Half kapotte dingen: ik koester ze, het worden huisgenoten
De voordeur klemt met warm weer. De airfryer koelt pas af als je de stekker er helemaal uit trekt. De tv-kast blijft alleen openstaan als je iets in het scharnier frummelt. Geef de knop van het espressoapparaat eerst wat tikken (met je nagel of een theelepeltje). Grote boodschappen beter op de wc boven.
Als je je huis tijdens je vakantie aan vrienden of familie uitleent merk je pas wat er allemaal half kapot is. Overal lichten gênante post-its op, de verklikkers van je onvolkomenheid. Of van je vindingrijkheid, want ergens ben ik best trots op al die tie-wrap- en ducttape-oplossingen.
Je zou denken dat het een combinatie van luiheid en krenterigheid is die een meer solide aanpak in de weg staat, en dat is het natuurlijk óók, maar hier speelt ook wat psychologen het IKEA-effect noemen. Wat we zelf maken of monteren waarderen we sterker dan kant-en-klare producten. Zo ook die halfslachtige herstelpogingen: ze geven je een band met je meubels, voorwerpen en apparaten.
Ik weet niet of de EU dit houtje-touwtjedenken toejuicht. Vanaf eind juli gaat er nieuwe Europese wetgeving in: het recht op reparatie. In de strijd tegen de wegwerpeconomie moet (laten) repareren gemakkelijker worden. Maar hoewel zelf iets kunnen repareren het milieu dus spaart, lijkt de EU vooral te mikken op herwaardering van de specialist. Lidstaten moeten een hele reparatie-economie optuigen. Fabrikanten zijn verplicht reserveonderdelen op voorraad te houden en reparaties aan te bieden, en er komen onlineplatforms met lokale reparateurs.
Inderdaad had de vakman het juist zo moeilijk door mensen zoals ik, die alles maar klungelig zelf proberen te fixen. En door AI; economisch historicus Carl Benedikt Frey, verbonden aan de Universiteit van Oxford, betoogde onlangs in NRC dat AI helemáál funest is voor de beroepsgroep van specialisten. Voorheen belde je de ongediertebestrijding, tegenwoordig vraag je aan ChatGPT hoe je van de ratten afkomt.
Zou het? Sinds het bestaan van het internet stappen we al niet meer meteen naar de man in de stofjas. Je googelde het en belandde dan bij puntenlijstjes, tips en ervaringen van lotgenoten op webfora, en talloze handige fix-it-video’s op YouTube.
Het Grote Reparatieboek
Bij ons thuis stond vroeger één bijbeldik boek op grijphoogte: Het Grote Reparatieboek van Reader’s Digest. De eerste Nederlandse druk verscheen in 1980 en begint heerlijk bevoogdend: ‘Gedwongen door de hoge kosten en de lange wachttijden moet u – zoals vele anderen – steeds vaker zelf de reparaties in en om het huis gaan uitvoeren.’
Intrigerend is de uiterst omslachtige totstandkoming van het boek: ‘Alle voorkomende reparaties zijn eerst in de praktijk uitgevoerd. Tijdens de werkzaamheden hebben vele fotografen de handelingen op de voet gevolgd. Uit de tienduizenden foto’s is, samen met de experts, een keuze gemaakt. Deze foto’s zijn omgezet in tekeningen om hierdoor duidelijker meer informatie te kunnen geven.’
Het is wonderlijk hoe overzichtelijk de wereld toen was. Nog geen 500 bladzijden, en alles wat door mensen gemaakt was stond er in. Tuinonderhoud, sanitair, elektriciteit, fietsen. Elektrische apparaten schroefde je gewoon open en repareerde je met een soldeerbout. Nu zitten ze dichtgelijmd zodat je het hele ding beter nieuw kunt kopen na een klein defect of veroudering die er ook nog eens bewust in ontworpen is. Ook daar wil de EU paal en perk aan stellen.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/23102424/310726WEE_2035069643_3.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/23102435/310726WEE_2035069643_4.jpg)
In die zin is die wetgeving een stap terug naar de wereld van Het Grote Reparatiehandboek. Kennis over het binnenste van producten is niet langer esoterisch, exclusief eigendom van de fabrikant, maar iets collectiefs. In de evolutie van de zelfreparatie gaat het om de democratisering van expertise. In 1980 deelde de expert zijn kennis via een boek. Op fix-it-fora en -video’s wordt de kennis gedeeld door consumenten zelf. Hoeveel wasmachines en vaatwassers heb ik al niet opengeschroefd met een iPad ernaast? Laptopschermen vervangen, telefoons weer tot leven gewekt. De wisdom of the crowd maakt je zelfredzaam, maar nog niet per se wijs.
Kennis over het binnenste van producten is niet langer esoterisch, exclusief eigendom van de fabrikant, maar iets collectiefs
Je volgt een stappenplan, zonder dat je hoeft te begrijpen hoe en waaróm de reparatie precies werkt. Het lijkt op pianospelen met zo’n app waar ik mijn kinderen wel eens mee bezig heb gezien. Er vallen allerlei blokjes omlaag en die moet je bijtijds elimineren door op de juiste toetsen te drukken. Intussen ontstaat er beslist een melodie, maar je hebt geen flauw benul van de onderliggende muzikale principes.
Persoonlijke omstandigheden
AI-chatbots lijken slechts een veredelde vorm van ouderwets googelen, in werkelijkheid zijn ze een stap in de evolutie die veel verder gaat. Dat ontdekte ik nadat mijn auto niet meer startte. Accu leeg. Een paar jaar terug belandde je dan op websites die je stapsgewijs uitlegden hoe je de boosdoener opspoorde (oude accu, lekstroom, etc). Vooral webfora voor auto’s waren vermakelijk, en ook frustrerend, omdat al die mannen (zo stelde ik me voor, ik meende zelfs precies te weten hoe ze eruit zagen) elkaar probeerden af te troeven (‘nou, als je doet wat CitroenDriver2443 zegt, weet je zeker dat je spruitstuk er binnen twee dagen uit knalt’). Bovendien was het altijd nét niet mijn autoprobleem dat ze bediscussieerden.
AI gaf mij uiterst specifieke informatie, niet alleen over mijn specifieke automerk en -model, maar ook voor mijn persoonlijke omstandigheden. Hoe oud is de accu? Hoe lang duurden je laatste vier of vijf ritten? Beschik je over een druppellader? Nee? Geen enkel probleem, dan gaan we voor de simpelste alternatieve methode, namelijk…
ChatGPT gaf niet alleen de reparatiestappen maar stelde ook de diagnose, en dat op zo’n manier dat het voelde alsof ik het allemaal echt begréép. Na een paar dagen snapte ik alles: oppervlaktespanning, ruststroom, ampères. Ik had een multimeter gekocht, een druppellader. En nog altijd was de accu binnen een week halfleeg.
Maar toch: ik speelde niet langer de noten na, ik begréép waarom het ene akkoord op het andere volgde (‘aangezien je twee korte ritjes maakte mét de airco maximaal aan en de auto daarna een week liet stilstaan…’)
AI verruilt de imitatie-piano-game voor een serieuze vertolking, of zelfs voor componeren en improviseren. Alleen: het blijft zelfbouwexpertise, bij elkaar geschroefd als zo’n IKEA-pakket uit allerlei AI-apps. Op een gegeven moment lagen Chat en Google-AI met elkaar in de clinch. De ene stelde dat de afwijkende waarde op mijn multimeter verklaarbaar was, de andere dat er wel degelijk iets mis moest zijn.
Het probleem is alleen dat het probleem zich niet altijd voordoet. Ik reed naar de garage die hem voor 240 euro aan een uitgebreide lektest onderwierp. Uitkomst: alles prima op orde.
Intermitterend
Chat leerde me vervolgens hoe ik zelf lekstroom kon meten. Boven de motorkap voelde ik me steeds meer iemand die het systeem doorgrondde. De uitkomst leek mijn vermoeden te bevestigen: er lekte tien keer zoveel stroom als de garage had gemeten. ‘Wil je dat ik je een paar zinnen geef om tegen de garage te zeggen?’ vroeg Chat. Kom maar op! Goed, ik moest vooral het woord ‘intermitterend’ gebruiken. Dan wist die garagist dat ik er verstand van had.
Je kon de man hóren zuchten aan de andere kant van de lijn. Intermitterend. Daar kwam weer iemand die het eventjes aan ChatGPT had gevraagd.
Maar ik meet toch een tien keer zo grote waarde?
„Nee,” legde de man uit. „Wat jij meet is de activiteit van de boordcomputer.”
Maar ik had toch lang genoeg gewacht! Die computer was dan toch allang in slaap?
„Nee,” legde de man uit. „Want zodra jij die meetpinnen op die accupolen zet, maak je hem weer wakker.”
Je kon de man hóren zuchten aan de andere kant van de lijn. Daar kwam weer iemand die het eventjes aan ChatGPT had gevraagd
Het was alsof ik een concertpianist in de kleedkamer lastig viel met notities op een bierviltje. ‘Ik heb de akkoordenprogressie even geanalyseerd en we moeten hier echt moduleren naar G-majeur.’
Ook voor mijn zelfbouw-expertise gold het IKEA-effect: wat ik ‘zelf’ had uitgedokterd zag ik abusievelijk aan voor beter. Vergelijk het met vertalingen. Je kunt met AI prima een lap tekst omzetten van de ene naar de andere taal, waardoor het begrijpelijk is. Maar om een echte literaire vertaling te maken, met nuances, met taalgevoel, muzikaliteit, levendigheid, daarvoor blijven we toch echt levende mensen nodig hebben die die kennis langzaam hebben opgedaan.
Mijn eerste paar tweedehandsauto’s kocht ik bij een bedrijfje waar de eigenaar bij het inruilen altijd één medewerker erbij riep. „Tom! Ken jij effe naar het motortje luisteren.” Kennelijk beschikte deze Tom over een absoluut gehoor voor dit instrument van cilinders, zuigers en kleppen.
Een arts vertelde me laatst hoe zij een glassplintertje in een hand opspoorde. Je moet op een bepaalde manier over de hand strijken, en dan aan het gezicht van de patiënt zien dat het pijn doet. „Zodra er iemand is met zo’n splinter, roepen we meteen de arts-assistenten erbij, dit moeten ze uit ervaring leren.”
Snakken naar een nieuwe Tom
Die zintuigelijke, haast intuïtieve kennis is alleen na langdurige oefening te leren, het is belichaamde kennis. In de Zuid-Koreaanse film No Other Choice loopt de hoofdpersoon met een houten stok door de papierfabriek. Door tegen rollen te slaan, controleert hij de kwaliteit ervan. Die stok geeft hem een eigenwaarde, die verdwijnt door de automatisering.
Ook motorfluisteraar Tom is waarschijnlijk vervangen door een uitleesapparaat, dat ongetwijfeld veel beter is. Ook voor die glassplinters zal ooit vast een of andere slimme scanner volstaan.
De garage kón er natuurlijk nog eens naar kijken, maar deze zomerweken was het extreem druk, en zo’n test kost veel tijd. „We rekenen 166 euro per uur.” Maar ik had inmiddels ook zelf al uitgevogeld achter welke zekering het zat. De DCC. Tsja, dat bleek zo ongeveer de hoofdzekering te zijn waar van alles achter zit. „Ik zou het erbij laten,” oordeelde de specialist.
Toen we de telefoonverbinding verbraken merkte ik hoezeer ik snakte naar een nieuwe Tom, een type automonteur die de technologie omarmt maar ook de waarde van het houtje-touwtje-gebied inziet. De uitleesapparatuur geeft een foutcode die zegt: vervang de hele unit maar voor 800 euro. Maar die nieuwe Tom ziet de reactie op mijn gezicht en zegt: weet je wat, pak even een tie-wrap, dan gaat-ie nog jaren mee.
Het half-kapotte is een schemergebied dat altijd blijft bestaan. Nét niet hinderlijk genoeg voor een kostbare reparatie of vervanging, en nét nog zelf met een tie-wrap werkbaar te houden. Dit gebied zal waarschijnlijk alleen maar groeien, omdat die zelfreparaties een vicieuze cirkel in stand houden. Hoe meer we zelf provisorisch oplossen, hoe duurder de specialist wordt, die immers minder werk krijgt. En die kosten werken weer afschrikwekkend.
De vulpen waarmee ik dit in eerste versie schrijf heeft al jarenlang een lek dat – net als dat van de accu – net niet groot genoeg is om te verhelpen. Gevolg: de blauwe stip op mijn wijsvinger vertelt mij elke dag of ik hard genoeg heb gewerkt. Een huis vol post-its voor de gasten, een blauwe vingertop: het zijn sporen van onze menselijkheid, zowel ons tekort als onze vindingrijkheid.
Eigen humeur
Mijn accu was tot voor kort onzichtbaar. Pas als iets hapert, vestigt het de aandacht op zich. Dan ga je je erin verdiepen. In die kunststof behuizing zit een complete chemische reactor met loodplaten en zwavelzuur. De schakelaar van het espressoapparaat is onzichtbaar, totdat hij niet meer altijd werkt, en je hem elke ochtend precies de juiste delicate tikjes moet uitdelen. Half kapotte dingen worden huisgenoten, met een eigen geschiedenis en een eigen humeur waarvan alleen jij weet hoe je ermee om moet gaan.
En zo is de accu van mijn auto ook een vertrouwde geworden. Gedwongen door de hoge kosten en de lange wachttijden moest ik – zoals vele anderen – uiteindelijk zelf de reparatie maar gaan uitvoeren. Ik kwam zelfs uit op een oplossing waar geen enkele chatbot aan had gedacht. Als ik mijn auto nu voor langere tijd parkeer, doe ik dat volgens een nieuw ritueel. Ik open de motorkap, klik de zwarte box naast de accu open en trek met het tangetje die specifieke 20-ampère zekering eruit, als een kies uit een gebit.
Als ik weer ga rijden, plaats ik het terug. Na het starten verzet ik ritueel het klokje naar de juiste tijd, en zoek ik de radiofrequenties terug. Ideaal is het niet, en toch begin ik ook hier aan gehecht te raken. De zekering, dat stukje plastic op koperpootjes, draag ik graag bij me. Het is een talisman die me laat starten, en me herinnert aan de charme van wat nét niet stuk genoeg is.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/23102408/310726WEE_2035069643_1.jpg)
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.