Home   2026-08-03 17:31:33

Charli XCX zoekt naar zichzelf, de indrukwekkende stem van John Holiday en duizelingwekkend debuut Opus Kink

Original article

Terug naar de krant

Charli XCX, echte naam Charlotte Aitchison (1992), was lang iemand die steeds nét niet de absolute top van de popwereld wist te bereiken. Sinds haar debuutalbum True Romance (2012) waren er lovende recensies, wereldhits die ze schreef voor anderen en een status als vooruitstrevende artiest. Iemand die een zaal als Paradiso met gemak kon uitverkopen, maar meer niet.

Toen er met haar zesde album Brat in 2024 eindelijk sprake was van een mainstreamdoorbraak, leek Aitchison daar niet gelukkig van te worden. Want met zulk succes dreig je ook snel in een hoek gedrukt te worden, in dit geval van de arrogante en tegelijkertijd onzekere partygirl die te veel drugs gebruikt. Snel na de limoengroen gekleurde ‘zomer van Brat’ begon ze zich dan ook van het fenomeen te distantiëren. Ze ging zich richten op een filmcarrière en liet op de soundtrack van de nieuwe Wuthering Heights-film een zwaarder geluid horen.

Met de echte opvolger van Brat verkent ze nog veel meer haar worsteling met het succes. Dat begint al met de opvallende hoes: op Music, Fashion, Film zien we drie mannen, elk veteranen van hun kunstvorm: muzikant John Cale, modeontwerper Marc Jacobs en filmregisseur Martin Scorsese. Waarom staan deze oude mannen op de hoes? Hoort zij daar tussen? Of juist niet? Ook met openingsnummer ‘Rock Music’, waarin ze de dansvloer doodverklaart, lijkt ze een statement te willen maken. „I think the dance floor is dead / So now we’re making rock music.” Haar woorden worden stoïcijns gezongen en klinken meer ironisch dan serieus. Een typisch rocknummer is het niet, ondanks de gitaren die te horen zijn.

Op ‘SS26’ klinkt Aitchison serieuzer. Niets gaat ons redden zegt ze, we lopen op een catwalk die rechtstreeks naar de hel leidt. Iets later, op ‘Camera’, stelt ze zich een einde van haar muzikale carrière voor. Wat als ze volledig voor film gaat? Maar dat brengt ook allerlei twijfels met zich mee: „Am I being fuckin’ stupid / If I try to be a girl on the screen when I’m turning thirty-four?”

Ook op andere nummers blijft de artiest naar zichzelf en haar werk kijken. Zo’n aanpak kan snel vervelen, maar gelukkig zit er genoeg luchtigheid in het geheel. Op ‘Wink Wink’ zweert ze dat ze echt geen etterbak meer is: „I’m not a bad girl anymore, I promise”, zingt ze, gevolgd door een reeks knipogen („Wink, wink”). De hele plaat, die een half uurtje duurt, klinkt gruizig en glitchy, de rockgitaren vervormd.

Op slotnummer ‘No One Lasts Forever’ vindt Charli XCX rust in de gedachte dat niks voor eeuwig is. Hier verschijnt een volgende oude kunstenaar: in een spokenwordgedeelte vertelt horrorregisseur David Cronenberg (83) over een bijna-doodervaring. Terwijl hij op een stoep in de buurt van zijn huis op de grond lag, dacht hij niet na over kunst. Hij dacht aan de mensen in zijn leven, niet aan zijn artistieke nalatenschap. Kunstenaars maken na hun dood niet meer mee wat er met hun werk gebeurt. Dus maak je er nu ook maar niet te druk om, lijkt Cronenberg tegen Aitchison te zeggen.

Thijs Schrik


De familiegeschiedenis wil dat countertenor John Holiday (1985) eerder kon zingen dan praten. Hij groeide op in het diepe Amerikaanse zuiden, in een zwart gezin in Houston, Texas, een plek waar klassieke muziek achter de horizon lag. En zijn eerste muzikale ervaringen waren pop, jazz, en vooral gospel. Niettemin wist Holiday zich te ontwikkelen tot operaster.

Luisterend naar de laatste song van zijn debuutalbum Over My Head doemt het beeld op van een kind in de plaatselijke kerk, betoverd door het gezang in hem en om hem heen. In dit slotnummer mengt Holiday de hymne ‘Amazing Grace’ – „How sweet the sound that saved a wretch like me” – met een eigen compositie die bestaat uit de regels: „Over my head I hear music in the air. There must be a God somewhere!

Naar die wortels van verwondering keert Holiday terug. Niet het vocale vuurwerk uit de barok dat hij onlangs in Händels opera Alcina ten beste gaf, maar een eerbetoon aan de wereld waar hij vandaan komt. Nou ja, ook daarin zit genoeg stemgegoochel, bijvoorbeeld drie vocalises van Carlos Simon met zijn stem als woordloos instrument.

Maar Over My Head is vooral een vertelling. In de indringend gezongen standard ‘Strange Fruit’ herinnert Holiday ons aan het Amerikaanse zuiden van zijn grootouders waar zwarten vermoord aan bomen hingen. En de gospels en blues verhalen over het leven tussen vertwijfeling en hoop.

En te midden hiervan klinkt de klassieke liedcyclus Chamber Music waarin de Amerikaanse componist Theo Morrison (1938) begin deze eeuw gedichten toonzette van de Ierse schrijver James Joyce. Holiday houdt het allemaal prachtig bij elkaar met zijn soepele countertenor. En behalve de hoogte, zoekt hij evenzeer baritonale laagte in klassiekers als ‘Summertime’ en ‘Fly Me to the Moon’. De emotionele reikwijdte van zijn stem is karaktervol en indrukwekkend. Wanneer hij zingt: „Fill my heart with song. And let it sing forever more”, denk je: ja, doe maar.

Joost Galema


Een debuutalbum kun je maar één keer maken, dus idealiter neem je de tijd en breng je die pas uit als er een volledige artistieke visie is. In deze haastige tijden gebeurt dat lang niet altijd, maar Opus Kink, opgericht in 2017, heeft dat wel gedaan. Het wachten was de moeite waard, want met The Sweet Goodbye levert de zeskoppige formatie uit de Britse badplaats Brighton een duizelingwekkende jazzy postpunkplaat af die veel kanten opschiet en toch werkt als geheel.

Openingstrack ‘Come Over, Do Me Wrong’ zet meteen de toon: een urgente saxofoon voert de boventoon terwijl frontman Angus Rogers op sinistere toon zingt: „Dead face, cold glove / Come over, do me wrong.” Op meerdere momenten lijkt Rogers vanuit het perspectief van gevaarlijke personages te zingen, als een soort Nick Cave. Zo spreekt hij op het titelnummer tegen ene ‘sweet Tallulah’ terwijl een koor zingt over de dood. Tegen het einde klinkt het nummer als een zeemanslied met snerpende gitaren. Een enerverende rit. Luguber wordt het niet, het klinkt vooral theatraal en verhalend. De absurdistische humor zorgt ervoor dat het album in balans blijft. Zo is ‘448 C (The Colour of Love)’ ogenschijnlijk een eerbetoon aan de lelijkste kleur op aarde.

Het zware werkleven wordt ook onder de loep genomen, onder meer op het hoogtepunt ‘I Have To Shine My Sunday Shoes’, waarin Rogers het heeft over bloeden voor geld. Hier is een bijna gospelachtig geluid te horen, terwijl de stem van Rogers in gesprek lijkt met een koor. Luchtig en zwaar tegelijk, zo klinkt The Sweet Goodbye op veel momenten. Soms dreigt een nummer van de rails te vliegen als blazers, gitaren en drums in de overdrive gaan, zoals op ‘Crucify!’. Maar net als het te veel wordt, transformeert het nummer in een ballad en kom je weer even terug op aarde.

Thijs Schrik

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Artikel delen

  • Je kunt deze maand nog cadeau geven.
  • De link is geldig.

De link is nog geldig.

Je hebt al eerder van dit artikel een cadeaulink aangemaakt, de link is nog geldig.

Leuk dat je onze journalistiek deelt met anderen. Vanaf kun je weer artikelen cadeau geven.

Sorry, het lukt op dit moment niet om een cadeau-link te maken. Probeer de pagina opnieuw te laden of probeer het later nog eens.

Deel dit artikel via sociale media.

Hoe werkt het delen van artikelen?

Als cadeau

Als NRC-abonnee kun je elke maand artikelen cadeau geven aan een willekeurige ontvanger.

  • De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
  • De cadeaulink is geldig.
  • Het saldo wordt verminderd met 1 zodra er een cadeaulink wordt aangemaakt.

Standaard delen

Kies je voor standaard delen, dan kan iedereen met een NRC-abonnement de door jou gedeelde artikelen lezen. Niet-abonnees krijgen een betaalmuur te zien.