Vooroordelen die worden afgeschud en steeds wat meer budget: ‘Het vrouwenwielrennen wordt nu serieus genomen’
147 vrouwen stappen zaterdag op de fiets voor de Tour de France Femmes. In de karavaan achter dat grote peloton zijn vrouwen in de minderheid. Het zijn hoofdzakelijk mannen die in de ploegleiderswagens en daarbuiten achter het stuur zitten. Bij slechts zes van de 21 deelnemende teams is een vrouw hoofdploegleider en van die zes heeft alleen EF Education-Oatly ook een vrouwelijke manager: Esra Tromp.
Vrouwen mogen in de ploegleiderswagens en in het management nog in de minderheid zijn, toch constateert Tromp (als renner actief op het hoogste niveau tussen 2009 en 2017) een forse verbetering ten opzichte van vroeger. ‘Het kan altijd sneller, het kan altijd groter of beter, maar ik zie een goede ontwikkeling.’
Vooroordelen
Lang bestond er weerstand om te investeren in het vrouwenwielrennen, dat zeker aan de mannelijke zijde van de sport niet erg hoog aangeschreven stond. ‘Het vooroordeel was dat vrouwelijke wielrenners er niet hard voor werkten, dat het onprofessioneel was en niet leuk om naar te kijken. Dat er maar één renster kon winnen, Marianne Vos bijvoorbeeld, en dat de rest eigenlijk niet meedeed.’
Die houding stond de groei in de weg. In het mannenwielrennen ging al veel geld om, maar dat vloeide niet naar de vrouwelijke collega’s. De vrees bestond dat een vrouwentak ten koste zou gaan van de budgetten voor de mannen. ‘Maar ik denk dat het nu al erg is veranderd. Vanuit de mannelijke renners, de teams en de sponsoren wordt de vrouwensport nu serieus genomen. Er is een grote ommezwaai geweest.’ Er is steeds wat meer geld beschikbaar, de oude vooroordelen worden verder afgeschud.
Satellietclub
Er zijn de afgelopen twee decennia steeds meer ploegen ontstaan als satellietclub van een mannenteam. Dat geldt ook voor de ploeg van Tromp. EF Education was al eerder sponsor van een vrouwenploeg, maar die equipe had niets te maken met de mannenploeg met dezelfde naam. Nu wel.
Het vrouwenteam is een loot aan dezelfde organisatie als de EF-ploeg van onder anderen Touretappewinnaar Richard Carapaz. ‘Het voordeel daarvan is dat je gebruik kunt maken van een bestaande structuur.’
Onder één paraplu kunnen ploegen van elkaar leren. ‘Bij de mannenploeg hebben ze al zoveel jaren ervaring, kennis en ideeën. Dat kan voor nieuwe input zorgen aan de vrouwenkant, maar ook vice versa. Ik weet dat er best wat ploegleiders van de mannenploeg bij ons te rade gaan om te kijken hoe wij de dingen doen en of ze dat kunnen kopiëren naar de mannenploeg. Het is superleerzaam.’
Wederkerigheid
Ze ziet dat er sprake is van wederkerigheid tussen mannen en vrouwen. Meer vrouwen krijgen de kans om in de begeleiding van een vrouwenwielerploeg carrière te maken, maar hun horizon blijft niet beperkt tot het vrouwenpeloton. ‘Onze ploegleider Carmen Small is ook bij mannenwedstrijden geweest als tweede ploegleider. Daar wordt ze geaccepteerd, door het hele team. Gewoon, omdat zij het werk goed doet.’
Toch moet het belang van de vrouwenploegen die op zichzelf staan, en niet aan een mannenploeg gelieerd zijn, volgens Tromp niet worden onderschat. ‘Ik vind het tof dat we nog steeds een paar teams hebben die zeggen: wij gaan alleen voor het vrouwenwielrennen. Ploegen zoals Canyon-SRAM en SD Worx-Protime, dat zijn van oudsher de ploegen die in de vrouwen wilden investeren. Het zijn ook nog steeds de smaakmakers van het vrouwenpeloton.’
Mix is belangrijk
Sowieso benadrukt Tromp dat een mix belangrijk is. Of het nu om de organisatiestructuur van de verschillende ploegen gaat, of de man-vrouwverhoudingen binnen de teams. Er zijn bij haar ploeg ook mannelijke assistent-ploegleiders naast directeur sportif Small.
‘Iemand die goed is voor de job, is goed voor de job. En dan maakt het niet uit of het een man of een vrouw is. Maar soms is een vrouwelijke touch wel belangrijk. Bij de rensters kan het zorgen voor herkenbaarheid, die het gemakkelijker maakt om over bepaalde zaken te spreken. De laatste jaren is bijvoorbeeld de menstruatiecyclus een belangrijk onderwerp.’
Een belangrijk aspect is ook niet zozeer of er een vrouwelijke begeleider is, maar of diegene ervaring heeft die met de rensters kan worden gedeeld. Oud-coureurs kunnen dat. En als gevolg van de professionaliseringsslag de afgelopen decennia, is er niet alleen plek voor meer oud-sporters om na hun carrière bij een ploeg aan de slag te gaan, maar hebben zij ook al zelf in een professionele omgeving hun sport beoefend.
Rennersperspectief
Tromp noemt Chantal van den Broek-Blaak, dit jaar aangesteld als bondscoach voor de beloften, en Anna van der Breggen, die een aantal jaar ploegleider was bij SD Worx-Protime, voordat ze haar rentree maakte bij diezelfde ploeg. ‘Dat zijn goede voorbeelden. Zij hebben op hoog niveau gefietst, kennen de sport vanuit rennersperspectief. Op die manier kunnen ze jonge rensters goed begeleiden. Bij de mannenploegen zie je ook veel oud-renners als ploegleider, coach of onderdeel van de technische staf. Dat is waardevol en je zal het bij de vrouwen ook meer gaan zien.’
Klaar is de ontwikkeling nog lang niet. Maar Tromp gelooft in de weg der geleidelijkheid. ‘De budgetten zijn nog altijd iets kleiner dan bij de mannen. Dat maakt voor sponsoren de drempel om in de vrouwensport te stappen lager. Maar de return on investment is ook nog niet helemaal dezelfde. Dat is iets waar we naartoe moeten groeien, maar zoals met alle veranderingen en ontwikkelingen in het bedrijfsleven en in de maatschappij: dat duurt even.’
Lees ook
Geselecteerd door de redactie