Home   2026-08-03 17:31:33

Mens verantwoordelijk voor meeste bosbranden, en risico neemt toe

Original article

Natuurbranden ontstaan meestal door de mens

In 2020 concludeerde het Wereld Natuurfonds (WWF) in een rapport al dat natuurbranden wereldwijd in 75 procent van de gevallen te wijten waren aan de mens. In Europa ligt dat percentage zelfs op 95 procent. Daar gaat het vaak om (al of niet bewuste) nalatigheid (van een weggeworpen brandende sigarettenpeuk tot oefeningen op een defensieterrein) of bewuste brandstichting vanuit uiteenlopende belangen. In (sub)tropische gebieden ontstaan natuurbranden vaak door ‘hakken en branden’ (slash-and-burn) voor landbouw en veeteelt.

Er zijn minder natuurbranden, maar het risico is groter

In weerwil van de media-aandacht is het aantal bosbranden in Europa in het afgelopen decennium met 40 procent afgenomen ten opzichte van de periode 1981-2010. Dat stellen onderzoekers van onder meer de Rijksuniversiteit Groningen vast in een publicatie in het wetenschappelijk tijdschrift Scientific Reports die afgelopen donderdag verscheen. Zij denken dat onder meer publiekscampagnes en betere training van brandweerkorpsen daar de reden voor zijn.

Tegelijkertijd neemt het risico op ernstige bosbranden in Zuid-Europa toe, door warmer en droger weer. In grote delen van Spanje, Frankrijk, Italië en Griekenland is het aantal zomerdagen met een hoger risico op bosbranden sinds 1981 meer dan verdubbeld, aldus de onderzoekers. Waar in de periode van 1981 tot 2010 ongeveer tien dagen per zomer brandgevaar opleverden, zijn dat er het afgelopen decennium tot wel 25 geworden, zo becijferden zij. Alleen in Zuid-Italië en Griekenland lijkt de zomerse neerslag toegenomen, waardoor de kans op natuurbranden daar wat is geremd.

Brandgevaarlijke periodes nemen toe

Dat warmte, droogte en wind de grote aanjagers van brand zijn, zal niet verbazen. In een vervroegd gepubliceerde studie in Communication Earth & Environment constateerde een groep internationale wetenschappers vorige week een toename van fire weather waves: periodes van minstens drie aaneengesloten dagen waarin de omstandigheden voor brand optimaal zijn. Zulke periodes maken slechts 4 procent van alle dagen uit, maar volgens de onderzoekers ontstaan wereldwijd 18 procent van de bosbranden onder deze omstandigheden. Daarom zouden deze golven van brandgevoelig weer volgens de wetenschappers deel moeten uitmaken van vroegtijdige waarschuwingssystemen, zodat de paraatheid voor extreme branden omhoog kan.

De oorzaak van dit verschijnsel is bekend: klimaatverandering. De auteurs van verschillende onderzoeken zijn het erover eens dat grootschalige klimaatpatronen, zoals El Niño, het brandgevaar en de intensiteit van branden versterken.

‘Kleinere luchtdrukverschillen boven de Noord-Atlantische Oceaan vielen samen met een toename van brandbevorderend weer in delen van Griekenland, Italië, Corsica en Spanje’, schrijven onderzoekers in Scientific Reports. ‘Afwijkingen in de temperatuur van het zeeoppervlak in de tropische Stille Oceaan, die verband houden met El Niño, gingen vooraf aan brandbevorderend weer in delen van Noordwest-Iberië, op Sicilië en in Zuid-Griekenland.’

Onderzoekers adviseren onder meer gecontroleerde afbrandingen en een klimaatbestendiger aanpak van landgebruik om brandgevaar te verminderen.

Minder dennen, meer loofbomen is een oplossing

In Europa gaat jaarlijks zo’n half miljoen hectare natuurgebied in vlammen op, ongeveer tweemaal het oppervlak van Luxemburg – de huidige branden zijn hierin nog niet meegerekend. ‘Europa moet leren leven met bosbranden’, concludeerde Thomas Elmqvist, directeur van de Wetenschappelijke Adviesraad van Europese Academies (EASAC), vorig jaar bij de presentatie van een rapport over bosbranden.

Een van de aanbevelingen van vele wetenschappers is om bosbeheer aan te passen op de nieuwe omstandigheden. Zo is de snelgroeiende zeeden in Frankrijk dicht op elkaar aangeplant voor houtproductie en hars. De opstelling in rijen, de houtsoort, de laag droge uitgevallen naalden en de zeer brandbare hars droegen allemaal bij aan de vlammenzee bij Bordeaux.

Minder naaldbomen en meer loofbomen is dan ook een oplossing. ‘In de groene bladeren van loofbomen zit vocht. Dat remt brand’, legde een medewerker natuurbrandpreventie van de provincie Gelderland deze week uit. En: lagere begroeiing met veel groen zorgt dat vuur minder snel via boomstammen omhoogklimt.

Vorig jaar maakte het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) een vergelijking in brandgevaar tussen het Spaanse Catalonië en Nederland. Het klimaat verschilt, en als relatief vlak land is in Nederland de kans klein dat bosbranden versnellen doordat ze een helling opgaan. Bovendien is in Nederland meer loofhout aanwezig, zijn de typen naaldbomen in de meeste gevallen anders en zijn er minder akkers waarop graan groeit. De Catalaanse brandweer waarschuwde echter dat grote natuurbranden als in Zuid-Europa naar het noorden zullen verschuiven, en sneller dan voorheen.

Van de bodem komt meer rook dan van de bomen

De beelden van dikke rookpluimen boven zuid-Europese regio’s tekenen het zomernieuws. Die rookwolken zijn niet alleen afkomstig van brandende bomen, maar veel meer nog van koolstof die al decennia of zelfs eeuwenlang lag opgeslagen diep in de bodem.

Dat constateerden onderzoekers in een analyse van de grote bosbranden (ruim 15 miljoen hectare ging verloren) van 2023 in Canada, waarover zij vorige week schreven in Geophysical Research Letters. Maar liefst 75 procent van de uitstoot was afkomstig van koolstof in de bodem van het getroffen boreale bosgebied, zoals uit turf en andere biomassa. In Canada ligt ongeveer een vijfde van de wereldwijde voorraad organische koolstof opgeslagen in de bodem.

Klimaatverandering (alweer) leidt niet alleen tot warmere en drogere omstandigheden, maar verandert deze ondergrondse koolstofreservoirs in zeer brandbare brandstof, schreven de onderzoekers. Die diepgelegen branden zijn ook moeilijk te bestrijden: ze smeulen maandenlang en stoten grote hoeveelheden koolstof uit.

Minder vogels gespot in een lucht vol rook

Over dieren en natuur gaat het in de brandverslaggeving niet veel. Hoewel exemplaren van alle soorten zullen omkomen in de vlammenzee, is de algemene aanname dat veel zoogdieren en vogels op tijd weten te ontkomen. Vooral reptielen en (bodem)insecten (en opgesloten vee) zijn veel kwetsbaarder.

De gevolgen van de uitstoot reiken ver: na de bosbranden in Canada werden in de staat New York, honderden kilometers van de brandhaard vandaan, veertig veelvoorkomende vogelsoorten minder gezien dan in andere jaren. Het gaat om onder meer boszangvogels als lijsters en vireo’s. Volgens onderzoekers in Biodiversity and Conservation kan dat alleen door de luchtkwaliteit zijn geweest.

Dat betekent niet noodzakelijkerwijs dat de vogels er niet meer waren, zeggen de auteurs. ‘Het kan dat ze zich bij slechte luchtkwaliteit anders gedragen, door bijvoorbeeld minder te zingen en zich te verschuilen onder bladeren’, schrijven zij. Ook dat fenomeen zou van groot belang zijn voor het monitoren van biodiversiteit, aldus de onderzoekers.