Home   2026-08-03 17:31:33

Teddy Tops: ‘Zonder liefde valt er niets te vieren met Pride’

Original article

Op een avond waar de literatuur nog maar eens in het zonnetje werd gezet, zei een bevriende schrijver tegen me dat ze bang was voor een aanslag tijdens de World Pride, waar we beiden deze zaterdag op de boekenboot zullen stappen.

Ik wuifde het weg – wie zou zich nu kwaad gaan maken om een stel blije schrijvers op een boot?

Vorig weekend was ik met mijn lief in ons boshutje, we plukten verse vruchten uit onze fruitboom en fietsten wat rond in de natuur. Dingen die je graag doet, als je van de zomer houdt, als je van de natuur houdt, als je van elkaar houdt. We dronken een fles wijn leeg, waren het ergens grondig over oneens, en vielen in slaap.

Zoals elke ochtend, vond ik haar afgelopen zondagochtend op de grond in onmogelijke houdingen, ze doet dan oefeningen terwijl ze het BBC-nieuws luistert. Ze stond op, pakte me vast en zei: er is een aanslag geweest, op de Pride Walk in Berlijn.

Radicalisering

De dader van 21 jaar was geradicaliseerd, en had zich al eerder als strijder bij IS willen melden. Het gebeurde vlak na de veroordeling tot 22 maanden cel wegens ‘voorbereiding van een zware gewelddaad met gevaar voor de samenleving’.

Zijn vader vertelde vanuit Libanon aan de Duitse krant Der Spiegel dat hij helemaal niet streng religieus is opgevoed (‘Wij zijn sjiieten. Wij steunen Islamitische Staat niet’), maar was gehersenspoeld. ‘Hij zat hele nachten op zijn telefoon’ – hij werd blijkbaar niet nauw genoeg gemonitord door de veiligheidsdiensten.

Online lees ik onder het NOS-nieuwsbericht over de aanval op de Pride in Berlijn dat lezers zelf ‘ook wel klaar zijn’ met ‘dat hele regenbooggedram’. De lezers halen er de Palestijnse vlag bij (‘multiculti-onzin’, ‘jammer dat het geen witte man is hè?’, ‘blijf ze binnenhalen jongens’) en storten een lading homofobe en racistische drek uit. Alsof ergens ‘klaar mee zijn’ (wat betekent dat?) ertoe kan leiden dat je ergens een mes in steekt, dat je een ander het leven mag afnemen.

Ik denk aan een mensenmassa, zo krachtig en kwetsbaar tegelijk. Ik denk aan de pride in Brussel, aan de eerdere edities waar mensen zijn aangevallen, vermoord en belaagd.

Ze had helaas gelijk, de vriendin, om bang te zijn.

Ik was bang voor die radicalisering die ik online teruglas in de reacties, de verharding die we allemaal ervaren – ik was bang voor de olie op het vuur. Het gaat helemaal niet goed, maar het gaat wel beter dan ooit. Juridisch, medisch en politiek gezien hebben we hier meer rechten dan ooit. Aan die gedachte klamp ik mij vast, als een drenkeling aan een reddingsboei. Want we zijn ook zichtbaarder dan ooit. En dat komt met een prijs.

Ik denk aan het werk ‘Untitled’ (Perfect Lovers) van Félix González-Torres – het zijn twee klokken. Twee identieke klokken, hangen naast elkaar aan de muur, precies gelijkgezet. Langzaam, over maanden, lopen ze een paar seconden uit elkaar.

González-Torres maakte het kunstwerk tijdens de aidscrisis, over zijn relatie met zijn partner Ross, ze zouden binnen vijf jaar van elkaar overlijden. Twee klokken, twee mannen, en de tijd, die hen langzaam maar zeker uit elkaar tikt. Twee mechanische hartslagen van geliefden die synchroon door het leven gaan, wetend dat de tijd genadeloos wegtikt en dat er uiteindelijk één als eerste stil zal vallen.

Waar zit de liefde?

Ik geloof dat iedereen met dezelfde hoeveelheid liefde is geboren, als je in je leven maar genoeg kiertjes krijgt aangereikt waardoor die liefde naar binnen kan stromen. Als je maar niet online in een haatfuik terechtkomt.

Ik ben de afgelopen twee weken voor de VPRO op zoek gegaan naar waar de liefde zit, voor de zomerspecial van het radioprogramma Nooit meer slapen. Omdat ik het idee dat liefde uiteindelijk overwint zelf kwijt was, tussen al het puin, alle gelivestreamde genocides, de oerbosbranden, de twee miljoen (and counting) overleden bosdieren, ik ben het kwijtgeraakt in het geweld dat we de aarde en elkaar aandoen.

En dus ben ik gesprekken aangegaan, ik heb mensen gevraagd waar die liefde voor hen zat, en zo vind ik het zelf ook beetje bij beetje weer terug. Meer nog dan in de voorbeelden die zij noemden, vond ik het in de vreemdeling die tegenover me zat, en de kieren die we samen ontdekten.

Teddy TopsBron Lin Woldendorp

De klokken van González-Torres lopen langzaam uit de pas, maar ze hangen tegen elkaar aan. Dat is misschien de hele definitie van liefde als protest: niet dat het geluid maakt, maar dat het doorgaat. Ik zal met mijn lief boodschappen doen, we zullen koken, samen slapen. Dingen die je doet, als je van eten, je nachtrust, elkaar houdt. Het is een stil protest tegen de angst.

Voor mijn programma sprak ik psychiater Floortje Scheepers, die me leerde dat het geen zin heeft om naar Bach te luisteren en dan de viool apart te bekijken, of de strijkstok, of de bladmuziek – dat is allemaal niets, op zichzelf. Er ontstaat pas iets in het samenspel, een resonantie. Die kan je niet vastpakken, maar voel je wel.

Berlijn is ons hart

Dat is wat kunst kan doen, dat is wat liefde kan doen. Toen ik als tiener voor het eerst in Berlijn was, voelde ik dat die stad daarvan gonsde. Een vriend van me riep vanuit elke kelder: ‘Is dit nou de underground?!’ Berlijn was een perfect voorbeeld van dat het wél kon: een samenleving georganiseerd door de mensen zelf, door de kunstenaars. En hoe mooi was dat – een vrijplaats. Niet de overheidsgefinancierde broedplaatsen, maar echt, rauw, van onderaf georganiseerd.

In 1919, terwijl Duitsland de loopgraven net had gedempt, richtte de Joodse homoseksuele arts Magnus Hirschfeld het Institut für Sexualwissenschaft op: een onderzoekscentrum en een praktijk waar duizenden patiënten werden gezien en behandeld. Wereldwijd kwam de plek bekend te staan als veilige haven voor trans personen, homo’s, lesbiennes. Er werden geslachtsbevestigende operaties en abortussen uitgevoerd.

Op 6 mei 1933 bestormden studenten van de Berlijnse Hogeschool voor Lichamelijke Opvoeding het instituut en plunderden de bibliotheek; vier dagen later werd de volledige inhoud, samen met duizenden andere boeken door heel Duitsland, publiekelijk verbrand op de Bebelplatz, op nog geen kilometer van waar nu, negentig jaar later, weer bloed vloeide. Ik noem dat niet om de aanslag van dit weekend gelijk te stellen aan die geschiedenis, maar om te laten zien dat de vraag ‘hoeveel bescherming is genoeg’ in deze stad al minstens een eeuw oud is.

Berlijn is ons hart, en het bloedt.

Ondertussen hebben we in Amsterdam de World Pride. Met hekken eromheen, en extra beveiliging. Palestijnse vlaggen worden geweerd, want die ziet de organisatie als haat en dat moet worden ingeperkt. Het is een feestje, geen protest, is het credo.

Quote van .
Ik denk aan hoe boodschappen doen, hoe liefhebben, hoe ademen, een vorm is ­geworden van protest

De door liberalen graag aangehaalde filosoof Karl Popper formuleerde in 1945 de paradox van tolerantie: een grenzeloos tolerante samenleving loopt het risico zichzelf te vernietigen, omdat onbeperkte tolerantie ook tolerantie voor onverdraagzaamheid betekent. Zijn conclusie was dat een tolerante samenleving het recht moet behouden om intolerantie niet te tolereren, niet omdat andersdenkenden monddood gemaakt moeten worden, maar omdat vrijheid van meningsuiting anders zichzelf kan opheffen.

Je stilte zal je niet beschermen

Maar wie tolereert wie? En aan welke regels moet je voldoen, wil je getolereerd worden? Wie tolereert, bepaalt? Past dat wel bij de waarden die we ons vrijdenkende land zo graag toedichten?

Als je het protest niet toelaat op een feest van een gemarginaliseerde groep, geldt hetzelfde als voor de mensen die hun haat onder het artikel van de aanslag op de Berlijnse Pride spuien – dat als je vanuit de norm je vrijheid van meningsuiting viert, er niks op het spel staat. Maar als je het doet vanuit een gemarginaliseerde situatie, loop je (levens)gevaar.

De zwarte Amerikaanse schrijver en feminist Audre Lorde schreef dat jouw stilte je niet zal beschermen. Stilte brengt geen verandering teweeg, en helpt degenen die niet in de positie zijn zich uit te spreken, niet. Ik denk aan de mensen die nog in kritieke toestand in het Berlijnse ziekenhuis liggen, die dat feestje maar wat graag hadden willen meevieren. Ik denk aan hoe boodschappen doen, hoe liefhebben, hoe ademen, een vorm geworden is van protest.

Lang geleden schoof een patiënt van psychiater Floortje Scheepers haar een briefje toe. Ze is het nooit vergeten:

Liefde liefde liefde – ik wou dat ik niet leefde maar liefde

Zonder liefde heeft het leven geen zin. Als een van de klokken stopt, mag de museumstaf de batterij vervangen en ze weer synchroon zetten, waardoor de ‘levenscyclus’ van de geliefden symbolisch opnieuw begint. Omdat liefde niet eindig is. Geen grenzen in tijd of ruimte kent. Niet stopt na de dood.

Laten we in de liefde geloven

En het mooie is, dat we het niet met elkaar eens hoeven zijn, u en ik. Over hoe we de liefde ervaren, of over waar we liefde ervaren. Of het een god is, of een vrouw. Bach, het leven. Het enige waar we het over eens moeten zijn, is dat liefde heilig is, en dat tegenover liefde niet haat staat, maar de afwezigheid van liefde – onverschilligheid.

Dus laten we in godsnaam in die liefde geloven, ons uitspreken en samenkomen. Als blije schrijvers op een boot, of als mensen met kloppend hart. Want het was ook Audre Lorde die zei:

It is not our differences that divide us. It is our inability to recognize, accept, and celebrate those differences.

(Het zijn niet onze verschillen die ons scheiden. Het is ons onvermogen om die verschillen te erkennen, te aanvaarden en te vieren.)

Ja, het is feest. Want zonder liefde valt er niets te vieren. En dus word ik wakker naast mijn lief, drinken we samen koffie, luisteren we naar de vogels – in diep protest, zetten we de klokken keer op keer gelijk.