Mondriaan was een ernstig schilder, dus waarom is zijn werk zo geschikt voor vrolijk design?
Pas als je de tekst op de deur ziet, valt alles op zijn plek: „Geïnspireerd op Mondriaan” staat er op het wc-hokje in de NS-sprinter. Die blokjes in paars en blauw die op de buitenkant van het treintoilet zijn aangebracht? Ze zijn bedoeld als een abstracte versie van Mondriaans abstracte schilderijen van ruim een eeuw geleden.
Als je het eenmaal weet is het direct herkenbaar, al zijn de kleuren niet in het bekende rood, blauw en geel, zoals andere Mondriaan-treintoiletten in de NS-sprinters die tien jaar geleden in gebruik werden genomen. Misschien hoeft het ook niet eens: de blokjes associëren we vanzelf met Piet Mondriaan (1872-1944), net als het motief op de treinstoelbekleding – en net als opvallend veel ander alledaags design.
Het Mondriaanhuis in Amersfoort heeft er deze zomer een reeks bij elkaar gezet in de tentoonstelling Het Mondriaan-effect. In de kleine expositie gaat het ten dele om zijn invloed op hedendaags ontwerp, maar ook om commerciële toepassingen – en die zijn er zelfs nog meer dan je zou denken: de gelpotjes met rood-geel-blauwe-blokjes van Studio Line van L’Oréal, herkenbaar voor wie de jaren tachtig nog heeft meegemaakt, de Mondriaan-rugzak die je nu in winkelstraten kan tegenkomen, maar ook een Mondriaan-wc-bril, een Mondriaan-klok, een Mondriaan-gitaar en Mondriaan-ovenhandschoenen.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/30144527/300726CUL_2034790794_-monriaan.jpg)
Hun gedeelde kenmerk: ze zijn allemaal heel erg vrolijk, alsof iedereen Mondriaan heel erg leuk vindt. En dan wordt het tóch nog verrassend. Want wie weleens in het Kunstmuseum Den Haag loopt, het museum met de grootste collectie Mondriaans van Nederland, kent juist eerder rustige, contemplatieve zalen. En ergens past dat ook wel bij de reputatie van Mondriaan als ernstig denker, als theosofisch theoreticus. Een publiekslieveling is de schilder nooit echt geworden. In 1998 ging er een legendarische schreeuw van verontwaardiging door het land toen de overheid aankondigde dat het de Victory Boogie Woogie had aangekocht voor 40 miljoen dollar.
Optimistische kunst
De vraag is dus, waarom het uitgerekend de ‘elitaire’ Mondriaan is gelukt om populair op alledaagse designspulletjes te worden. Ligt het aan de kunst zelf? Volgens het Mondriaanhuis ligt de sleutel van het succes in de „harmonie en balans” van zijn werk; en in het Kunstmuseum Den Haag, waar deze zomer de huidige vaste opstelling Mondriaan & De Stijl tot zijn einde komt, stelt men dat De Stijl-kunstenaars ten onrechte als „afstandelijk” bekendstaan. Door het gebruik van heldere kleuren zoals rood, geel en blauw „creëerden de kunstenaars levendige, vrije en optimistische kunst”.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/30144508/300726CUL_2034790794_-mondriaan1.jpg)
De bekende Mondriaan-jurk van Yves Saint Laurent uit 1966, die in de collectie van het Kunstmuseum zit, zou je inderdaad een goed voorbeeld van de doorwerking hiervan kunnen noemen: op zijn laatst bij het vooruitgangsdenken van de jaren zestig bleek dat Mondriaan, óndanks de ernst waarmee het ontstaan was, zich uitstekend leende voor modern aandoende mode en design: weg waren de ingewikkelde theosofische gedachtes, over bleven de vrolijk gekleurde blokjes op een verder leeg wit vlak.
Maar alleen via de kunst zelf laat zich dit succes toch ook niet verklaren. In het Design Museum Den Bosch is nu de expositie Vorm en Vaderland te zien, over hoe design deel van een nationaal verhaal kan worden. In een van de vitrines staat de Rietveld-stoel (rond 1918) die Gerrit Rietveld in rood, blauw, geel schilderde – het vroegste design geïnspireerd op Mondriaan. En in Den Bosch wordt een meer maatschappelijke verklaring aangedragen voor het succes van deze ontwerpstijl.
Vóór de Tweede Wereldoorlog waren er maar weinig Nederlanders in de Rietveld-stoel geïnteresseerd, stelt Vorm en vaderland, die interesse kwam pas na 1945. Ineens paste het minimalisme van De Stijl „bij het nieuwe zelfbeeld van Nederland: vooruitstrevend en egalitair, weg van de verschrikkingen van het fascisme”. Deze verklaring kan je ook op Mondriaan toepassen. Na de oorlog werden de vooroorlogse modernisten omarmd als „typisch Nederlands cultuurgoed”, hun rood-geel-blauw vlakken als een progressieve variant van de nationale driekleur.
Na de oorlog werd Mondriaans rood-geel-blauw als een progressieve variant van de nationale driekleur
Sindsdien werkte hun vormentaal ook verder bij designers door, en via hen nog verder naar de commerciële toepassingen. In de expositie Het Mondriaan-effect zijn de voorbeelden zeker niet allemaal Nederlands – zie de diverse retailvarianten van de Mondriaan-jurk – maar in de museumshop van het Mondriaanhuis is een minstens zo grote hoeveelheid Mondriaan-merchandise, en die is inderdaad specifiek bedoeld als Nederlands souvenir voor de internationale toerist.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/30144534/300726CUL_2034790794_-mondriaan2.jpg)
Museummarketing
En hier laat zich nog een derde ingrediënt voor het succes van Mondriaan in alledaags design zien: de opkomst van de museummarketing. Musea zijn in de 21ste eeuw volleerd geworden in het commercieel uitventen van ‘hun’ iconen. Rembrandt, Vermeer, Van Gogh en Mondriaan – de topvier van Nederlandse kunsticonen – staan inmiddels allemaal op theedoeken en ijskastmagneten. Vermeers Het Melkmeisje doet het in de museumshop het best, laat het Rijksmuseum weten, maar aan de andere kant: een melkmeisje doet het weer minder goed op treintoiletten. Daarvoor heb je een nationale schilder nodig wiens onderwerp minder concreet is, en waarvan je de abstracte vormen ook gewoon als „vrolijk” kan verkopen, ook al zijn ze nooit zo bedoeld.
Op de geblokte wc-deur van de NS-sprinter staat onder de tekst ‘geïnspireerd op Mondriaan’, ‘Kunstmuseum Den Haag’, als een volleerde free publicity in de openbare ruimte. Een echte nationale kunstenaar word je in de 21ste eeuw nu eenmaal niet meer alleen met volle museumzalen, daarvoor moet je ook geschikt zijn voor sokken of treintoiletten.
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.