Home   2026-08-03 17:31:33

In het verhitte asieldebat wordt vergeten dat vluchtelingen mensen in nood zijn

Original article

Wereldwijd zijn momenteel 112 miljoen burgers op de vlucht voor oorlog en geweld, waarvan 69 miljoen ontheemd zijn in eigen land. Vooral de meest kwetsbare vluchtelingen in arme landen zoals Soedan of de Democratische Republiek Congo komen bij gebrek aan middelen niet ver. Zij leven in onzekerheid en angst voor nieuw geweld en worden blijvend afhankelijk van de gastvrijheid van buurgemeenschappen en noodhulp van ngo’s.

Vluchtelingen die het wél lukt om een veiliger land te bereiken, stuiten in toenemende mate op muren van weerstand en vreemdelingenhaat. In het huidige rechts-populistische klimaat zijn zij voor velen geen mensen meer die bescherming nodig hebben, maar een probleem. Een nummer. Een indringer. Een ‘asielzoeker’: iemand die iets komt ‘halen’ waar in de eerste plaats ingezetenen recht op hebben zoals huisvesting, zorg of onderwijs. Asielzoekers zijn de zondebok geworden voor falend beleid; de krappe woningmarkt, verschraling van lokale voorzieningen en het ontbreken van investeringen in integratie en participatie.

Hoe anders was het sentiment in 1951 bij de opstelling van het Vluchtelingenverdrag, deze week 75 jaar geleden. Gedreven door schuldgevoelens na de Tweede Oorlog besloten de Verenigde Naties dat het helpen van mensen die in nood hun land moeten ontvluchten een gedeelde verantwoordelijkheid is én dat vluchtelingen niet kunnen worden teruggestuurd naar de onveilige plek waar ze vandaan komen; het mooie principe van non-refoulement.

Die principes zijn door het heersende anti-migratiesentiment hevig onder druk komen te staan. Partijen als PVV en VVD pleiten er zelfs voor om het verdrag op te zeggen om maar asielzoekers te kunnen weigeren. Andere landen proberen de regels op te rekken. Zo besloot de Amerikaanse president Trump eerder deze maand Haïtianen en Syriërs terug te gaan sturen, terwijl velen daar voor hun leven moeten vrezen. En ook de EU zoekt voortdurend naar mogelijkheden om de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen af te schuiven naar ‘derde landen’.

Het is een waanidee om te denken dat het ‘asielprobleem’ valt op te lossen door het Vluchtelingenverdrag te verscheuren of uit te hollen. Zolang er oorlog en conflict zijn, zullen mensen op de vlucht slaan. Zinvoller is het om te bekijken wat landen kunnen doen om oorlogen en conflict te voorkomen of te helpen beëin­di­gen.

Uit onderzoek blijkt dat het leeuwendeel van de Europese burgers nog steeds vindt dat échte vluchtelingen geholpen moeten worden. Het probleem is politiek. De opvang werd bewust uitgekleed om vluchtelingen ‘te ontmoedigen’ en raakte ‘vervuild’ met migranten die niet op de vlucht zijn maar op zoek naar werk of een beter bestaan. Hierdoor raakte de asielketen verstopt en kreeg het gevoel van onbeheersbaarheid en onmacht de overhand.

Hoewel het vergrijsde Europa arbeidsmigranten hard nodig heeft, zijn er vrijwel geen legale routes naar werk. Zij hebben dus geen keuze dan zich net als vluchtelingen te melden bij een mensensmokkelaar. Het is aan moedige politici om die knopen te ontwarren en te zorgen dat het draagvlak voor vluchtelingen weer terugkeert. Het debat zou er mee geholpen zijn als terughoudend wordt omgesprongen met institutionele woorden als asielzoeker of statushouder, waar een smet op is komen te liggen, en er weer gewoon gesproken wordt over vluchtelingen. Dat zijn mensen in levensgevaar.