Home   2026-08-03 17:31:33

Branden in Zuid-Frankrijk: ‘Sommige mensen hebben met een tuinslang op hun dak gestaan’

Original article

Dag Michael. Waar ben jij nu en hoe ziet het er daar uit?

‘Ik ben aanbeland in een hulpverleningscentrum in Le Porge. Dat is een klein dorpje dat echt het epicentrum van de ramp is: er zijn hier 150 huizen verbrand. Brandweermannen stippelen hier op kaarten nieuwe blusbestemmingen uit, ze eten en slapen hier ook.

‘In het vliegtuig naar Bordeaux zagen we de enorme aswolk die door de brand wordt veroorzaakt. Terwijl we vanuit daar naar Le Porge reden, roken we het vuur al. Op plekken onderweg waar gisteren brand was, zie je de rokende grond die voor een deel nog knettert. De bossen zijn nu een eindeloos landschap van doodse bomen zonder naalden waar het vuur overheen heeft geraasd. Het is in zekere zin ontzagwekkend.’

‘In Le Porge en andere dorpjes is er vreemde verlatenheid. Zeker zo’n straat met verbrande huizen is totaal desolaat en apocalyptisch. Uit die holle geraamtes zijn hele levens verdwenen, sommige mensen zijn alles kwijt.’

Hoe ontwikkelt de brand zich op dit moment?

‘De ernstigste dreiging lijkt geweken, maar er zijn nog steeds branden. Het is vandaag minder heet dan gisteren, de wind is afgenomen. De omstandigheden zijn dus wat beter. Daarnaast is een heel groot gebied, ongeveer zo groot als de halve provincie Utrecht, al verbrand. Daar is geen brandstof meer: geen naalden, geen hars, geen vegetatie. De branden die er nog zijn, zitten aan de rand van het verbrande gebied.’

In Le Porge verwoestte het vuur afgelopen weekend dus 150 huizen. De bewoners waren toen al geëvacueerd. Hoe gaat het met de dorpelingen die jij spreekt?

‘De mensen wier huizen zijn verwoest, hebben geen zin om hier te zijn en zitten in opvangcentra of bij familie. Maar honderden andere bewoners zijn teruggekeerd, terwijl dat eigenlijk niet mag, om het dorp te bestieren. Je ziet bijvoorbeeld dorpelingen rondrijden in pick-ups met een kuub water, waarmee ze zelf de brand nablussen of de brandweer bevoorraden. Anderen organiseren massages voor de brandweerlieden hier, daarvoor staan hele rijen.

‘Wat hier ook speelt, is de keuze van bestuurders om bepaalde dorpen wél te redden. Het dorpje Lège-Cap-Ferret, bijvoorbeeld. Dat is een groter toeristendorp, er staan veel dure vakantiehuizen van Parijzenaren. Het kan een valide economisch besluit zijn om zo’n dorpje te redden, maar het geeft ook scheve ogen. Sommige brandweermannen uit Le Porge moesten andere dorpen redden, terwijl hun eigen dorp brandde.

‘Verder zie je een hard onderscheid tussen mensen die nog wel en geen huis meer hebben. Gisteren waren we bijvoorbeeld bij een huis dat was behouden omdat de bewoner het goed nat had gehouden en omdat er veel loofbomen in de grote tuin staan; die branden minder snel. De vier huizen eromheen waren weggevaagd. Er is dan echt een soort survivor’s guilt.’

Sommigen hielden hun huis nat, zeg je. Bleven zij dat dan doen totdat de vuurzee bij hun huis was?

‘Sommige mensen zijn inderdaad erbij gebleven, die hebben met een tuinslang op hun dak gestaan. Anderen hebben hun huis vochtig achtergelaten. Dat vergroot de kans dat de vonken van het vuur niets aanrichten. Dat sommigen dat zo hebben aangepakt, wekt veel ontzag bij anderen.’

Dit is een van de grootste bosbouwgebieden in Europa, met naaldbomen die uitermate goed branden. Grote branden zullen dus nog vaker voorkomen. Hoe zien de bewoners de toekomst?

‘De stukjes land waarop de bomen worden verbouwd, zijn grotendeels van bewoners, dus niet van grote bedrijven of zo. Mensen verdienen daar duizenden tot tienduizenden euro’s per jaar mee. De slachtoffers zijn dus eigenlijk ook degenen die leven van het bos. Als je hen spreekt, hoor je ze niet zeggen: we moeten het allemaal anders gaan doen. ‘We hebben geen tijd om 100 jaar te wachten op een eik’, een veel minder brandbare boom, zegt men.

‘Mensen hier zeggen dat de overheid te weinig heeft geleerd van de vorige grote brand in het gebied, in 2022. Te weinig brandgangen, te weinig bosonderhoud, te weinig nieuwe blusvliegtuigen. Je ziet dus dat er nu als een malle brandgangen worden gehakt. Een typisch geval van: als het kalf verdronken is, dempt men de put.

‘Maar ik heb nog niemand horen zeggen: we geven dit dorp op, of ik kan hier niet meer leven. Het is een grote brand, die komen elke paar jaar voor. Ze zijn er niet per se op voorbereid, maar wel een soort van aan gewend.’