Een heldere en overtuigende reconstructie van zomaar een leven in de twintigste eeuw
Een dochter observeert intensief haar vader en stelt vast dat hij nooit aan zelfonderzoek heeft gedaan, maar wel altijd „sterke morele oordelen over anderen” had. Hij was ook een man met sociaal gevoel. Niet met zichzelf bezig kennelijk, maar met anderen.
Dat is te snel geconcludeerd: Greta Riemersma keert in De wereldverbeteraar haar vader Goos grondig binnenstebuiten, en dat levert een weinig verheffend dubbelportret op. Een vader die maniakaal met het onrecht in de wereld bezig is, en een dochter die zich zwaar verwaarloosd voelt.
Greta Riemersma, jarenlang als journalist werkzaam bij de Volkskrant, inmiddels begin zestig en freelancer, deed er wel twintig jaar over om te besluiten een boek over haar vader te schrijven. Hij stierf in juni 2004, na een leven vol strubbelingen, nog maar 68 jaar oud, vereenzaamd in het huis dat hij zo’n dertig jaar eerder met zijn gezin had betrokken. Een nieuw dorpsvillaatje onder architectuur in het Friese Oenkerk, inclusief zitkuil en een glazen pui die uitzicht gaf op de weilanden. Een leraar Nederlands in het middelbaar onderwijs kon zich zoiets nog veroorloven. In en om de zitkuil heerste het linkse levensgevoel. Op bruin beklede rotan meubeltjes werd gerookt, gedronken, gediscussieerd en wat schutterig geëxperimenteerd met partnerruil.
Greta was zo’n tien jaar oud en herinnert zich de eerste maanden in de villa als een tijd waarin de stemming „opperbest” was. Het is een zeldzaam straaltje vreugde in een gezinsleven dat enorm veel zwaarte en mislukking kent. Middelpunt is vader Riemersma, een man met messiaanse trekken, die zijn vrouw en kinderen voortdurend in gebreke stelt: „Met priemende wijsvinger en fonkelende ogen kon hij me in een paar zinnen aan het kruis nagelen, omdat ik de wereld weer eens niet vooruit had geholpen.”
In vierhonderd bladzijden ontleedt de dochter nu de vader, en ze ontkomt er niet aan hem op haar beurt de maat te nemen. Het portret dat Riemersma van haar vader neerzet is hard, regelmatig zelfs genadeloos, maar voor de buitenstaander is het vooral een heldere en overtuigende reconstructie van zomaar een leven in de twintigste eeuw.
Halfblote vrouw
Goos groeide op in een zwaar gereformeerd onderwijzersgezin op Urk. Hij was een avontuurlijke knul, die graag de grenzen opzocht. Het levert hem thuis regelmatig een stevig pak slaag op. Greta vermoedt dat hier al de weerzin van haar vader tegen onrecht is ontstaan. Het gezin verhuisde intussen naar Friesland. Goos mocht doorleren op de HBS in Dokkum. Kort daarna werd hij betrapt met een plaatje van een halfblote vrouw uit het tijdschrift De lach. Hij werd meteen van school gestuurd. Als zijn vader ervan hoort, pakt deze zijn riem en ranselt Goos ongenadig af. Hij werd voor dagen op zolder op water en brood gezet.
De weg naar de universiteit was hiermee afgesloten. Dat was de praktische kant. Greta ziet vooral de psychische gevolgen. De vernedering was zo groot dat ze een diep spoor door het leven van Goos, maar ook van zijn gezin zou trekken.
Goos had zoveel mee: een goed stel hersens, sportief, en een grote aantrekkingskracht op vrouwen. Hij belandde uiteindelijk op de kweekschool, ontworstelde zich daar aan de benauwenis van het gereformeerde leven thuis. Maar wat hij van thuis meenam, was de plicht om als goed christen te leven. Hij blijft de kerk heel lang trouw, ook Greta krijgt nog, in een verdunde versie, een gereformeerde opvoeding.
Haar vader kon geen onrecht zien en had moeite met het aanvaarden van gezag. Wanneer hij zich opwerkt tot conrector van het christelijke Lienward College in Leeuwarden en regelmatig moeilijke leerlingen aan zijn bureau krijgt, trekt hij bijna stelselmatig partij voor het kind, tot ergernis van zijn collega’s. Hij laat ook leerlingen doorstromen naar hogere opleidingen, ondanks negatieve adviezen van hun leerkrachten.
Zo’n man dus. Rebels, onaangepast, maar ook met nogal wat onwrikbare principes, een drammer met weinig diplomatieke gaven. Er werd ook niet veel gelachen in huize Riemersma. De linkse opvattingen, die vooral na 1970 in het gezin omhelsd werden, vertaalden zich bij vader Goos in een aanhoudende woede. Vrouw en kinderen hadden het maar te ondergaan.
Wat ging hier mis? In een paar prachtige hoofdstukken laat Riemersma zien hoe de links-alternatieve beweging, vooral in de PPR- en IKV-variant, op het fundament van de verzuiling stond. De snelle ontkerkelijking van de jaren zestig maakte veel gereformeerde, en ook katholieke jongeren, ideologisch dakloos. Met alle ideeën over een betere wereld die ze in hun christelijke opvoeding hadden meegekregen, zochten ze nu een toevlucht tot de progressieve politiek: „eerst was hun geloof het beste, daarna hun ideologie”. Het moest wel tot teleurstellingen leiden.
Met het aanbreken van de jaren tachtig en het oprukken van de neoliberale tijdgeest, verflauwde het progressieve elan even snel als het was opgekomen. Goos moest zelfs meemaken dat zijn vrouw Tity zich begin jaren tachtig tot de VVD bekeerde. Kort daarna verliet ze, na 26 jaar huwelijk, het gezin. Greta was toen al in Groningen gaan studeren; ze kon niet anders dan haar moeder gelijk geven.
Woedeaanvallen
Greta Riemersma formuleert het niet met zoveel woorden, maar het boek over haar vader is uiteindelijk ook een boek over haarzelf, over „de genen en ervaringen” die haar gevormd hebben. Het zijn misschien wel de pijnlijkste passages. Ze heeft scherp voor ogen uit wat voor nest ze komt: haar overgrootmoeder belandde in een psychiatrische inrichting; haar grootmoeder leed aan dagen aanhoudende woedeaanvallen. Is ze erfelijk belast? „Ik herken de ‘blauwzwarte, hartbenauwende wanhoop’ van mijn grootmoeder Grietje, want die was via mijn vader op mij overgegaan.” Over haar eigen ontwikkeling blijft ze summier, al is ze de film Saturday Night Fever en het weekblad Viva dankbaar dat ze haar bijtijds leerden om plezier in het leven te hebben. Geluk moet je bij jezelf zien te ontginnen.
Daar was vader Goos nooit in geslaagd. Maar je moet wel van steen zijn om ook niet regelmatig sympathie te voelen voor deze gereformeerde Don Quichote, die kinderen tegen alle adviezen in naar het VWO doorzwaaide, waarna ze het soms tot hoogleraar schopten.
Goos kreeg er steeds minder van mee; de laatste jaren leed hij aan dementie en daarmee verdween zowaar ook zijn woede. In die tijd kwam er een tas tevoorschijn met bankafschriften van de ontelbare goede doelen die hij in de loop van de jaren van giften had voorzien. Greta: „In die plastic zak zat zijn liefde, die hij wel aan ons wilde geven, maar hij had geen idee hoe.”
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.