Gigantische investeringen in AI-infrastructuur leiden tot nervositeit bij beleggers
De duizelingwekkend grote investeringen van Amerikaanse techbedrijven in datacenters, geavanceerde chips en stroomvoorziening lijken een teken van enorm vertrouwen in de economische potentie van kunstmatige intelligentie. Microsoft, Google, Amazon en Meta trokken in het tweede kwartaal van dit jaar bij elkaar meer dan 160 miljard dollar (139 miljard euro) uit voor de infrastructuur die nodig is om AI te ontwikkelen en te laten functioneren, berekende de Financial Times deze week. Sinds het begin van de AI-hausse in 2023 zouden ze er samen al meer dan duizend miljard dollar in hebben geïnvesteerd. En alles wijst erop dat de investeringswoede de komende tijd alleen nog maar verder toeneemt.
Maar onder beleggers begint enige nervositeit te ontstaan, blijkt nu. Gaan die reusachtige investeringen zich wel terugbetalen? Of kunnen de techbedrijven eigenlijk niet anders dan meehollen in de AI-race, om te voorkomen dat ze achterop raken en ten onder gaan? Kortom, hebben ze eigenlijk „een pistool tegen hun hoofd”, zoals een financieel commentator van de FT deze week in een podcast hun dilemma beeldend uitdrukte, en is hun keuze als het ware „AI or die”? Of zal het een van de grote techbedrijven wél lukken om tegelijk de kosten uiteindelijk in toom te houden én op AI-gebied voorop te lopen? Groeiende ongerustheid over de concurrentie van AI-bedrijven uit China vergroot de spanning nog.
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/31140101/310726ECO_2035617082_investeringenai.png)
De onzekerheid van beleggers trad aan het licht na de presentatie van de kwartaalcijfers, deze en vorige week. Alphabet, het moederbedrijf van Google, kon niet alleen mooie winstcijfers laten zien, maar ook tonen dat de AI-investeringen in al zijn sectoren groei opleveren en bijdragen aan de winst. De winst over het tweede kwartaal was met 112 miljard dollar maar liefst een verviervoudiging ten opzichte van hetzelfde kwartaal van 2025.
En toch daalde de beurskoers meteen (met 7 procent). Volgens analisten omdat Google had gezegd dit jaar 195 tot 205 miljard dollar voor AI-infrastructuur te zullen uittrekken, nog weer meer dan het eerder aankondigde, ook niet geringe bedrag van 180 tot 190 miljard dollar – en meer dan een verdubbeling van de AI-investeringen in 2025.
Opmerkelijk was ook hoe verschillend Wall Street reageerde op cijfers en de toelichting daarop van de twee techreuzen Microsoft en Meta. Microsoft maakte niet alleen een winststijging bekend van 31 procent (tot 35,8 miljard dollar) over het afgelopen kwartaal, het zei ook 41 miljard dollar geïnvesteerd te hebben in onder meer datacenters (69 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar). Over heel 2026 verwacht het bedrijf aan AI-infrastructuur 175 miljard dollar te besteden.
Microsoft werd daarvoor niet gestraft maar beloond, met een koersstijging van maar liefst 16 procent. Vooral omdat de clouddiensten van het bedrijf zoveel opleveren, onder meer door de grote vraag naar rekenkracht bij AI-bedrijven als OpenAI en Anthropic. Daarmee kon Microsoft beleggers overtuigen dat de AI-gelden goed worden besteed.
Meta lukte dat niet. De koers van het aandeel van het moederbedrijf van Facebook, Instagram en WhatsApp daalde met 10 procent, vanwege een combinatie van tegenvallende resultaten, een lauwe toelichting van topman Mark Zuckerberg en zulke grote investeringen in AI-infrastructuur ( 42 miljard dollar in het eind juni afgesloten kwartaal) dat de kasstroom ten opzichte van het tweede kwartaal van vorig jaar vrijwel opgedroogd bleek te zijn – van 8,5 miljard destijds tot niet meer dan 784 miljoen het tweede kwartaal van dit jaar.
Zuckerberg legde analisten uit dat Meta zijn datacenters voor het merendeel niet wil gebruiken om tegemoet te komen aan de grote vraag naar rekenkracht bij andere bedrijven, want dat zou alleen op korte termijn geld opleveren. De datacenters zouden uiteindelijk meer opleveren door ze in te zetten voor de ontwikkeling en het gebruik van de eigen modellen, nu en later. Die keuze overtuigde de markt vooralsnog niet.
Amazon baat wel heel succesvol zijn datacenters uit om de klanten van zijn clouddiensten te bedienen. De cloud-tak, Amazon Web Services (AWS), deed het beter dan verwacht. Beleggers beloonden dat meteen met een koersstijging voor Amazon van 9 procent. Dat het bedrijf voor dit jaar 220 miljard in AI-infrastructuur steekt, schrikte hen niet af. Topman Andy Jassy zei triomfantelijk dat ze bij Amazon lang gedacht hebben dat AWS „een zaak van een paar honderd miljard omzet per jaar zou worden. Maar nu denken we dat het dubbel zo veel wordt, en mogelijk op den duur zelfs duizend miljard per jaar.”
De techreus die niet meedoet aan de grootscheepse bouw van datacenters, Apple, blijkt toch door alle AI-opwinding geraakt te worden. Het bedrijf kon weliswaar over het tweede kwartaal een winststijging melden van 27 procent ten opzicht van dezelfde periode in 2025 (tot 29,8 miljard dollar). Maar de omzetgroei bleef achter bij de verwachtingen, en dat was te wijten aan de haperende toelevering van chips en andere onderdelen en materialen voor zijn nog altijd populaire iPhones en Macs. De investeringsgolf van andere bedrijven in datacenters voor AI, en de vraag naar chips die daarmee is verbonden, drijft voor Apple de kosten op – wat het aandeel op een koersdaling van 7 procent kwam te staan.
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.