Hebben wij de moed om de Russen een kans te geven?
Zowel de Oekraïense schrijver Sergey Maidukov als Robert van Voren, algemeen directeur van Human Rights in Mental Health-FGIP, vroegen deze week in opiniestukken in de Volkskrant aandacht voor de problemen van Oekraïense militairen na de oorlog. Datzelfde geldt natuurlijk, en waarschijnlijk in sterkere mate, voor de Russische militairen.
Laat ik duidelijk zijn: de Russen met hun leider Vladimir Poetin zijn de agressors en hebben onnoemelijk leed veroorzaakt in Oekraïne. Kortom, zij zijn de daders in dit conflict. Echter, na deze oorlog en met, hopelijk, een goed resultaat voor de Oekraïners, zijn er nog steeds naar schatting 140 miljoen Russen over. En zij hebben een toekomst.
Maar wat voor toekomst zal dat zijn? Een toekomst in ellende, armoede en achterstelling? Met de zeer grote kans dat een nieuwe ‘Poetin’ opstaat?
Of gaan wij, uit écht puur, welbegrepen eigenbelang, deze mensen helpen een betere, sociale en zelfs democratische samenleving op te bouwen?
Na de Tweede Wereldoorlog kregen de Duitsers een kans. En die hebben ze aangegrepen.
Hebben wij de moed en de mogelijkheid om de Russen diezelfde kans te geven?
Kees van den Broek, Zeewolde
Illegale medicijnen
In de Volkskrant las ik onlangs over het onderzoek naar de vraag waarom mensen illegale medicijnen kopen. In de uitleg miste ik een belangrijke groep mensen: mensen die leven met een aandoening die grote fysieke en mentale impact heeft, maar waarvan nog altijd niet duidelijk is wat er precies speelt of wat eraan te doen is. Mensen die leven met onbekende ziekten.
Het is niet moeilijk om daarvan voorbeelden te vinden. We hoeven alleen maar te denken aan de mensen die al jaren worstelen met postcovid en voor wie er nog steeds geen duidelijke verklaring van de ziekte en de mogelijkheden voor behandeling zijn. Hetzelfde geldt voor mensen met bijvoorbeeld het chronischevermoeidheidssyndroom (ME/CVS), postvirale vermoeidheid, moeilijk verklaarbare angststoornissen en andere mentale aandoeningen. Die lijst is lang, de lijst met mogelijkheden voor verbetering of verlichting is kort.
Mijn middelste kind raakte bijna dertig jaar geleden in een soort vrije val, waarin hij alles wat hij zich als gezonde peuter had eigengemaakt, weer kwijtraakte. De zoektocht naar hulp, naar inzichten, naar begrip en iets dat hem zou kunnen helpen, begon. Ik was vol vertrouwen. Het was immers duidelijk dat er bij hem iets uit balans geraakt was.
Maar als niet duidelijk of inzichtelijk wordt wat het is, dan verschuift er iets. Dan gaat het niet meer om de lichamelijke en mentale klachten van je zoon, maar om jou als moeder. Dan ben jij degene die lastig is, die steeds weer met nieuwe observaties en ideeën komt waar een specialist niets mee kan. Jij wordt het probleem.
En dan volgt stap twee: je wordt van de ene specialist naar de andere gestuurd. In Nederland bestaat onze gezondheidszorg uit veel eilandjes en de bruggen tussen die eilandjes ontbreken helaas nog veel te vaak.
Ook ik kreeg uiteindelijk te maken met het dilemma of ik zelf een medicijn zou gaan bestellen. Mijn zoon kreeg namelijk een medicijn tijdens een wetenschappelijk onderzoek van een half jaar. Het hielp hem. Hij werd lichamelijk én mentaal veel sterker. Alles werd dagelijks gerapporteerd en onderzocht en bijgehouden door een team van specialisten. Het was dus niet alleen de hoop of het wensdenken van een wanhopige moeder, maar iets wat ook in de onderzoeksgegevens zichtbaar werd.
Na een half jaar stopte de medicijnstudie. Niet omdat het medicijn niet werkte, maar omdat het niet regulier kon worden voorgeschreven buiten het onderzoek. ‘Maar het werkte, het hielp hem! En uiteindelijk is het voor de samenleving toch ook veel goedkoper, omdat hij dan veel minder zorg nodig heeft?’ Geen gesprek, geen overleg. Je staat helemaal alleen.
Op zo’n moment wordt het heel verleidelijk om te kijken naar de mogelijkheid om het medicijn zelf te bestellen. Ik heb dat uiteindelijk niet gedaan, omdat ik het risico niet wilde nemen. Zulke beslissingen horen wat mij betreft onder de verantwoordelijkheid van een arts. Maar dat mensen daarin een andere keuze maken, kan ik begrijpen.
Drie jaar geleden werd eindelijk duidelijk welke onderliggende aandoening bij mijn zoon speelt. Dat was na bijna dertig jaar zoeken, vastlopen, wanhopig zijn, toch weer aankloppen en weer weggestuurd worden. Er was dus wel iets te vinden. Niet alles is te genezen, niet alles is op te lossen. Dat moet je accepteren, en dat is iets minder moeilijk als het serieuze aandacht heeft gehad, je bent gehoord en gezien. Dat kost tijd en moeite en soms kom je samen niet verder. Maar het helpt wel.
Laten we met deskundigen en mensen die leven met onbekende aandoeningen kijken hoe we dat kunnen doen. Ik heb nog steeds het vertrouwen waar ik ooit mee begon; we kunnen het samen beter doen. Tot die tijd vraag ik om mildheid voor mensen die na jaren en jaren van leven met onbekende aandoeningen uiteindelijk zelf de regie proberen te pakken.
Willemien Ebels, Groningen
Onttovering
Nog niet zo lang geleden had de wereld een zekere magie en konden we ons nog verwonderen. Die magie school in het wachten, in de schaarste en in het moment waarop iets eindelijk gebeurde.
Die zomerhit op de radio was zo’n klein wonder. Je wist nooit precies wanneer die langskwam. Je hield je vingers nerveus aan de volumeknop, en maar hopen dat de dj het nummer zou draaien. Soms duurde het uren, maar áls die werd gedraaid, kroop je in de luidspreker en gebaarde je dat iedereen in de kamer stil moest zijn.
Vandaag is elk liedje op elk moment direct beschikbaar. En toch voelt het leeg. Het wachten met een gevoel van spanning op iets wat misschien gaat gebeuren, is verdwenen. Een gebeurtenis is een verbruiksartikel geworden. Ontvangen werd consumeren.
Deze onttovering is overal zichtbaar. Voor films moest je wachten tot ze werden aangeboden op tv of in de bioscoop. Je moest naar de videotheek voor een film waarvan je hoopte dat die nog op de plank lag. Die spanning maakte deel uit van het plezier. Het gaf de ervaring gewicht. Nu volstaan een paar tikken met je vingers en de hele filmgeschiedenis ligt voor je klaar. Maar met als resultaat dat we minder aandachtig kijken. We pauzeren, checken onze telefoon, kijken drie series tegelijk.
Ook kennis heeft haar betovering verloren. Vroeger pakte je de dertiendelige encyclopedie of moest je naar de bibliotheek. Het proces was traag en soms frustrerend, maar ook rijk. Je dwaalde af, ontdekte andere boeken, leerde geduld te hebben.
Nu krijg je via kunstmatige intelligentie onmiddellijk antwoord. De vreugde van het vinden na een zoekproces is vervangen door de kilte van het opvragen en direct ontvangen van een antwoord. We weten alles, maar onthouden weinig. Ook in menselijke relaties zien we deze verschuiving. Vroeger schreef je brieven. Je wachtte weken op een antwoord. Die envelop op de mat was een feest. Tegenwoordig verwachten we onmiddellijke reacties.
Als een berichtje niet binnen tien minuten is beantwoord, dan is er iets mis, zeker als we zien dat het bericht wel is gelezen. De spanning van het verlangen, de zoete onzekerheid, maakt plaats voor een constante stroom van oppervlakkige bevestiging.
We hebben een wereld gecreëerd waarin alles mogelijk is, op elk moment. Maar juist daarom verliest alles zijn glans. Een overvloed aan mogelijkheden leidt tot keuzestress en maakt dat je minder snel tevreden bent. Mensen gedijen bij ritme, bij seizoenen, bij afwezig mogen zijn. De magie ontstaat in de ruimte tussen verlangen en vervulling.
Technologie heeft die ruimte weggehaald waardoor we het vermogen om verwonderd te zijn, om iets écht te waarderen omdat het niet vanzelfsprekend is, zijn kwijtgeraakt. En dat is slecht nieuws voor onze creativiteit.
Eric Leltz, Den Bosch
Deal
Marieke de Groot wil Amerika de auteursrechten op de verlichting factureren, met rente vanaf 1789. Al is ‘verlichting’ een groot woord: keiharde centen zal ze bedoelen. En dan kunnen we beginnen met tellen in 1782.
Bovendien doen de Amerikanen niet aan tikkies, die doen aan deals. Dus even over die deal: 1780. Langs de grachten sjouwt ene John Adams met een pitch voor een megadisruptief idee: de Verenigde Staten. Alle banken: mwah.
Wie stapt er wel in? Frankrijk. Vanaf 1776 stiekem en vanaf 1778 openlijk, gewoon om Engeland te pesten. Een miljard livres, nu zo’n zes miljard euro, grotendeels cadeau. Aandelen? Nul. Het loopt matig af: Frankrijk gaat mede hierdoor failliet en in 1789 vloeit het voltallige management af via de guillotine.
Amsterdam kijkt eerst even hoe het loopt. Cadeaus? Deals willen we. In 1782 is Adams’ start-up een scale-up: erkend land, vrede in zicht. Dan pas mag hij aan tafel. Hij krijgt 30 miljoen gulden, nu zo’n 350 miljoen euro, tegen rente. Komt allemaal terug. En die Franse schuld? Betalen ze af met óns krediet.
The Art of the Deal, Herengracht Edition.
En nu noemt Washington zijn belastingbetaler ‘grootaandeelhouder’ van onze beschaving en loopt het in de VN-Veiligheidsraad weg als Frankrijk stoute dingen zegt. Jongens. Aandeelhouder waarvan?
Hier is nooit een aandeel uitgegeven. Frankrijk hielp je door je start-upfase en kreeg last van z’n nek, wij kregen een fijne rente toen je kon groeien. Een goede deal kost je de kop niet, zullen we maar zeggen. Rancune wel. Deal?
Maarten Brand, Haarlem
Pretzone
Natuurlijk, alles wat helpt moet je doen. Maar in feite bepalen bij veel vrouwen nog de mannen hoe ze zichzelf waarderen. En vergelijken ze hun rozenblaadjes met beelden uit de porno-industrie. Mannen daarentegen, hoezeer verschrompeld, behaard, gerimpeld of raar gekleurd ook, vinden hun eigenschappen logisch. Je moet ze maar nemen zoals ze zijn. Heel oneerlijk.
Ook kijken ze vaak van bovenaf op hun apparaatski. En beschouwen ze rozenblaadjes van onderaf. Ook oneerlijk. Uhm, nee, liever niet.
Maar ter correctie graag een grote fotocampagne. Scrotums en slappe bloedlullen vanaf onder gefotografeerd en uitvergroot in magazines en op billboards, in bushokjes, als voorfilmpje in de bios, enzovoorts. Mannen hebben een imaginair beeld van hun gereedschap. Aanpakken die klotenzooi.
John den Besten, Zuid-Beijerland
Proud to pay
Ruim 120 Britse miljonairs hebben hun nieuwe premier opgeroepen vermogensbelasting te gaan heffen. Ze stellen voor 2 procent te betalen over vermogens boven de 10 miljoen pond, om de welvaart in het land eerlijker te verdelen en investeringen in scholen en ziekenhuizen mogelijk te maken.
In een reactie stelde de Britse minister van Financiën dat het belastingsysteem vooralsnog niet wordt aangepast, maar dat de rijken ‘een donatie kunnen doen’.
Ik vraag me af hoeveel miljonairs inmiddels geld hebben overgemaakt naar de Britse staatskas. Zullen de rijksten der rijken naar het eigen vermogen kijken en de geopperde donatie doen, of kijken ze vooral naar wat anderen doen?
Vaak geldt het sentiment dat in dergelijke gevallen een systeemverandering verkozen wordt boven individualisme.
Toch zijn er op kleinere schaal initiatieven waarbij individuele giften het verschil maken. Straatarts Michelle van Tongerloo richtte de stichting Lekker Geven op, om mensen snel en zonder overheidsbemoeienis te helpen. En in Utrecht is sinds kort Utrecht Geeft actief. De eerste mensen zijn al geholpen en het was prachtig om te zien hoe snel de gevraagde bedragen binnen waren.
Het laat zien dat we als individu niet altijd hoeven te wachten tot het systeem verandert. Hopelijk zien de Britse superrijken dat ook zo.
Gea van Beuningen, Beneden-Leeuwen
Brieven schrijven
Wat een leuk artikel over het schrijven van brieven. Wat ontbrak, was dat door het verdwijnen ervan, er helaas geen correspondenties in boekvorm meer worden uitgegeven. Daarom ben ik enkele jaren terug met mijn dochter gaan corresponderen.
We zien elkaar regelmatig, wonen allebei gewoon in Utrecht, en dan praten we over van alles en nog wat. Toch voegt onze correspondentie hier nog veel aan toe. We stellen elkaar specifieke vragen, waarna we meer tijd hebben om na te denken over antwoorden. En dat leidt bijvoorbeeld tot meer verdieping.
Ik heb niet de illusie dat onze correspondentie ooit in boekvorm zal worden uitgegeven. Wel hoop ik dat die wordt bewaard, zodat mijn nageslacht lang na mijn overlijden nog een beeld kan krijgen van wat mij in onze tijd bezighield.
En ook dat kan heel waardevol zijn.
Bert Aanstoot, Utrecht
Lees ook
Geselecteerd door de redactie