Home   2026-08-03 17:31:33

De roman ‘Cool machine’ is een ode aan New York, waar ‘de verbeelding bankroet’ is

Original article

Terug naar de krant

Zodra je even niet keek had de stad een nieuwe versie van zichzelf neergezet, verzucht een van de personages in de nieuwe roman van Colson Whitehead, het slotdeel van zijn New Yorkse trilogie. In Cool machine (voor de Nederlandse uitgave bleef de titel onvertaald) bevinden we ons opnieuw bij meubelhandelaar Ray Carney, die af en toe bijbeunt als heler. De stad mag deze keer dan niet letterlijk in de fik staan, erg goed gaat het niet in het New York van de jaren tachtig. Met de tweede termijn van president Ronald Reagan viert de kapitalistische vastgoedmarkt hoogtij. „Meer kapitalisme graag. De stad verkrot, mijn heimelijk genot”, luidt een graffiti-kreet. De segregatie is door veryupping toegenomen, de groep mensen die het niet redden is groter geworden. „Voor New York Fuckin’ City”, geeft Whitehead de roman als motto mee. 

Ray Carney is inmiddels een vijftiger die op het punt staat ‘meubelhandelaar van de maand’ van de Noordoostkust te worden. Sinds hij als meubelverkoper begon, heeft hij zijn zaak flink uitgebreid en alles opnieuw opgebouwd na een enorme brand. Hij is de eerste Afro-Amerikaan die deze ‘titel’ krijgt, in het maandblad van een meubelfabrikant. Heel even hoopt Carney zelfs dealer van het jaar te worden, maar een mens moet zich niet te veel illusies maken. Ondertussen hoopt hij op een lening van de bank voor het nieuwe reisbureau van zijn vrouw. Helaas, ‘meubelhandelaar van de maand’ of niet, banken geven geen leningen aan zwarte echtparen voor een nieuw bedrijf. Voor Carney zit er niets anders op dan twee keer een kraak te zetten. Eentje om een enorm bedrag binnen te halen, de ander om een misstand uit het verleden te herstellen.

Het rechtzetten van het verleden en opkomen voor je rechten is de rode draad in alle drie de delen (Harlem Shuffle was het eerste, Misdaadmanifest het tweede). Of het nu Carney is die samen met een groep iets steelt dat niet in de kluis van het Waldorf Hotel hoort, of zijn vriend Pepper die betrokken raakt bij het terughalen van een Ngil-masker dat als roofkunst in de VS is terechtgekomen, of om Carneys pogingen zijn neef te redden van de maffia: steeds staat zowel het recht als het overleven centraal. „De werkelijke macht ligt onder de grond”, merkt iemand op wanneer een kraak wordt gezet en alles via de ondergrondse loopt. Dat ‘ondergrondse spoor’ dat het onrecht ongedaan maakt, is de knipoog van Whitehead naar zijn doorbraakroman De ondergrondse spoorweg (2016).

De trilogie schetst een fascinerend portret van de stad, vanaf de rellen in Harlem in 1964 na de moord op de vijftienjarige James Powell door een politieagent, tot aan de jaren tachtig: het decennium waarin de Reagan-stemmer de stad vormt, en ‘Reagan-stemmer’ voor Carney een scheldwoord is geworden. Hij ontslaat zelfs een van zijn meubelverkopers als deze voor een tweede keer op de cowboy-president heeft gestemd.

Soepzooi van stadsvernieuwing

Dat het kapitalistische systeem verrot is keert niet alleen terug in een filering van Joseph Hellers roman Catch 22 („Dat witte mensen zo weg zijn van dit boek komt volgens mij doordat het voor hen iets nieuws is. Zwarte mensen weten allang dat het niet werkt, nooit gewerkt heeft en ook nooit bedoeld is geweest om te werken”), maar ook in de graffititeksten die voortdurend opduiken. Pepper weet niet wat hij aanmoet met teksten als: „Eet de soepzooi van stadvernieuwing / Bekijk onze nieuwe collectie teleurstelling”. Ze achtervolgen hem, zoals het hoofdpersonage in Paul Austers New York Trilogy werd achtervolgd door rinkelende telefoons in telefooncellen die een boodschap voor hem hadden.

Soms wordt er in Cool machine net iets te veel uitgelegd en praten de personages over elkaars hoofden heen, zodat iedereen de verwijzingen begrijpt. De gesprekken over roofkunst doen erg 21ste-eeuws aan, en niet erg jaren-tachtig. Toch is dit derde deel een prachtige en humoristische ode aan New York. De stad waar de „verbeelding bankroet is”, in Whiteheads typering. De New Yorkse burgemeester Mamdani kan er in 2026 nog steeds genoeg aanknopingspunten in vinden voor zijn visie op de stad die volgens de personages van Whitehead ook „het centrum van de wereld” is. 

Lees ook
‘Er zijn dorpen in het Zuiden die ik mijd’

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Artikel delen

  • Je kunt deze maand nog cadeau geven.
  • De link is geldig.

De link is nog geldig.

Je hebt al eerder van dit artikel een cadeaulink aangemaakt, de link is nog geldig.

Leuk dat je onze journalistiek deelt met anderen. Vanaf kun je weer artikelen cadeau geven.

Sorry, het lukt op dit moment niet om een cadeau-link te maken. Probeer de pagina opnieuw te laden of probeer het later nog eens.

Deel dit artikel via sociale media.

Hoe werkt het delen van artikelen?

Als cadeau

Als NRC-abonnee kun je elke maand artikelen cadeau geven aan een willekeurige ontvanger.

  • De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
  • De cadeaulink is geldig.
  • Het saldo wordt verminderd met 1 zodra er een cadeaulink wordt aangemaakt.

Standaard delen

Kies je voor standaard delen, dan kan iedereen met een NRC-abonnement de door jou gedeelde artikelen lezen. Niet-abonnees krijgen een betaalmuur te zien.