De grote ambities van de Franse superploeg van Demi Vollering: ‘Het zijn haast waanbeelden’
Rijden voor een Franse ploeg? Dat zag Demi Vollering eerst „helemaal niet zitten”. Toen de 29-jarige renster zich begin 2024 oriënteerde op de toekomst, ging haar voorkeur uit naar een meer internationale omgeving. „Mijn schrik was dat er alleen maar Frans zou worden gesproken.” Het stereotiepe beeld van een Franse ploeg die weinig wetenschappelijk te werk zou gaan, hielp ook niet mee.
Op aandringen van haar partner en manager Jan de Voogd ging ze toch in op de uitnodiging voor een online kennismakingsgesprek met FDJ United-Suez. „Toen ik mijn laptop dichtklapte, had ik een glimlach op m’n gezicht die niet meer verdween.”
Ruim twee jaar na die eerste kennismaking is Vollering helemaal op haar plek. De voertaal bij FDJ United-Suez bleek ‘gewoon’ Engels en vanaf het begin is ze „onder de indruk” van de professionaliteit. Het materiaal is op orde, de coaches werken hard en er is een gelikt marketingteam. In juni verlengde ze haar contract tot de zomer van 2028. „Historisch”, noemde de ploeg de nieuwe overeenkomst met Vollering, „een sporter van wereldklasse en een rolmodel”.
Zaterdag start Vollering als topfavoriet in de Tour de France Femmes. Met haar is het team een van de best presterende ploegen in het vrouwenwielrennen. Niet alleen de Nederlandse kopvrouw wint veel, met dit jaar zeges in onder meer de Ronde van Vlaanderen en de Giro d’Italia, ploeggenoten wonnen al Strade Bianche en Parijs-Roubaix. Hoe is FDJ United-Suez uitgegroeid tot een superploeg?
Waanbeelden
In het kennismakingsgesprek keek Vollering in de ogen van een ranke man met een zwarte kuif. De Franse ploegbaas Stéphen Delcourt overtuigde haar met zijn grote ambities de overstap te maken. „Hij was niet te verlegen om te zeggen: wij willen de grootste klassiekers én de grote rondes winnen”, zegt Vollering. „Ik ga lekker op iemand die zo ambitieus is dat het haast waanbeelden zijn.”
Voor de 41-jarige Delcourt is de ploeg zijn levenswerk. Vienne-Futuroscope, de voorloper van FDJ-Suez, werd in 2006 opgericht door zijn schoonvader, die zijn dochter Emmanuelle Merlot een kans wilde geven om op hoog niveau te sporten. In 2008 vroeg hij de toen 23-jarige Delcourt of hij de jaarrekening wilde opstellen, waarop hij als vrijwilliger aan de slag ging.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/30123542/310726SPO_2034714262_4.jpg)
Demi Vollering neemt een bidon aan van een soigneur van FDJ United-Suez tijdens de Giro d’Italia in juni dit jaar, die ze zal winnen. Alleen de Tour de France en Milaan-Sanremo ontbreken nog op de afvinklijst van de ploeg.
Foto Luc Claessen/Getty ImagesVienne-Futuroscope was toen een bescheiden clubteam. Delcourt deed een vervolgstudie en werd bankier, maar stak zijn vrije tijd in de ploeg. Toen Emmanuelle in 2013 stopte met wielrennen en haar familie zich terugtrok uit de vereniging, nam hij de leiding over – nog altijd zonder salaris. „Niemand geloofde toen in het vrouwenwielrennen”, zegt Delcourt. „Als ik bedrijven benaderde voor sponsoring, wilden ze niet eens een afspraak maken.” Meermaals zeiden mensen hem dat het team beter kon stoppen. „Maar ik ben altijd iemand die zegt allez, we zetten door en doen nog een stap extra. Ik geef nooit op.”
In 2017 kwam wat Delcourt beschrijft als „de eerste grote stap” voor de ploeg. Staatsgokbedrijf La Française des Jeux besloot als naamsponsor in te stappen, waardoor de ploeg meer financiële middelen kreeg. De tweede stap volgde met de introductie van de World Tour voor vrouwen, in 2020, en de komst van de Tour de France Femmes. Het vrouwenwielrennen groeide plots exponentieel. Bedrijven die eerst niet naar Delcourt wilden luisteren, nodigden hem nu uit.
De agenda van de in Tours geboren Fransman raakte zo vol, dat hij in 2022 besloot te stoppen als bankier en in dienst trad bij FDJ-Suez. Het was een moeilijke beslissing om het carrièrepad dat voor hem lag te verlaten, vertelt hij. Hij zag het als uitstapje van een jaar. Maar ondanks het lagere salaris wist hij al snel dat hij niet meer terug wilde. „Het is geen baan, het is een missie om te strijden voor een betere toekomst voor vrouwensport. Daar haal ik plezier uit.”
Horizon 2028
Net als Demi Vollering maakte ploegleider Lars Boom twee jaar geleden de overstap van het Nederlandse SD Worx naar FDJ-Suez. Als renner had hij FDJ meegemaakt in het mannenpeloton. „Maar ik wist dat de damesploeg los stond van de mannen.” Het viel hem op dat ze „af en toe een koers wonnen”, maar de lange geschiedenis kende hij niet.
Dat veranderde toen hij kennismaakte en langs ging bij de service course van het team bij de Franse stad Poitiers, waar de kantoren zitten en het materiaal beheerd wordt. Zoiets had hij nog niet eerder bij een vrouwenploeg gezien. Ook kreeg hij te horen over Horizon 2028, het meerjarenplan van de ploeg. In dat jaar moeten de drie grote rondes en zeven belangrijkste klassiekers minimaal één keer zijn gewonnen.
„We komen al aardig in de buurt”, lacht Boom. Alleen de Tour de France en Milaan-Sanremo ontbreken nog op de afvinklijst van de ploeg. „We hebben het er niet dagelijks over, maar het is een duidelijk overkoepelend doel.”
Om die ambitie waar te maken, stijgt het budget elk jaar met 15 tot 20 procent. In 2016 deed de ploeg het nog met een half miljoen euro, anno 2026 ligt de begroting rond de 6 miljoen euro. Toch ging de ploeg met slechts zestien renners het seizoen in, twee minder dan vorig jaar. Hogere hotel- en benzinekosten en opgewaardeerde contracten van rensters die goed presteren, maakten dat minder geld overbleef voor extra aanwinsten.
Delcourt vindt dat geen probleem, zegt hij. „We kiezen voor kwaliteit boven kwantiteit. Ik wil bouwen aan een topteam met gezonde financiën, niet een team bij elkaar kopen.”
De afgestudeerd accountant maakt zich zorgen over het verdienmodel van het wielrennen – mannen en vrouwen. Er zullen, zegt hij, teams zijn die aan het eind van het seizoen wedstrijden overslaan omdat er geen budget meer voor is om onkosten te dekken. Ook beklaagt hij zich over teams die zich in de schulden kunnen steken, omdat ze bijvoorbeeld een land als de Verenigde Arabische Emiraten als aandeelhouder hebben. „Ik zou graag een systeem van financial fair play ingevoerd zien worden, waarin teams niet meer kunnen uitgeven dan er binnenkomt”, zegt Delcourt.
Killerteam
Het ‘bouwen in plaats van kopen’ maakte ook dat hij in 2024 niet meteen overtuigd was om Vollering aan te trekken. De ploeg beschikte al over goede klassementsrenners met veel potentie, zoals de Françaises Évita Muzic en Juliette Berthet. „Ik was misschien geen groot fan van Demi, ze versloeg ons vaak en reed rond bij SD Worx. Dat was een echt killerteam, maar haar menselijke kant was minder zichtbaar.”
Na een of twee gesprekken was hij van mening veranderd. Hij besloot „alles” in te zetten op Vollerings komst. „Ik begreep meteen dat we dezelfde waarden delen. Ze wil de volgende generatie inspireren, een leider zijn, maar die positie ook delen.” Delcourt noemt de door FDJ-renster Elise Chabbey gewonnen Strade Bianche als voorbeeld. „Demi had zelf pech en kon niet mee in de finale, maar was wel heel blij voor Elise toen ze won.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/30122336/310726SPO_2034714262_3.jpg)
Demi Vollering in de blauwe bergtrui tijdens de spannende Giro d’Italia dit jaar, die ze pas in de allerlaatste etappe van Saluzzo naar Saluzzo op haar naam wist te schrijven.
Foto Luc Claessen/Getty ImagesToen het nieuws van de overstap naar FDJ-Suez bekend werd, vreesden sommige ploeggenoten van Vollering de interne concurrentie. Delcourt probeerde die angst weg te nemen door te vertellen dat ze haar beter in het team dan als tegenstander kunnen hebben.
Begin 2025 sloot Vollering zich aan bij haar nieuwe werkgever. Volgens haar ploegleiding heeft haar komst het team met haar winnaarsmentaliteit naar een hoger niveau getild. Zelf ziet ze dat ook zo: „Ik heb de andere meiden grote stappen zien maken. Ook de staf wist dat gemiddeld niet meer genoeg was.” Toen ze Chabbey na haar winst in Strade Bianche feliciteerde, vertelde de Zwitserse dat ze normaal gesproken blij zou zijn geweest met het podium. „Nu had ze extra hard gepusht.”
Dat teamgenoten voor Vollering willen rijden, komt volgens ploegleider Boom door de manier waarop ze de rest aanstuurt: „Ze wil altijd iets terugdoen voor een ander.” Vorig jaar ging het daardoor mis in de Tour. In de vijfde etappe stelde Vollering zich in dienst van sprintster Ally Wollaston, toen ze in het gedrang door een stuurfout van een andere renster van haar fiets werd gekatapulteerd. De dagen erna had ze last van haar rug. Er klonk kritiek dat ze als klassementsrenner beter ‘veilig’ achterin het peloton had kunnen zitten. „Achteraf kun je zeggen: ik bemoei me niet met de sprint. Maar ik vind het ook leuk om te doen”, zegt Vollering. Boom: „Soms houd je die meiden ook niet tegen. En de val kwam door de onkunde van die andere renster.”
Andere voorbereiding
Ondanks de val werd Vollering tweede in het algemeen klassement, achter de Franse Pauline Ferrand-Prévot. Het krachtsverschil van toen verklaart ze nu vooral door haar voorbereiding. „Ik had afgelopen zomer een te druk programma en te weinig tijd gehad om me op de Tour voor te bereiden. Dit jaar ben ik een stuk minder gaan koersen: geen Ronde van Zwitserland, geen NK. Ik heb twee weken thuis kunnen zijn, dat is best wel zeldzaam.”
Want Vollering heeft een ondernemend leven. Naast trainen en wedstrijden rijden bouwt ze ook aan haar eigen merk, met persoonlijke sponsoren als Nike, en vraagt ze met haar initiatief Move to Dream aandacht voor beweging en mentale gezondheid. „De ploegleiding was aan het begin best geschrokken over wat ik allemaal doe naast de fiets. Ze zeiden dat ik moest oppassen dat het niet ten koste zou gaan van prestaties.”
Boom herkent dat: „Demi moet daar een bepaalde balans in vinden. Op reis gaan met de camper is leuk, maar ook vermoeiend. Maar het is ook weer goed voor je hoofd.” Vollering: „De ploeg is ook gaan inzien dat het voor mij energie geeft om een missie te hebben naast de fiets. Bovendien regelt [manager] Jan veel eromheen.”
Delcourt zegt inmiddels een „bijzondere relatie” met Vollering te hebben opgebouwd. „Soms fietsen we samen. Niet langer dan een uur, want dan sloopt ze me.” Ze hebben het dan over wielrennen, maar ook over zaken als de toekomst van de planeet en psychologie. „Het is een privilege om haar in het team te hebben, en hoe ze me helpt het team te managen.” Vollering mag rensters aandragen als mogelijke versterkingen en helpt het team nieuwe sponsoren aan te trekken.
Andersom bevalt het haar dat binnen de ploeg iedereen allereerst „als mens” wordt gezien, en dan pas als renster of staflid. „Ze denken na hoe we optimaal aan de start kunnen verschijnen, maar ook hoe we dat gezond doen.” Wanneer ze na een wedstrijd voor de tv-camera’s een maatschappelijk standpunt inneemt over bijvoorbeeld de impact van topsport op de menstruatiecyclus of mentale gezondheid, hoeft ze dat niet af te spreken. „De timing kan voor de ploeg weleens lastig zijn”, erkent ze. Haar opmerkingen ontketenen soms een mediadynamiek die af kan leiden van prestaties. „Maar ze ondersteunen me daarin. Ik ben hier meer dan de renster Demi.”
De ploeg gaat zaterdag met vertrouwen van start in het Zwitserse Lausanne. „Als je mij tien jaar geleden had gezegd dat wij nu hier zouden staan, dan had ik gezegd: ‘doe niet zo gek, stop met dromen’,” zegt Delcourt. „Voor het team wordt het zwaar. Maar voor de sport ben ik blij. Aan het eind de week zal een vrouw de Tour hebben gewonnen.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/30122337/310726SPO_2034714262_2.jpg)
In de roze trui als eindwinnaar op het podium van de Giro d’Italia 2026 in Saluzzo.
Foto Luc Claessen/Getty ImagesMail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.