Ondanks protest toch ‘een waardige’ deportatieherdenking in Rotterdam, met even wat verwarring
Een agent houdt een man in een scootmobiel tegen als die zich wil voegen bij een groeiende groep mensen, onder wie mannen met keppeltjes.
„Zou u in het demonstratievak willen gaan staan”, zegt de agent en wijst op de Palestijnse vlag die de man over het mandje van zijn scootmobiel heeft gedrapeerd.
„Nee hoor, ik ga niet demonstreren.”
„Gaat u naar het demonstratievak”, zegt de agent vriendelijk maar beslist. „Anders gaan we u een handje helpen.”
Donderdagmiddag werden bij Loods 24 in Rotterdam-Zuid de deportaties van Joden herdacht die in 1942 begonnen, in aanwezigheid van de Rotterdamse burgemeester Carola Schouten en de Israëlische ambassadeur Zvi Aviner Vapni. 6.790 Joodse Rotterdammers werden vanuit de loods weggevoerd naar vernietigingskampen. ‘De Muur’ rondom het terrein is ingericht als herdenkingsplek, daarnaast is er een monument waarop de namen staan van de 686 Rotterdamse gedeporteerde en vermoorde Joodse kinderen.
Vooraf was er veel ophef over de herdenking omdat Stichting Loods 24 de Israëlische ambassadeur had uitgenodigd. In een open brief hadden ruim zestig organisaties twee weken geleden de burgemeester opgeroepen niet te gaan vanwege de aanwezigheid van de ambassadeur. In hun ogen is hij een officiële vertegenwoordiger van de Israëlische regering die groot menselijk leed veroorzaakt in Gaza, waarbij Palestijnse kinderen „op grote schaal worden vermoord, verwond, verweesd en getraumatiseerd”. Ook een groep Rotterdamse ambtenaren had haar om die reden in een brief „met klem” verzocht niet te gaan.
Ook voorstanders lieten van zich horen, vooral in De Telegraaf. Die krant nam stevig stelling in een hoofdredactioneel commentaar: Schouten moet karakter tonen, de Joodse gemeenschap laten herdenken hoe ze dat wil en niet de oren laten hangen naar een „samenraapsel van Israël- en Jodenhatende clubjes en activisten”.
Veel agenten en beveiligers
De burgemeester ging. De ambassadeur ook. Mede daarom zijn er donderdagmiddag veel agenten en beveiligers aanwezig. De straten rondom de plek zijn vooraf afgesloten. De aanwezigen, onder wie veel ouderen, begroeten elkaar hartelijk.
In de toespraak van Schouten licht ze haar afweging toe om niet af te zeggen. Ze wilde de „mensen herdenken die hier woonden, werkten, liefhadden en hoopten. Mensen die onderdeel waren van Rotterdam”, had ze eerder geschreven. Tegelijkertijd zag ze ook „het verdriet, de woede en de machteloosheid over het immense leed in Gaza” en hoe dat vele Rotterdammers diep raakt. Ze vraagt om naar elkaar te blijven luisteren en „naast onze eigen pijn ook ruimte te maken voor de pijn van een ander”. Bij Loods 24 roept ze de aanwezigen op elkaar als mensen te blijven zien. Een applaus volgt.
Als ambassadeur Zvi Aviner Vapni wordt uitgenodigd om naar voren te komen, klinkt er hard geschreeuw in het publiek. Als beveiligers op een vrouw met halflang grijs haar duiken, klinkt elders geschreeuw. Een man wordt onder zijn arm gepakt en weggeleid. Dan klinkt een derde schreeuw. De herdenking wordt stilgelegd, meer demonstranten laten van zich horen.
„Shame on you”, schreeuwt een vrouw met een schoothondje in haar armen. De man voor haar draait zich woedend om en geeft haar een duw. „Ik ben met jou”, roept ze tegen hem. „Ik vind dat de demonstranten zich moeten schamen.” Als de man zijn vergissing in de gaten heeft, probeert hij zijn verontschuldigingen aan te bieden. „Ik kan ook niet zien wie voor of tegen is”, zegt hij. De vrouw sputtert boos.
‘Een waardige bijeenkomst’
De wachtenden heffen intussen het lied Am Yisrael Chai (Het volk van Israël leeft) aan, een lied dat de continuïteit van en solidariteit met het Joodse volk bezingt. Als een tiental demonstranten is verwijderd uit de menigte, kan de ambassadeur beginnen. De Rabbijnen Albert Ringer en Jehoeda Vorst verzorgen een gebed.
Edwin Giltay vond het een waardige bijeenkomst, zegt hij na afloop, afgezien van het geschreeuw over Gaza. „Israël is die oorlog niet begonnen”, zegt hij. „Het land is verplicht zijn burgers te beschermen tegen aanvallen van Hamas. En dit is een holocaustherdenking, die heeft daar niets mee te maken.” Hij vindt het jammer dat Schouten impliciet aan Gaza refereerde.
Freek Kalkman (69) en Wim van der Meer (84) zijn beiden belijdend christen en dragen Israël en het Joodse volk een warm hart toe. „Zonder Israël kun je geen christen zijn”, vinden ze.
Kalkman: „Maar ik verafschuw wel wat de kolonisten op de Westelijke Jordaanoever doen.”
Van der Meer: „Ik ook, daar sluiten we onze ogen niet voor. Ook niet voor de misdaden van Netanyahu. Die herdenken we hier niet.”
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.