De Tour de France Femmes kan een voorbeeld worden voor de Tour de France Hommes
Topsport is simpel en wielrennen helemaal. Lang hebben professionele wielrensters geklaagd over de achterstelling ten opzichte van hun mannelijke collega’s. Het lukte bijvoorbeeld jarenlang niet om een Tour de France voor vrouwen goed van de grond te krijgen, bij gebrek aan belangstelling van tv, sponsors en organisatoren. De eigenaar van de Tour de France, de ASO, keek heel lang neer op een Tour de France Femmes en verbood zelfs het gebruik van de naam Tour de France.
Tot het tij keerde en het groeiende commerciële belang van de vrouwentour ASO-directeur Christian Prudhomme geen keuze meer liet. Hij veranderde van een scepticus in een pleitbezorger: er valt geld te verdienen.
Zaterdag start de vijfde editie van de Tour de France Femmes avec Zwift, zoals de wedstrijd officieel heet – Zwift is een online trainingsplatform waarmee je in je huiskamer de Galibier kunt beklimmen, mocht je daar zin in hebben. Negen etappes telt de Tour Femmes, twaalf minder dan de manneneditie.
Voormalig wielrenner en commentator Jip van den Bos pleitte er vrijdag in de Volkskrant voor om de vrouwentour op te waarderen naar een drieweekse wedstrijd, net als bij de mannen. Dat lijkt me een onzalig plan. Niet omdat vrouwen geen drie weken op niveau zouden kunnen wielrennen, maar omdat een koers van drie weken in het sportlandschap van 2026 sowieso veel te lang is.
Drie weken Giro, drie weken Vuelta: wie trekt dat nog? In de voorbije Tour de France Hommes zag je de spanningsboog na twee weken leeglopen: de vrouwen moeten niet naar drie weken, maar de mannen moeten terug naar hooguit veertien dagen.
Het vrouwenwielrennen mag zich in een toenemende populariteit verheugen, waar de belangstelling bij de mannen afkalft. Volgens de officiële cijfers keken in 2025 gemiddeld 3,8 miljoen kijkers per dag naar een Touretappe bij de mannen. Bij de vrouwen waren dat er 2,7 miljoen. Minder, maar niet enorm veel minder.
Doordat er in het vrouwenpeloton geen Pogacar rondrijdt, zijn de etappes spannender. Ze zijn ook korter, de langste etappe is 176 kilometer. De laatste rit bestaat volgende week zondag uit vier rondjes over de Col d’Èze bij Nice, over 100 kilometer. Dat is een voorbeeld voor hoe het wielrennen zich de komende jaren moet gaan ontwikkelen: korter, krachtiger, sneller, leuker voor het publiek.
Het vrouwenwielrennen trekt een ander, jonger publiek dan dat bij de mannen. Het is groot op de sociale media en minder afhankelijk van het aantal lineaire tv-kijkers. Er zijn overigens ook nog grote verschillen: het totale budget van de veertien WorldTour-ploegen, 57 miljoen euro, is ongeveer even groot als dat van Pogacars UAE-team. Maar de toppers in het vrouwenpeloton rijden ook allang niet meer voor een broek en een trui: Demi Vollering is een fietsende miljonair.
Dit jaar is bij de vrouwen voor het eerst de Mont Ventoux in het parcours opgenomen. De Ventoux is bij de mannen altijd een soort barometer geweest voor hoe het ervoor stond in het wielrennen. Voor alle vrouwen die zich de afgelopen jaren hebben ingezet voor de emancipatie van hun sport – Marianne Vos voorop – betekent de opname van de kale berg in het parkoers de ultieme erkenning: ze worden serieus genomen.
Het programma De avondetappe komt de komende week, anders dan bij de mannentour, niet uit Naarden-Vesting maar gewoon uit Frankrijk. Op de mannentour moest worden bezuinigd, maar voor de vrouwen werd er geld gevonden in een diversiteitspotje. Ook dat is een teken aan de wand.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie