Home   2026-08-03 17:31:33

Zijn zoon moet ‘een echte man worden’, maar is hij dat zelf wel?

Original article

Terug naar de krant

Een stomp in zijn gezicht. Dat is wat John-Calum Macleod, oftewel Cal, krijgt als hij is teruggekeerd naar het Schotse eiland Harris. Het is vader John die de klap uitdeelt en het blijft niet bij die ene stomp. „Met zijn rechterhand gaf hij hem nog drie vuistslagen; elke klap was harder, furieuzer en resoluter dan de vorige. Cal bracht zijn armen omhoog om zich te verweren, maar John nam alleen even de tijd om in te schatten hoe hij om de verdediging van zijn zoon heen kon slaan.”

Na een paar jaar te hebben doorgebracht in Edinburgh is Cal op verzoek van zijn vader teruggekomen naar de kleine Vrije Presbyteriaanse gemeenschap op de Buiten-Hebriden, een plek die voornamelijk wordt bevolkt door vissers, schapenboeren en wevers. Aanleiding voor zijn terugkeer is zijn grootmoeder Ella, die volgens John paarsige voeten heeft („de kleur van kalfslever”) en steeds meer met schapen praat. „Het is tijd”, had John aan de telefoon gezegd nadat hij eerst voor zijn zoon een psalm in het Gaelic had gezongen. Tijd om te zorgen voor zijn grootmoeder, tijd om een echte man te worden. En dan komt, niet lang na zijn terugkeer, die stomp.

Het is een geweldsuitbarsting die voortkomt uit jaren van emotionele onderdrukking. Een woede die al begon toen John door zijn vrouw Grace werd verlaten en hij, alleen in haar huis werd achtergelaten met haar moeder Ella en zijn negenjarige zoon. Een woede die hij voor het eerst uit wanneer Cal twaalf is en hij hem door elkaar rammelt, omdat hij iets doet „op een te verwijfde manier”. En een woede die tot uitbarsting komt wanneer de inmiddels 22-jarige Cal op een zondag, kort na zijn terugkeer, te laat de kerk binnenloopt en de preek verstoort.

In de ogen van John – als voorzanger heeft hij een belangrijke rol binnen de gemeenschap – is werkelijk alles aan Cal verkeerd: zijn onbeschofte gedrag, zijn gekke vrouwenkapsel (lang haar met een vlammende kleur), zijn blèrende popmuziek, het feit dat hij in de kerk moet plaatsnemen op het bankje van de ‘niet-verlosten’. Bovenal schaamt hij zich tegenover de kerkgangers, die achteraf schande zullen spreken over de verloren zoon die de regels van de calvinistische gemeenschap aan zijn laars lapt. En dus slaat John er die zondag op los, net zo lang tot de scherfjes glazuur van Cals tanden springen en het bloed uit zijn wenkbrauw spuit.

Het is dit keer een klassiek thema dat Booker Prize-winnaar Douglas Stuart, die internationale faam verwierf met Shuggie Bain (2020) en Mungo (2022), in zijn derde roman aankaart: een generatieconflict tussen vader en zoon. Maar het is, en dat maakt deze roman zo sterk, een uiterst gelaagd conflict. Onder al het geweld en onbegrip is ook de liefde tussen vader en zoon telkens voelbaar. Die komt tot uiting in kleine momenten, wanneer Cal de knobbelige en gekloofde handen van zijn vader, een schapenboer en wever, schoonmaakt en insmeert met zalf. Of wanneer ze samen treuren om de dood van een ooi en haar twee lammetjes. Want onder Johns agressie schuilt nog een groter, onverwerkt verdriet dat, zo blijkt al snel, een pijn is die hij met zijn zoon deelt. Zowel Cal als John is homoseksueel, iets wat ze angstvallig voor elkaar verborgen houden. Met name John zit „klem tussen zijn geliefde, zijn zoon en zijn schepper”.

Die geliefde is Innes, een zachtaardige eilander met grote flaporen, hoekige billen en „een openhartig gezicht alsof hij uit de tijd stamde van voor de grote leegloop van de Hooglanden”. Al sinds zijn tienerjaren heeft Innes een verborgen relatie met John. Via allerlei slinkse wegen weten de mannen elkaar telkens in het geniep te ontmoeten om zo de liefde te bedrijven. Het is een samenzijn dat vooral bestaat uit lijden, al helemaal omdat John zijn verlangens als zondig ervaart. Maar ook Cal lijdt in stilte en zelfs als Ella er expliciet naar vraagt, ontkent hij zijn geaardheid. Ondertussen ontwikkelt ook Cal gevoelens voor Innes, wat tot een explosieve situatie leidt.

Eenpersoonsworstelwedstrijd

Voordat het zover komt, heeft Stuart de lezer al meegenomen in tal van andere geheimen en intriges die spelen tussen de eilanders. Zo is er een reden waarom Doll zijn jeugdvriend Cal na zijn terugkomst met de nek aankijkt. Ook is er gedoe rondom de huur van Ella’s huis en blijkt Cal maar weinig te weten over de ware toedracht van zijn moeders vertrek. Kortom: niemand vertelt de waarheid, iedereen zwijgt, alles wordt uit angst weggemoffeld. Het levert een roman op waarbij Stuart de lijntjes van al die verschillende levens uitzet en uiteindelijk keurig weet te verknopen. Te keurig wellicht, want ondanks het rijke, beeldende taalgebruik – Stuart laat de uitgesproken Ella de meest hilarische dingen zeggen („Op mijn leeftijd zien ze toch niet meer of ik een man, een vrouw of een knolselderij ben”) – komt deze roman pas laat op gang.

Pas wanneer Innes geen genoegen meer neemt met Johns houding komt er vaart in het verhaal. Het is vooral de wanhoop van de zachtaardige Innes, die raakt. „Ik blijf al jaren als een hond aan je zijde”, zegt hij tegen John. „En het enige wat ik hoor is: braaf zo Innes. Kom Innes.” John voert volgens hem een „eenpersoonsworstelwedstrijd”. „Van jou tegen jezelf. Je bent een homo die walgt van mannen zoals jijzelf. Het enige wat je nog erger veracht, zijn de mannen die zo dom zijn om van je te houden. En die arme zondaar, dat ben ik.”

John, zoon van John is daarmee vooral een roman over geknakte levens. Niet voor niets zegt Ella op een gegeven moment tegen Cal: „Zorg dat je gelukkig wordt, jongen. Laat er in godsnaam ten minste een van ons gelukkig worden.” Of dat lukt, blijkt pas aan het einde van de roman. Daarin geeft Stuart het verhaal ineens zo’n verrassende wending en beschrijft hij een situatie, zo breekbaar, zo kwetsbaar, zo allesomvattend, dat je per pagina niet weet of de uitkomst nu goed of slecht zal zijn: voor Cal, voor John en voor Innes. Alleen al vanwege dit einde is het de moeite waard dit boek te lezen.

Lees ook
‘Het Thatcher-tijdperk kwam voort uit een totaal gebrek aan medelijden’

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Artikel delen

  • Je kunt deze maand nog cadeau geven.
  • De link is geldig.

De link is nog geldig.

Je hebt al eerder van dit artikel een cadeaulink aangemaakt, de link is nog geldig.

Leuk dat je onze journalistiek deelt met anderen. Vanaf kun je weer artikelen cadeau geven.

Sorry, het lukt op dit moment niet om een cadeau-link te maken. Probeer de pagina opnieuw te laden of probeer het later nog eens.

Deel dit artikel via sociale media.

Hoe werkt het delen van artikelen?

Als cadeau

Als NRC-abonnee kun je elke maand artikelen cadeau geven aan een willekeurige ontvanger.

  • De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
  • De cadeaulink is geldig.
  • Het saldo wordt verminderd met 1 zodra er een cadeaulink wordt aangemaakt.

Standaard delen

Kies je voor standaard delen, dan kan iedereen met een NRC-abonnement de door jou gedeelde artikelen lezen. Niet-abonnees krijgen een betaalmuur te zien.