simpelweg niet goed genoeg. In dezelfde periode werd een klein boekje met mijn tekeningen uitgegeven. Er was niemand die het wilde kopen.

Hoe graag ik ook tekende, de wereld had weinig behoefte aan mijn plaatjes. Ik besloot politicologie te gaan studeren. Daar werd mij verteld dat een onbenullige baan vinden, zo’n baan die je ziel haast ongemerkt vermorzelt, al moeilijk genoeg was. En als ik geluk had, zou ik genoeg tijd overhouden voor creatieve hobby’s.

Niet lang na mijn studie raakte ik in de ambtenarij verzeild. Heel af en toe mocht ik daar, tussen de heidagen en vergaderingen door, mijn magere talent inzetten om een beleidstekst te vertalen naar een tekening, of in ambtenarentaal: een ‘praatplaat’.

Zo kon ik alsnog, al tekenend, ingewikkelde dingen zo simpel mogelijk op papier zetten. Een beetje zoals mijn grote voorbeeld deed. Maar anders dan hij moest ik het doen met een markeerstift en een flipovervel, afgeleid door collega’s in de kantoortuin.

Ik ben geen Dick Bruna geworden, maar een omgekeerde Harry Potter. Die dacht als kind dat hij veroordeeld was tot een klein leven, maar ontdekte over bijzondere gaven te beschikken. Bij mij is het precies andersom.

Het heeft geen zin om in zelfmedelijden te blijven hangen, liever zoek ik inspiratie. Er moeten toch anderen zijn die hiermee hebben geworsteld? Vijf creatieve lotgenoten delen hun ervaring. Hoe gaan zij om met een leven dat anders loopt dan gehoopt?

Violette RondeelBron Jaap Scheeren

Violette Rondeel (43)
Droom: klassiek gitarist
Realiteit: ict’er en gitaardocent

‘Na mijn eerste jaar op het conservatorium kreeg ik focale dystonie, een neurologische aandoening waarbij de signalen in je hersenen door elkaar raken. Als ik een snaar aansloeg, bewoog een andere vinger mee. Volgens de arts was het einde verhaal en kon ik beter een ander instrument kiezen. Ik ben naar het Museumplein in Amsterdam gelopen en heb een uur zitten nadenken over mijn toekomst.

Een docent stelde voor mijn techniek helemaal opnieuw op te bouwen. Het eerste jaar speelde ik alleen losse noten. Na twee jaar lukte het weer om een klein muziekstuk te spelen. Je hersenen kunnen nieuwe verbindingen maken, maar het kost veel tijd. Ik voelde dat ik de stevigheid van vroeger kwijt was en na vier jaar ben ik gestopt met mijn studie.

Ik had eerst verschillende baantjes, zoals bordenwasser, en ik voelde me gedesillusioneerd.

Tijdens een HTML-cursus leerde ik dat ik snel kon typen, waarschijnlijk had ik aanleg door het gitaarspelen. Met mijn broer haalde ik thuis in het hobbyhok computers uit elkaar. Wat is een moederbord? Wat is een processor? Ik begon bij nul, maar uiteindelijk lukte het mij om een opleiding tot ICT-beheerder af te ronden.

Muzikanten denken associatief. In de ICT leerde ik juist praktisch denken. Toen ik volledig met de muziek bezig was, was mijn huis een bende en mijn administratie ook. Nu heb ik geleerd mijn huishouden op orde te krijgen, dingen te regelen en problemen eenvoudiger aan te pakken. Maar in de wereld van het ‘gewone’ werk heb je weer geen mensen die zo gepassioneerd met iets bezig zijn als ik met muziek.

Mijn creativiteit moet ergens naartoe. In tien jaar tijd heb ik mijn techniek langzaam teruggewonnen. En toen ik na een stevige hondenbeet een tijd noodgedwongen thuis zat, bedacht ik: ik ga gitaarles geven op zzp-basis.

Ik werk nu drie dagen in de ICT en heb twee dagen per week een eigen lespraktijk. Mijn droom is nog steeds om volledig te leven van muziek. Maar tot die droom uitkomt, geniet ik nog even van de bestaanszekerheid die loondienst biedt.’

André van den Boogaart.Bron Jaap Scheeren

André van den Boogaart (56)
Droom: muzikant
Realiteit: woonbegeleider

‘Vanaf mijn 14de stond ik in een slachterij, zestig uur per week. Ik was van school getrapt en dacht dat het tijdelijk was. ‘Later staan The Rolling Stones in mijn voorprogramma’, zei ik tussen de karkassen tegen mijn collega’s. Ze lachten erom, maar ik geloofde het echt.

In het begin speelde ik alleen blues. Mijn bandje werd finalist op het Flanders Rock Concours. Er ging een wereld voor me open: we stonden in de krant als een van de meest veelbelovende bandjes van België. Nu ging het gebeuren. Ik speelde honderden optredens in België, stond op bluesfestivals, deelde podia met muzikanten waar ik tegen opkeek. Daarnaast werkte ik. Als slachter, taxichauffeur, konijnenfokker.

Mijn eerste band viel uit elkaar. Ik was leeg, alsof iemand mijn toekomst afpakte. Achteraf denk ik dat ik een burn-out had. Toen besloot ik opnieuw te beginnen. Ik ontmoette een fantastische zangeres, met haar zocht ik weer een band bij elkaar. We gingen toeren, naar de Verenigde Staten. De legendarische producer John Snyder hoorde ons en was geïnteresseerd. Hij had een studio waarin hij ook artiesten als Etta James had opgenomen. Ik dacht: dit is waar ik mijn hele leven naartoe heb gewerkt.

We gingen later nog eens naar de VS, maakten zelfs nog een plaat. We werden uitgenodigd bij De Wereld Draait Door, al ging dat uiteindelijk niet door. Ook deze band viel uit elkaar.

Nu woon ik al jaren in een camper op een stukje land in België. Ik ben woonbegeleider in Tilburg, voor mensen die ondersteuning nodig hebben, dus ik rijd bijna dagelijks heen en weer.

Vroeger werd ik in Tilburg door mensen begroet die me van een optreden herkenden, nu word ik door daklozen herkend.

Als ik terugkijk, denk ik: ik ben er zo vaak bijna geweest, maar telkens net niet. Toch ben ik er niet rouwig om. Nu maak ik muziek voor mijn plezier. Laatst heb ik toevallig een liedje gemaakt met de zinnen: de dromen die ik had / waren veel te groot voor het talent dat ik bezat / Ik gaf alles wat ik had / Niets verliep vanzelf maar vanzelf kwam ik tot hier.’

Chava Beijk.Bron Jaap Scheeren

Chava Beijk (45)
Droom: operazanger
Realiteit: gemeentesecretaris

‘Toen ik jong was, kwam ik terecht in een opera-musicalklas en stond ik ieder jaar op het podium. Dit wilde ik. Maar ik wist ook hoe klein de kans was om als zanger door te breken. Daarom besloot ik eerst psychologie te studeren. Een plan B, maar ook een test: zou het na vier jaar nog steeds kriebelen?

Ik ging alsnog naar het conservatorium. Die jaren waren zowel fantastisch als heftig. Je ontwikkelde je razendsnel. Maar ik zag ook wat het vak van je vraagt. Je wordt voortdurend beoordeeld. Langzaam verdwijnt de onbevangenheid waarmee je begon.

Na mijn studie begon de ratrace. Als sopraan was de concurrentie enorm. Je bent naast zanger ook ondernemer. Elke verkoudheid betekende stress. Ga ik wel optreden? Of zeg ik af en krijg ik nooit meer een uitnodiging? Mijn leven draaide alleen nog om mijn stem. Niet te veel praten, geen rokerige ruimtes. Om mijn stembanden te verzorgen had ik een vernevelaar thuis.

Achteraf besef ik hoeveel spanning ik dagelijks met me meedroeg. Dat werd duidelijk toen ik een trommelvliesperforatie opliep, waardoor ik lang niet kon zingen. Er viel een enorme last van me af.

Niets laat zich vergelijken met een zaal vol muziek, verhaal en emotie. Maar het grootste deel van mijn tijd was ik bezig met mezelf bewijzen en kansen najagen. Wilde ik de hoogste pieken, of wilde ik zoveel mogelijk dagelijks geluk? Dat was geen eenvoudige afweging. Want stoppen voelt al snel alsof je hebt gefaald. Alsof jij een van de velen bent die net niet goed genoeg was.

Tegenwoordig ben ik gemeentesecretaris. Eerlijk gezegd denk ik soms dat ik daar misschien nog wel meer talent voor heb dan voor het operavak. Het gaat me nog makkelijker af, het voelt nog natuurlijker. Het strategisch denken, mensen verbinden, werken aan maatschappelijke opgaven: het geeft me dezelfde bevlogenheid, maar zonder de constante spanning die mijn zangcarrière met zich meebracht.

We zeggen vaak dat je je passie moet volgen. Dat is een prachtig advies, maar niet altijd het hele verhaal. Want je passie volgen wil niet automatisch zeggen dat je ook je gelukkigste leven leidt.’

Annelies Kaan.Bron Jaap Scheeren

Annelies Kaan (63)
Droom: actrice
Realiteit: trainingsactrice

‘Mijn moeder organiseerde kinderdiensten voor de kerk. Daardoor speelde ik mijn eerste rol toen ik een jaar of 2 was: een schaapje in het kerstspel. Mijn vader hield zich vanuit de gemeente bezig met amateurtheater in Amersfoort, mijn oudste zus ging naar een toneelopleiding. Theater was er altijd. Voor mij stond al vroeg vast dat ik actrice wilde worden.

Mijn zus zei ooit: als je in Nederland actrice wilt worden, moet je wel verdomd goed zijn. Of ze het precies zo heeft gezegd, weet ik niet eens meer, maar het meisje dat ik toen was hoorde vooral: misschien ben jij niet goed genoeg. Ik durfde het niet. Mijn tweede liefde was het onderwijs, dus ik koos voor wat nu de pabo heet en voor het montessorionderwijs. Achteraf neem ik mijn zus niets kwalijk. Het was een opmerking, ik gaf er zelf betekenis aan.

Naast mijn werk bleef ik altijd spelen. Amateur, ja, maar voor mij voelde het nooit als zomaar een hobby. Ik wilde echt beter worden. Ik oefende teksten in de lege gangen van mijn school voordat de kinderen kwamen, omdat de akoestiek daar zo lekker was. Ik speelde jarenlang bij theatergroepen, regisseerde en maakte voorstellingen.

Soms keek ik naar Meryl Streep en dacht ik: waarom zij wel? Dat had ik ook gekund. Ik heb nog weleens gedacht: nog één keer proberen. Ik schreef me in bij castingbureaus, maar ik werd niet uitgekozen.

Toen ik trainingsacteur werd, klopte alles alsnog. Nu heb ik geen jaloezie meer, voel ik geen teleurstelling. Ik ben nog steeds een beetje die juf die mensen iets wil meegeven, alleen gebruik ik nu theater als middel. Ik maak voorstellingen over onderwerpen als gender of dakloosheid, niet om mensen de les te lezen, maar om ze iets te laten voelen.

Misschien wilde ik vroeger actrice worden, een rol spelen. Maar ik was lief en gevoelig, en altijd bezig met hoe het met de ander gaat. Nu weet ik dat ik vooral mensen in beweging wilde brengen. Theater is voor mij nooit een doel geweest, maar een manier om de wereld een beetje mooier te maken.’

Janna Lint.Bron Jaap Scheeren

Janna Lint (36)
Droom: danser
Realiteit: marketing

‘Eigenlijk begon alles met een kinderfeestje. We gingen linedancen en ik vond het zo leuk dat ik ermee door ben gegaan. Mijn eerste wedstrijd won ik meteen. Daarna wilde ik alleen maar beter worden. Ik volgde ballet, jazz, hiphop, modern en uiteindelijk leefde ik bijna in de dansstudio. Ik werkte achter de balie, kreeg mijn lessen vergoed en volgde soms vier of vijf lessen per dag.

Mijn grote droom was danser zijn in New York. Dankzij een dansproject in Duitsland kon ik genoeg geld sparen om daar drie maanden lessen te volgen. Dat was fantastisch. Na wat omzwervingen besloot ik mijn geluk in Londen te beproeven.

Ik werkte veertig uur per week bij Starbucks. Om half vijf zat ik in de nachtbus naar mijn werk. Daarna ging ik rechtstreeks door naar de dansstudio voor twee of drie lessen. Dat ritme hield ik drie jaar vol. Ik denk dat ik wel zeventig audities heb gedaan. Cruises, musicals, producties, noem maar op. Via de officiële weg kreeg ik uiteindelijk nooit werk. Dat vond ik niet makkelijk.

Via via lukte het soms wel. Ik danste onder meer op de opening van een nieuwe Lululemon-winkel in Londen. Zo’n dag waarop je denkt: hier doe ik het voor. Toch begon ik steeds vaker te twijfelen. Dit leven was zwaar.

Toen ik na een scholarship in Los Angeles terugkwam in Londen, bleek dat mijn nieuwe woning in de Britse hoofdstad niet doorging. Ineens zwierf ik van logeeradres naar logeeradres. Rond kerst kreeg ik voor het eerst heimwee. Is dit het nog waard, vroeg ik me af.

Terug in Nederland ging ik bij mijn ouders wonen. Ik had geen geld meer en moest opnieuw beginnen. Via een Airbnb-verhuurbedrijf kwam ik onverwacht in een heel andere wereld terecht. Op de oude MacBook van mijn moeder leerde ik alles over plannen, organiseren en ondernemen. Daarna rolde ik de marketing in.

Ik heb mijn oorspronkelijke droom niet waargemaakt. Maar ik heb er ook geen seconde spijt van dat ik hem heb nagejaagd. Soms ontdek je pas door ergens vol voor te gaan dat de bestemming uiteindelijk ergens anders ligt.’