Olie- en gasreus BP keert Noordzee de rug toe, tot schrik van de Britten
Al zes decennia boort British Petroleum (BP) naar gas en olie in de Noordzee. Daar komt nu een einde aan, zo heeft de nieuwe topvrouw Meg O’Neill beloofd. BP’s vijf productiecentra in de Noordzee bieden werk aan ongeveer 1.100 mensen. Volgens Reuters zal dat personeelsbestand met 700 mensen worden verminderd.
BP haalt 5 procent van zijn olie en gas uit de Noordzee. De Amerikaanse O’Neill is bezig de portefeuille van het concern te herstructureren, met als doel de schulden te verlagen.
Lastenverzwaringen
De Noordzeewinsten van olie- en gasbedrijven hebben de afgelopen jaren geleden onder lastenverzwaringen. Vier jaar terug introduceerde de Conservatieve regering een extra winstbelasting van 25 procent. Inmiddels ligt dat percentage op 38 procent. BP heeft daar al eens over geklaagd. ExxonMobil, Chevron, Shell en TotalEnergies hebben afgelopen jaren activiteiten verkocht, gefuseerd of verminderd. Kleinere, door private equity gesteunde bedrijven hebben deze activiteiten overgenomen.
De Noordzee heeft het Verenigd Koninkrijk door de jaren rijkdom gebracht, al hebben de Britten, anders dan de Noren, het geld nooit in een grote spaarpot gestopt. Binnen de Britse overheid heeft de overtuiging postgevat dat olie en gas een aflopende zaak zijn. De nadruk is komen te liggen op duurzame energiebronnen. Dat is ook het beleid van de Labour-regering die in 2024 is aangetreden. In het verkiezingsmanifest stond dat geen nieuwe boorlicenties meer zouden worden afgegeven.
Deze belofte leverde kritiek op van de rechtse oppositie – Reform UK en de Conservatieven – en van de Amerikaanse president Donald Trump met diens motto ‘drill, baby, drill’. Onder Burnham, die de kosten van het levensonderhoud wil beperken, lijkt Labour van koers te veranderen. Volgens Trump heeft Burnham hem voorgehouden dat er meer zal worden geboord. De premier zelf zei woensdag dat hij een ‘pragmatische aanpak’ kiest voor de ontwikkeling en het gebruik van de Noordzeereserves.
Te late koersverandering
Voor British Petroleum lijkt deze mogelijke koersverandering te laat te komen. ‘Nu we ons portfolio en kapitaal richten op onze meest waardevolle kansen’, zegt topvrouw O’Neill, ‘zijn we van mening dat onze activiteiten in de Noordzee beter gepositioneerd zullen zijn als onderdeel van een ander bedrijf.’ Eerder al had het bedrijf andere activiteiten op Britse bodem afgestoten, terwijl het meer is gaan investeren in de Verenigde Staten, waar het klimaatbeleid van de overheid minder streng is.
Dat heeft aan Britse zijde gezorgd voor de vrees dat BP vroeger of later het moederland zal verlaten. Het concern gaat zijn wereldwijde hoofdkantoor verplaatsen van een enorm complex in Sunbury, net ten zuidwesten van Londen, naar het hartje van de stad nabij London Bridge. Het nieuwe hoofdkantoor zal een stuk kleiner zijn. De vrees bestaat dat BP, dat een waarde van omgerekend honderd miljard heeft, de Londense aandelenbeurs zal verruilen voor die in New York.
De Schotse premier John Swinney heeft tegen de Britse media zijn zorgen geuit over de plannen van BP en legde de schuld bij Londen. ‘De Britse regering moet de winstheffing op energie afschaffen en dringend actie ondernemen om banen te beschermen,’ zei hij. De Schotse nationalisten waren vroeger zeer gespitst op wat ze omschreven als ‘Scotland’s oil’, maar de liefde binnen de progressieve Scottish National Party voor fossiele brandstoffen is de laatste jaren flink bekoeld.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie
