Home   2026-08-03 17:31:33

‘AI? Voor een echte revolutie heb je mensen nodig’

Original article

Terug naar de krant

De Verenigde Staten en China lopen mijlenver voor in de AI-race, en zullen hem ook wel winnen. Toch? Voor velen zal het antwoord op die vraag een hartgrondig ja zijn. Zo niet bij Carl Benedikt Frey. De Zweedse econoom en economisch historicus ziet genoeg reden voor twijfel.

Ook de VS en China bestempelt Frey als „stagnerende economieën”, en het is volgens hem maar de vraag of zij optimaal de vruchten kunnen plukken van een AI-revolutie. „Sinds de financiële crisis van 2008 is er weinig echte Chinese arbeidsproductiviteitsgroei. En ook in de VS is de arbeidsproductiviteit nauwelijks toegenomen. Dat is niet alleen een Europees probleem, zoals vaak wordt gedacht.”

In zijn vorig jaar verschenen boek How Progress Ends betoogde Frey al dat in beide landen grote belemmeringen voor innovatie opdoemen. In China is dat de controledrang van de communistische partij. De sterke regie van de staat over de economische ontwikkeling draagt bij aan de snelle adaptatie van nieuwe technologie in China, maar de bijbehorende bureaucratische controledrang brengt in Freys analyse nieuwe doorbraken in gevaar. In de VS zorgt juist de groeiende macht van Big Tech ervoor dat nieuwe ondernemingen weinig kansen krijgen en vernieuwing zo verstikt.

In zijn boek onderzoekt Frey de dynamiek in samenlevingen als technologische ontwikkelingen snel gaan. Hij beschrijft de eeuwige spanning tussen enerzijds de grote vrijheden die nodig zijn om creativiteit de ruimte te geven voor nieuwe ontdekkingen en anderzijds de centrale regie en bureaucratisering die zulke ontdekkingen juist schaalgrootte kunnen geven en daarmee veel invloed op de samenleving. Daar een balans tussen vinden vergt een subtiel evenwichtsspel.

In grote delen van de geschiedenis stagneerde de economische ontwikkeling eerder dan dat sprake was van economische en technologische vooruitgang, is Freys boodschap. Uitvindingen leidden niet automatisch tot een grote sprong voorwaarts. De dynamiek in de samenleving heeft daar ook grote invloed op. Ook bij AI zal die een grote rol spelen.

De AI-race versnelde sinds de publicatie van zijn boek. In de ontwikkeling van AI-modellen nam het jonge bedrijf Anthropic de leiding. Verschillende Chinese bedrijven volgen inmiddels op de voet. En waar de Amerikaanse AI-ontwikkelaars de technologie achter hun taalmodellen voor zichzelf houden, zijn het juist de Chinezen die via het open-weightsysteem meer van hun technologie delen met anderen. Deze ontwikkelingen nopen Frey niet tot grote aanpassingen in de paperbackversie van zijn boek, die volgend jaar verschijnt. „Ik doe ook geen voorspellingen”, benadrukt hij. „Ik doe vooral beweringen over wat eerder is gebeurd en wat je daar voor de toekomst uit af kunt leiden.”

Yoga in de studio of voor de laptop thuis

Frey is economisch historicus en als hoogleraar AI en werk verbonden aan het Oxford Internet Institute. Dat is niet gevestigd in een van de karakteristieke oude colleges in de Engelse universiteitsstad, maar in een nieuwere universiteitswijk in het Stephen A. Schwarzman Centre for the Humanities. Dat is vernoemd naar de oprichter en eigenaar van private-equitygrootmacht Blackstone.

Overheden en bedrijven vragen Frey geregeld met hen mee te denken over een verantwoorde manier om AI toe te passen. In januari was hij spreker op het World Economic Forum in Davos, waar we bij een kop koffie een eerste gesprek voerden. Op een zomerse julidag vertelt Frey in een klein vergaderzaaltje van het universiteitsgebouw hoe hij na afronding van zijn boek het werk aan de universiteit weer heeft opgepakt. „Een van de dingen die ik nu onderzoek, is wat mensen eigenlijk geautomatiseerd willen hebben. Dat is ook bepalend voor wat bedrijven uiteindelijk automatiseren.”

Hij geeft simpele voorbeelden: „Als we de supermarkt bezoeken, gaan we dan naar de zelfscankassa of naar de kassa? Ga ik naar een yogastudio of doe ik mijn yogalessen liever voor de laptop thuis? We onderzoeken die keuzes vanuit de consument én vanuit de instituties die automatiseren. Waar willen we dat een mens verantwoordelijk blijft, ook al werkt de machine misschien wel even goed als de mens?” Vorige maand schreef hij over deze thematiek al een opiniestuk voor The New York Times, dat NRC ook publiceerde.

Het belang van dit onderzoek? „Hoe we omgaan met selfservice heeft allerlei implicaties voor de arbeidsmarkt. Nu richt veel aandacht zich op de startbanen voor witteboordenwerk bij banken of advocatenkantoren. Maar deze automatisering kan op veel meer banen impact hebben.”

Is dat effect op de startbanen bij banken, accountants- en advocatenkantoren al zichtbaar?

„Het lijkt er inderdaad op dat ze minder schoolverlaters of pas afgestudeerden aannemen. Maar dat komt zelfs meer voor in de industrie of in distributiecentra, waar je minder invloed van AI verwacht. Vermoedelijk is er dus iets anders aan de hand waardoor het voor deze leeftijdsgroep moeilijker is aan een baan te komen. Bedrijven weten niet hoe de wereld er over een paar jaar uitziet, en zijn daarom voorzichtig met investeren en mensen aannemen. De hoge rente, de grote volatiliteit door oorlogen in Oekraïne en het Midden-Oosten – en ja, er is veel onzekerheid over de rol die AI mogelijk zal spelen.

„Het verhaal dat AI veel startersfuncties bedreigt, is misschien enigszins overdreven, al zullen er zeker voorbeelden van te vinden zijn. We zullen dat in de gaten moeten houden. Maar bedrijven ontdekken nu ook dat de kosten van AI-gebruik veel hoger zijn dan ze eerder verwachtten.”

Niet onder de indruk

Hoogdravende utopische uitspraken rond AI hoef je van Frey niet te verwachten, noch zwaar doemdenken. Wel scepsis. Antwoorden op vragen formuleert hij bedachtzaam. In het gesprek van een uur lopen de terugblikken naar het verleden, zijn huidige onderzoek naar de invloed op werk en een blik naar de toekomst door elkaar.

Frey toont zich niet bijzonder onder de indruk van de taalmodellen, die „een behulpzaam gereedschap kunnen zijn bij nieuwe ontdekkingen”, maar – stelt hij – „mensen zijn daarbij nog steeds nodig”. De huidige AI-modellen berusten in zijn analyse vooral op bestaande kennis. Ze „kunnen nog niet zelf experimenten uitvoeren in de echte wereld en met eigen nieuwe ideeën komen die ze zelf testen en uitvoeren”.

Foto Justin Griffiths-Williams

Hoewel de grote AI-bedrijven schermen met superintelligente AI-modellen die nog slechts enkele jaren weg zijn, ziet Frey ze niet zo snel komen. „Alle AI-firma’s – van OpenAI en Anthropic tot Google DeepMind – zetten zwaar in op de taalmodellen. Ik denk dat veel van hun mensen verrast zijn dat de taalmodellen beter en betrouwbaarder werken dan ze hadden verwacht. Hoewel de taalmodellen deze AI-labs niet naar de kunstmatige algemene intelligentie (AGI) brengen waar ze sinds hun oprichting op uit waren, is deze technologie nu commercieel te aantrekkelijk geworden. We weten helemaal niet zeker of in de taalmodellen echt de toekomst van AI ligt. Niet zo lang geleden wees Demis Hassabis van Google DeepMind het volgen van die weg af. Maar ook DeepMind is zich gaan toeleggen op taalmodellen. Vermoedelijk is de druk van beleggers niet te weerstaan”, stelt Frey. „Er zijn investeringen nodig in concurrerende, andere benaderingen van AI, omdat we niet echt weten wat de echte weg voorwaarts zal zijn.”

Van AI valt nu nog niet te zeggen of ze op grote schaal voor nieuwe producten, diensten en compleet nieuwe bedrijfstakken gaat zorgen, stelt Frey. Volgens hem wordt AI nu vooral gebruikt als automatiseringsgereedschap, zij het dit keer voor de automatisering van kenniswerk. „In de laatste twee decennia zien we daarbij dat grote techbedrijven steeds meer marktaandeel opslokken. Het gevaar is dat zij zich concentreren op wat ze al doen, de kosten ervan willen terugbrengen en zich zo nog meer toeleggen op automatisering. Het zijn juist kleine bedrijven die daardoor uit de markt gedrukt worden, de bedrijven die nieuwe technologie gebruiken om nieuwe producten te ontwerpen en ontwikkelen die leiden tot nieuwe bedrijfstakken en nieuwe banen. In mijn boek betoog ik dat we de dynamiek moeten versterken om die nieuwe bedrijven de ruimte te geven. En dat betekent dat voorkomen moet worden dat de grote partijen veelbelovende nieuwe bedrijven opslokken.”

Moeten Amerikaanse mededingingsautoriteiten daarom meer doen tegen de machtsvorming door Big Tech?

„In de eerste jaren van de pc- en internetrevoluties hebben nieuwe bedrijven als Microsoft, Apple, Google, Amazon en Facebook kunnen uitgroeien tot nieuwe grootheden. Sindsdien zien we vooral dat veelbelovende nieuwe bedrijven worden opgeslokt – met YouTube, Instagram en WhatsApp als aansprekende voorbeelden.

„Tot op zekere hoogte is het goed nieuws dat Anthropic en OpenAI naar de beurs willen. De grote vraag is of het tijdperk van zulke beursgangen is teruggekeerd. Of zijn deze bedrijven juist de uitzonderingen? Gaan zij met de opbrengst van hun beursgang potentiële concurrenten opkopen? En gaan ze hun lobbyactiviteiten opvoeren om voor regulering te pleiten die in hun voordeel werkt? Nu al zijn hogere uitgaven aan lobbygelden zichtbaar.”

Grote sprongen

Frey trekt parallellen met eerdere industriële revoluties. „Als we ons sinds 1800 alleen hadden gericht op automatisering van productie, zouden we een heel productieve landbouw en veel goedkope textiel hebben. En daar zou het bij gebleven zijn. We zouden geen vaccins of antibiotica hebben, geen vliegtuigen of raketten, geen computers etcetera. De verbeteringen in ons materiële welzijn komen voort uit ons vermogen om nieuwe, daarvoor ondenkbare dingen te doen – en niet alleen uit automatiseren wat we al deden. Pas toen we stoom voor nieuwe activiteiten als spoorwegen en scheepvaart gingen gebruiken, accelereerde de productiviteit.”

Grote veranderingen komen soms pas enige decennia na de uitvinding die ze mogelijk maken. Hij noemt elektriciteit en de verbrandingsmotor als voorbeelden; pas zo’n veertig jaar na de uitvinding ervan veranderden samenlevingen ingrijpend. Pas toen Henry Ford begin vorige eeuw voor de T-Ford productielijnen met lopende banden ontwikkelde voor massafabricage, leidde dat tot diepgaande wijzigingen in de industriële werkwijze. Andere fabrikanten namen de nieuwe productiemethoden snel over.

„Dat was een van de grootste industriële projecten die de mensheid ooit heeft ondernomen. Je kreeg niet alleen autofabrieken, maar ook fabrieken die onderdelen konden maken en fabrieken die weer machines produceerden om deze onderdelen te maken. De auto zorgde bovendien voor de opkomst van toerisme, van motels.”

Nieuwe producten en diensten, dus, en nieuwe bedrijfstakken. Veel meer verandering dan bij die recente industriële revolutie, met eerst computers en daarna het internet, stelt Frey. „Als je kijkt naar het computertijdperk, zie je vooral dat computers en robots het kantoor- en fabriekswerk geautomatiseerd hebben. Ik kan niet ontkennen dat er nieuw werk bij is gekomen, maar dat beperkt zich vooral tot gebieden als Silicon Valley. Dat is een belangrijke reden dat deze tweede industriële revolutie niet zo groot is geweest”, aldus Frey. Bovendien is ook de productiviteitsstijging erdoor minder geweest.

Hebben we een nieuwe Henry Ford nodig om zowel het productiemodel als het sociale model opnieuw uit te vinden?

„Dat zijn twee vragen. Hoe herstructureer je de firma rond de nieuwe technologie om er het meeste voordeel uit te halen? En: hoe stel je zeker dat de sociale en economische verstoring voor het personeel binnen de perken blijft? Het klopt dat Henry Ford het sociale model tot een bepaald niveau opnieuw uitvond. Maar het hield geen stand in de Grote Depressie. Vertrouwen op bedrijven voor het welzijn van de werknemers is geen stabiel arrangement, en ik denk dat het dat in de toekomst ook niet zal zijn. Het gaat moeilijk samen met kapitalisme. Het is meer een taak voor overheidsbeleid.”

Is er dan een hernieuwde New Deal nodig?

„Ik weet niet of het een New Deal of iets anders moet zijn. We moeten niet opnieuw het wiel uitvinden. In de OESO-landen is een sociaal vangnet ontstaan door de lessen uit de Grote Depressie en het besef dat iedereen pech kan hebben. In deze tijd van AI zullen we nieuwe doelen en nieuwe instrumenten moeten ontwikkelen om een adequaat vangnet te behouden. Niet al het kenniswerk zal door AI verdwijnen, maar AI maakt veel kenniswerk wel eenvoudiger. Een accountant in Amsterdam of Londen heeft ineens concurrentie van een accountant in Manila. Dat zet druk op het inkomen van die accountants, nietwaar?

„We weten evenmin hoe snel de ontwikkeling van zelfrijdende auto’s en vrachtwagens zal gaan, maar op logistiek en transport zal het belangrijke impact hebben. Ook daar zal de roep om een vangnet komen. En mijn zorg is dat, als niet voor die vangnetten wordt gezorgd, getroffen werknemers regels zullen bepleiten die de adaptatie van AI in zijn geheel zullen beperken. Dat beginnen we nu al te zien.”

Waar dan?

„Therapeuten eisen al dat AI nooit menselijke therapeuten zal mogen vervangen. Acteurs en scenarioschrijvers voeren al samen actie; ze willen AI wel gebruiken, maar er door niet vervangen worden. En in Europa zie je de AI Act. Daarin blijft de mens steeds ingeschakeld worden om te verifiëren dat AI geen fouten heeft gemaakt of gehallucineerd heeft. Bijvoorbeeld bij banken als het om transacties gaat. De nadruk ligt op mensen blijven inschakelen door dat in regulering vast te leggen. Hopelijk leidt dit ertoe dat ze daardoor taken krijgen die echt meerwaarde hebben.”

Lees ook
Door AI kom je nu juist om in de klusjes

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Artikel delen

  • Je kunt deze maand nog cadeau geven.
  • De link is geldig.

De link is nog geldig.

Je hebt al eerder van dit artikel een cadeaulink aangemaakt, de link is nog geldig.

Leuk dat je onze journalistiek deelt met anderen. Vanaf kun je weer artikelen cadeau geven.

Sorry, het lukt op dit moment niet om een cadeau-link te maken. Probeer de pagina opnieuw te laden of probeer het later nog eens.

Deel dit artikel via sociale media.

Hoe werkt het delen van artikelen?

Als cadeau

Als NRC-abonnee kun je elke maand artikelen cadeau geven aan een willekeurige ontvanger.

  • De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
  • De cadeaulink is geldig.
  • Het saldo wordt verminderd met 1 zodra er een cadeaulink wordt aangemaakt.

Standaard delen

Kies je voor standaard delen, dan kan iedereen met een NRC-abonnement de door jou gedeelde artikelen lezen. Niet-abonnees krijgen een betaalmuur te zien.