Malaria in Myanmar dreigt zodanig te ontsporen dat er geen medicijn meer tegen opgewassen is
In paniek stuift het handjevol verpleegsters uit elkaar. Een bommenwerper van het Myanmarese leger doorkruist de blauwe hemel boven het veldhospitaal van hout en bamboe in de oostelijke Karen-staat. In de frontlinie verderop vechten verzetsgroepen die na de staatsgreep van februari 2021 de wapens opnamen tegen het militaire bewind. Ook ziekenhuizen zijn een doelwit van het regime. Regelmatig vlucht de medische staf naar veiliger terrein, zo dicht mogelijk tegen de grens met Thailand. Onder zeiltjes of afdakjes van gedroogde bladeren bivakkeren daar ook duizenden burgers die ontheemd zijn door de gevechten.
Oorlogsgeweld is niet het enige gevaar. Ook het risico van malaria is weer toegenomen, na jaren van succesvolle bestrijding. Vanuit Myanmar duikt de infectieziekte zelfs weer op in buurlanden Bangladesh en Thailand.
Min Thet Htet Aung was al zo’n tien keer ziek nadat hij ruim vijf jaar geleden zijn bestaan als leraar in een kleine stad achterliet om zich net als tienduizenden anderen aan te sluiten bij een van de guerrillagroepen in de jungle. Het primitieve leven in de oorlogszone geeft de muskieten vrij spel. Vrouwtjesmuggen die besmet zijn met de malariaparasiet, brengen deze met een beet op mensen over waardoor zich malaria ontwikkelt. De koortsaanvallen kwamen hard aan. Zijn ribben steken door zijn shirt en zijn wangen zijn ingevallen. Met een nonchalant lachje zegt hij: „Ik dacht dat ik het niet zou overleven.”
Met de hand ingevulde tabellen aan de wand van het veldhospitaal houden de stand bij: 298 patiënten in 2025. Voor de eerste drie maanden van 2026 staat de teller op 16. De aantallen op het bord zeggen maar weinig. Het merendeel van de patiënten wordt door lokale gezondheidswerkers ter plekke behandeld – voor zover dat lukt in het oorlogsgebied. Een simpel woonhuis dat tot voor kort als gezondheidspost fungeerde, is vanwege de toenemende gevechten alweer ontruimd.
In de Thaise plaats Mae Ramat, niet ver van de grens met Myanmar, houdt hoogleraar tropische geneeskunde François Nosten kantoor. De Fransman is directeur van SMRU, de Shoklo Malaria Research Unit. Hij vertelt over het onderzoek dat hij en zijn collega’s samen met lokale gezondheidsorganisaties deden naar de stijging van malaria in de Karen-staat. SMRU is een zusterunit van het gerenommeerde MORU, het samenwerkingsverband tussen de Universiteit van Oxford en de Mahidol Universiteit in Bangkok. De wetenschappers schrijven in Malaria Journal van 15 oktober 2025 dat het aantal gevallen van Plasmodium vivax tussen 2020 en 2024 verdrievoudigde. Voor de levensbedreigende variant Plasmodium falciparum lagen de aantallen zelfs twaalf keer hoger.
Nosten schetst de complexiteit van de infectieziekte. „Malaria is nooit alleen maar een medisch probleem. Het houdt ook verband met de politieke situatie. Het gedijt bij conflicten en instabiliteit.”
Door covid, de staatsgreep en de oorlog is in Myanmar het systeem van publieke gezondheidszorg ingestort. Ook de samenleving is ontwricht. Miljoenen burgers leven in erbarmelijke omstandigheden. Ondertussen zijn internationale hulpprogramma’s stilgevallen of afgeschaald. De militaire autoriteiten, die een groot deel van het land nog in handen hebben, ontkennen het probleem. Hun budget gaat vooral naar defensie.
Het land is een van de belangrijkste broedplaatsen van resistente malaria
Niet alleen telt Myanmar de meeste malariabesmettingen in het Mekonggebied, het land is ook een van de belangrijkste broedplaatsen voor de ontwikkeling van resistente malaria. Vooral de parasiet Plasmodium falciparum – de verwekker van de meest dodelijke vorm van malaria – blijkt makkelijk te muteren, waardoor de effectiviteit van bestaande geneesmiddelen afneemt. De resistentie tegen chloroquine en de opvolgers daarvan (zoals Fansidar) die in de jaren negentig ontstond, had regionale en vervolgens internationale consequenties. Via India verspreidde de variant zich uiteindelijk naar Afrika.
Ook de effectiviteit van artemisinine, een plantaardig middel dat in die periode een zeer succesvol en veilig alternatief bleek, verminderde rond 2007. Er dreigde een scenario dat de ziekte onbehandelbaar zou worden.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/22115421/290726WET_2034997129_myanmar1.jpg)
Een vrijwilliger voert thuis een malariatest uit in Myanmar, in 2020, voor de burgeroorlog begon en kort voor de covidpandemie uitbrak.
Foto Ye Aung Thu/AFPIn 2014 startte een grootschalig bestrijdingsprogramma om het tij te keren. Het idee was malaria-infecties zo snel mogelijk op te sporen en adequaat te behandelen. Op die manier kun je voorkomen dat de (resistente) parasieten via muggen weer op anderen worden overgebracht. Cruciaal was de introductie van sneltests om malaria te detecteren, plastic stripjes die in een druppeltje bloed kunnen aantonen of iemand malaria heeft. In ieder dorp kon nu een snelle diagnose gesteld worden zonder dat er laboratoria en microscopen nodig waren. Patiënten konden vervolgens direct behandeld worden met een nieuwe combinatietherapie: ACT, artemisinin-based combination therapy, een cocktail van artemisinine en een of meer ‘partnermedicijnen’.
Het bestrijdingsprogramma boekte snel resultaat – van probleemgebied werd Myanmar een succesverhaal. Op een paar infectiehaarden na daalde het aantal malariagevallen spectaculair. Het ambitieuze plan om het land in 2030 malariavrij te hebben, lag op koers. Totdat in 2021 de staatsgreep roet in het eten gooide.
En er dook nog een serieuze tegenvaller op voor het bestrijdingsprogramma. De meest gebruikte sneltest in Zuidoost-Azië, Abbott Bioline van de Amerikaanse multinational Abbott Laboratories, bleek niet te voldoen, constateerden onderzoekers verbonden aan MORU. De test gaf herhaaldelijk ‘valsnegatieven’ of een vaag of nauwelijks zichtbaar ‘positief’-lijntje.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/27165238/290726WET_2034997129_2.jpg)
Een jongen ligt onder een muskietennet in de regio Mandalay in Myanmar. Hij verblijft in een tijdelijk kamp dat is ingericht na een aardbeving die een maand eerder had plaatsgevonden.
Foto Sai Aung Main/AFPDe eerste indicaties daarvoor kwamen toen ervaren vrijwilligers in afgelegen gebieden in westelijk Myanmar in 2022 en 2023 ontdekten dat een toenemend aantal patiënten met koorts pas na meerdere dagen positief testten. Ook bleken vijf jonge kinderen bij wie de Abbott Bioline herhaaldelijk een negatieve uitslag gaf, aan Plasmodium falciparum-malaria overleden. Dat kwam aan het licht toen op aandringen van de moeders nog een extra proef werd genomen, waarbij het resultaat wel positief was. Voor de dodelijk verzwakte kinderen was dat te laat. Ze stierven nog diezelfde dag.
Bij verder onderzoek bleek de test slechter te presteren dan andere merken. Bij 187 patiënten met koorts detecteerde het product van Abbott Bioline 11 gevallen van Plasmodium vivax, terwijl microscopisch onderzoek er 46 vond.
De slechtpresterende test „heeft de inspanningen om malaria te beheersen en uit te roeien ondermijnd en heeft geleid tot vermijdbare ziektegevallen en mogelijk sterfte”, aldus onderzoekers van MORU in een publicatie van december 2025.
In oostelijk Myanmar constateerden ook Nosten en zijn collega’s van SMRU dat de test niet voldeed. Deze detecteerde slechts 18 procent van de besmettingen met Plasmodium falciparum en 44 procent van de Plasmodium vivax-besmettingen. Bij een sneltest van een ander merk was dit respectievelijk 89 procent en 59 procent.
De fabrikant zegt dat er niets mis mee is, maar onderzoekers noemen de test onbruikbaar
In Malaria Journal concluderen de onderzoekers dat de test ongeschikt is. „Er liggen nu zo’n twee miljoen onbruikbare sneltest bij ons opgeslagen”, zegt Nosten. „Een verspilling van ongeveer een miljoen dollar.”
De fabrikant van de test ontkent dat er iets mis is. Een woordvoerder van Abbott Laboratories verklaart per e-mail dat „het product naar behoren functioneert”. In de bijgesloten gebruiksaanwijzing worden klanten en zorgverleners erop gewezen dat elke lijn, hoe zwak ook, als een positieve uitslag gezien moet worden. De malariadeskundigen van MORU constateerden dat de testlijnen van Abbott Bioline soms zo vaag waren dat zelfs digitale beeldanalyse ze niet of nauwelijks kon herkennen.
Arjen Dondorp, hoofd van het malariaonderzoek van MORU in Bangkok en medeauteur van de publicatie van december 2025, is per telefoon ondubbelzinnig in zijn mening over de Amerikaanse sneltest. „Het gebruik ervan is ethisch uiterst onverantwoord bij een ziekte die mogelijk dodelijk is.”
Ook de WHO, die als een van zijn taken kwaliteitscontrole van de sneltests heeft, deed volgens hem te weinig met de bevindingen van de malariadeskundigen. Het VN-orgaan waarschuwde vorig jaar publiekelijk dat sommige tests onduidelijke uitslagen konden geven, maar vermeldde niet dat het om het merk Abbott Bioline ging.
In de praktijk wordt de omstreden test echter nog regelmatig gebruikt. In een kliniekje in de jungle laat de medische staf een doosje met exemplaren zien en ook in een veldhospitaal dieper het binnenland in wordt er deels nog mee gewerkt. Gezondheidsmedewerkers vertellen dat ze bij een onduidelijke testuitslag ‘voor de zekerheid’ medicatie geven als de symptomen op die van malaria lijken. Maar de kenmerken van malaria komen overeen met die van andere infectieziektes. De sneltests zijn juist bedoeld om verkeerde diagnoses en overbehandeling te voorkomen.
In het meest recente landenprofiel van 2024 bevestigde de WHO 228.567 gevallen, maar het werkelijke aantal werd geschat op 847.300. „Dat malaria enorm is toegenomen in Myanmar staat buiten kijf”, vat Dondorp samen. Vooral de stijging van het aantal infecties met Plasmodium falciparum vindt hij zorgelijk, omdat daarbij het risico op resistentie het grootst is.
De meeste combinatiepreparaten tegen malaria zijn nog steeds effectief, vertelt Dondorp, maar het is wel de vraag hoe de resistentie zich de komende tijd ontwikkelt. „Normaal gesproken wordt dat elk jaar of elke paar jaar getest. Die studies vinden nu in Myanmar nog maar zeer beperkt plaats. We hebben er dus geen goed zicht op.”
„Malaria, praat me er niet van”, zegt Wai Yan, een jonge verpleegkundige met expressieve ogen onder kortgeschoren haar die zich na de staatsgreep aansloot bij het gewapende verzet. Terwijl hij in een ziekenhuis diep verscholen in de Karen-staat aan zijn traditionele ontbijt van mohinga (vissoep) begint, telt hij hoe vaak hij inmiddels zelf malaria had. Hij komt tot 14 keer.
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.