Home   2026-08-03 17:31:33

‘Ik vraag me telkens af: hoe kan ik een genre naar mijn hand zetten? Zo houd ik het schrijven fris’

Original article

Terug naar de krant

Voor iemand met twee Pulitzer Prizes op zak heeft schrijver Colson Whitehead iets verrassend verlegens over zich. Oplettende ogen, antwoorden die worden besloten met een lach. In het Mövenpick Hotel in Amsterdam – „er zijn mooiere plekken” vertelt hij over het schrijven van zijn nieuwe boek Cool machine, het slotstuk van zijn Harlem-trilogie, die begon met Harlem Shuffle (2021) en Misdaadmanifest (2023).

In de reeks volgt de lezer Ray Carney, een meubelhandelaar uit Harlem die af en toe bijklust als heler. Het laatste deel van de misdaadserie speelt zich af in de jaren tachtig. Graffiti, punk, maar ook kapitalistische hoogmoed vullen de straten van New York. Carney, die net ‘Meubelhandelaar van de Maand’ is geworden, heeft eindelijk zijn dubbelleven afgezworen. Toch laat hij zich verleiden tot een laatste kraak. Nog eentje dan. Samen met zijn oude handlanger Pepper duikt hij opnieuw de onderwereld van New York in.

Lees ook: recensie
De roman ‘Cool machine’ is een ode aan New York, waar ‘de verbeelding bankroet’ is
Straat in Harlem, 1981

U werkte zeven jaar aan deze trilogie. Gaat u Ray Carney missen?

„Gelukkig niet. Ik kan altijd het boek erbij pakken. Als ik Cool machine of een van mijn andere romans opensla, kan ik ineens heel trots zijn. Ik herinner me de eerste dagen waarin ik het verhaal opzette. Het creëren van personages als Elizabeth of Zippo. Die blijven bij je. Al ben ik wel blij dat ik niet nog een bankroof hoef te verzinnen.” Lachend: „Ik ben doodop.”

Wat is voor u de charme van New York in de jaren tachtig?

„Voor het eerst kon ik mijn eigen herinneringen gebruiken, omdat dit boek plaatsvindt in de jaren tachtig. De kunstscene van de Lower East Side, die in het boek als decor dient, daar zat ik zelf middenin. De postpunk-muziek waarnaar mijn zusje vroeger luisterde, heb ik erin verwerkt. Het was een geweldige tijd voor culturele kruisbestuiving. Al is dat volgens mij nog steeds zo. New York is een stad van heruitvinding. Ik denk dat er geen andere plek is waar dat zo sterk geldt.”

Het boek wisselt fictie, dus verzonnen elementen, af met sterk realisme. Hoe gaat u daarbij te werk?

„Dat is een bewuste keuze. In mijn eerste boek De Intuitionist schets ik een mythisch beeld van New York, zonder straatnamen. Bij de Harlem-trilogie wilde ik juist zo concreet mogelijk te werk gaan. Zodat het lezerspubliek de stad herkent die ik beschrijf. Donald Manes verschijnt bijvoorbeeld op het toneel; hij was echt de burgemeester van Queensborough. Daar geef ik dan zelf een draai aan. Bij het schrijven gebruikte ik gangstermemoires om de slang te leren, en oude tijdschriften, archieven. Ik heb ook handboeken uit de jaren tachtig gelezen over hoe je een bank overvalt, of hoe je een alarm uitzet. Maar ook alledaagse dingen spelen mee, zoals hoeveel een liter melk kost. Ik wilde heel precies zijn.”

Over realisme gesproken: tijdens het schrijven van de trilogie overleed een familielid, uw broer. Heeft die gebeurtenis uw werk beïnvloed?

„Of mijn eigen ervaringen een rol spelen, wil nog wel verschillen. Mijn broer en ik groeiden op in hetzelfde huis en gingen onze eigen weg, net zoals Freddie en Carney dat deden. Mijn werk is een constant samenspel van herinneringen, inspiratie en verzinsels. Ik ben geen ontsnapte slaaf, ik ben geen crimineel, maar ik ben wel een mens van vlees en bloed met ervaringen. Al deze elementen helpen bij het schrijven van een goed boek.”

In 2019 werd u door Time Magazine uitgeroepen tot ‘America’s Storyteller’. Werpt dat een zekere verantwoordelijkheid op?

„Nee, zo heb ik dat absoluut niet ervaren. Natuurlijk is het leuk dat ze dat destijds schreven, rond de tijd van De jongens van Nickel. Ik ben blij dat mensen mijn boeken waardeerden. Maar de verwachtingen van anderen zijn voor mij ondergeschikt aan die van mezelf, namelijk: lever geen half werk af, doe het zo goed als je kunt. Ik leg mezelf al genoeg druk op.”

Colson Whitehead.

Foto Jagoda Lasota

Toch zijn er misschien mensen die van u verwachten dat u, naast romanschrijver, ook een politieke stem vormt.

„Ik kan voor de miljoenste keer mijn mening over Trump geven, of ik kan dat niet doen. Ik kan interviews geven waarin ik me uitlaat over de Amerikaanse politiek, of ik kan werken aan mijn verhalen.”

Dus u wilt eigenlijk niet meer over Trump praten?

„Natuurlijk komt hij ter sprake. Hij is nu eenmaal een vreselijk persoon die als een schaduw over de wereld hangt. Maar er zijn genoeg mensen die ervoor betaald worden om daar de hele dag op televisie of in de krant over te praten. Een romanschrijver is niet per definitie ook een goede opinieschrijver. Mijn enige verantwoordelijkheid is boeken schrijven.”

Heeft u een bepaald publiek voor ogen als u schrijft?

„Bij mijn eerste boek had ik dat wel. Ik stelde me een zestienjarige zwarte buitenstaander voor die het boek zou lezen en dan dacht: die schrijver is net zo vreemd als ik, misschien kan ik ook schrijver worden. Toen het boek verscheen, bleek alleen dat er helemaal geen zestienjarigen naar literaire avonden komen. Helaas. Omdat ik voortdurend van genre wissel, win en verlies ik steeds andere lezers. Met mijn zombieroman kreeg ik er veel horrorfans bij. Die raakte ik deels weer kwijt met De ondergrondse spoorweg. Vervolgens trok de Harlem-trilogie weer liefhebbers van misdaadromans aan, terwijl sommige lezers van De jongens van Nickel daar misschien minder mee hadden.”

Dat lijkt de enige constante in uw carrière. U wisselt voortdurend van genre.

„Door steeds iets nieuws te proberen, houd ik het schrijven voor mezelf fris. Ik hou van thrillers, realistische romans, sciencefiction. Net als de meeste lezers heb ik belangstelling voor allerlei soorten verhalen.”

Is dat de ultieme vrijheid van een schrijver?

„Je bent vrij, maar die vrijheid betekent niet dat alles automatisch goed wordt. Je moet wel een zekere kwaliteit zien te handhaven. Vrijheid ontslaat je niet van de verplichting om iets goeds te maken.”

Ziet u een verschil tussen wie u bent als persoon en het beeld dat lezers van u hebben?

„Zeker. Mensen kennen vooral mijn boeken, niet mijn dagelijkse leven. Als ik mezelf zou moeten beschrijven, zie ik vooral iemand die thuis zit te twijfelen. Moet ik nog een pagina schrijven? Zal ik eerst een dutje doen? Is deze zin wel goed? Werkt deze alinea eigenlijk wel? Heeft dit verhaal überhaupt bestaansrecht? Dat is de werkelijkheid van schrijven. Bij een schilder of filmmaker zie je ook alleen het eindresultaat. Het moeizame proces blijft onzichtbaar.”

Een vriend noemde u ooit tegelijk de productiefste én de meest luie schrijver die hij kende.

„Dat klopt eigenlijk wel. Als ik aan een boek werk, ben ik daar volledig door geobsedeerd. Dan lig ik er ’s nachts van wakker. Gisteren had ik een jetlag en om vier uur ’s ochtends dacht ik nog: misschien moet die ene zin toch ergens anders staan. Zodra een boek af is, speelt de andere kant van mijn karakter op. Dan lig ik op de bank films te kijken, speel ik videogames, kook ik voor mijn gezin. Als ik vrij ben, ben ik ook echt vrij. En als ik werk, werk ik volledig.”

Dus er zit eigenlijk een aan- en uitknop op.

„Precies.”

Is dat ook hoe u het schrijfproces zou omschrijven?

„Dat is net weer anders. Mijn schrijfproces draait er vooral om elke dag wat vooruitgang te boeken. Als ik vier of vijf dagen per week werk en uiteindelijk vier of vijf pagina’s heb geschreven, ben ik heel tevreden. Als ik begin met schrijven, weet ik al grotendeels hoe het verhaal moet verlopen. Misschien ken ik de namen van alle personages nog niet of weet ik nog niet precies hoe ze praten, maar ik weet wel welke functie ze in het verhaal hebben. Ik weet hierdoor precies wat ik die dag moet doen. Bijvoorbeeld: beschrijf Carneys kantoor. Of: introduceer zijn neef.”

Dus structuur boven spontaniteit?

„Je moet een systeem vinden dat voor jou werkt. Niemand houdt tijdens het schrijven van een roman toezicht op je. Niemand vraagt of je vandaag je werk hebt gedaan.”

Begint u meestal met een personage, een idee, of juist met een plek?

„Bij De ondergrondse spoorweg begon alles met één vraag: wat als die spoorweg geen metafoor was, voor het netwerk van ontsnappingsroutes voor slaven, maar een echte trein? Dat beeld intrigeerde me en vanuit die gedachte ontstond de hele roman. Bij de Harlem-trilogie begon het met een andere vraag: zou het leuk zijn om een kraakroman te schrijven? Ik hou van films als Ocean’s Eleven. Ik vroeg me af hoe ik zo’n genre naar mijn hand kon zetten. Pas daarna volgden de personages. Voor mij begint een boek bijna altijd met een ‘wat als?’, of: ‘zou het niet leuk zijn om…?’”

Speelt plezier een grote rol in uw werk?

„Natuurlijk. Schrijven is geen huiswerk. Je kiest hopelijk een onderwerp waar je zelf nieuwsgierig naar bent. Het idee van een letterlijke ondergrondse spoorweg vond ik spannend. Het bedenken van inbraken, oplichtingspraktijken en kleurrijke bijfiguren voor de Harlem-boeken was ontzettend leuk. Soms zit je zelf hardop te lachen, terwijl nog niemand het gelezen heeft. De dagen worden hierdoor een stuk aangenamer.”

In een interview met deze krant stelde u dat Europese journalisten u, als zwarte Amerikaanse auteur, soms ‘weirde’ vragen stellen. Bent u bang dat uw werk hier verkeerd wordt geïnterpreteerd?

„Nee hoor. Ik ben opgegroeid in de jaren tachtig. In die tijd leefde het idee dat tekst, na publicatie, niet langer van de schrijver is, maar van de lezer. Mensen mogen mijn werk lezen, of ze doen het niet, en ze mogen het interpreteren zoals ze willen. Loslaten hoort bij het vak.”

Dat klinkt erg postmodernistisch.

„Dat is nu eenmaal de tijd waarin ik ben gevormd.”

De dood van de auteur.

„Precies.”

Is schrijven volgens u vooral een kwestie van talent of van vakmanschap?

„Het is een combinatie. In het dagelijkse werk speelt vakmanschap een grote rol. Discipline hebben, stilzitten, soms urenlang, blijven herschrijven. Iemand die niet goed schrijft kan wel degelijk leren schrijven. Maar andere mensen beschikken over een aangeboren talent om een verhaal te vertellen.”

Is het nu tijd voor een schrijfpauze?

„Dat was inderdaad het voornemen, maar in december verveelde ik me al dusdanig dat ik weer aan het werk ben gegaan. Zonder het schrijven ben ik toch gewoon een saaie gast van 56.”

Lees ook
De roman ‘Cool machine’ is een ode aan New York, waar ‘de verbeelding bankroet’ is
Straat in Harlem, 1981

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Artikel delen

  • Je kunt deze maand nog cadeau geven.
  • De link is geldig.

De link is nog geldig.

Je hebt al eerder van dit artikel een cadeaulink aangemaakt, de link is nog geldig.

Leuk dat je onze journalistiek deelt met anderen. Vanaf kun je weer artikelen cadeau geven.

Sorry, het lukt op dit moment niet om een cadeau-link te maken. Probeer de pagina opnieuw te laden of probeer het later nog eens.

Deel dit artikel via sociale media.

Hoe werkt het delen van artikelen?

Als cadeau

Als NRC-abonnee kun je elke maand artikelen cadeau geven aan een willekeurige ontvanger.

  • De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
  • De cadeaulink is geldig.
  • Het saldo wordt verminderd met 1 zodra er een cadeaulink wordt aangemaakt.

Standaard delen

Kies je voor standaard delen, dan kan iedereen met een NRC-abonnement de door jou gedeelde artikelen lezen. Niet-abonnees krijgen een betaalmuur te zien.