Zo spoorde het Rode Kruis de families van twee Afghaanse drenkelingen op
De politie stond in 2023 voor een raadsel: van wie waren de lichaamsdelen die op 6 oktober aanspoelden op het strand van Texel? De doodsoorzaak was niet te achterhalen, de identiteit van het slachtoffer evenmin. Wel dat het om twee verschillende mannen ging. De menselijke resten kregen een anoniem graf op Texel; de politie bleef ondertussen onderzoek doen naar de herkomst van de mannen.
‘Toen ze niet verder kwamen, namen ze contact met ons op’, zegt Linda van Hoek over het ‘bijzondere belletje’ dat ze in maart 2025 van de politie kreeg. Van Hoek was als casemanager Restoring Family Links (RFL) van het Rode Kruis betrokken bij de identificatie van de aangespoelde lichaamsdelen. ‘Het is een kerntaak van het Rode Kruis om te zoeken naar verloren familieleden. Contact met familie terugkrijgen is een basisrecht volgens de Verdragen van Genève over humanitair oorlogsrecht, waaruit het Rode Kruis in 1863 is ontstaan.’
DNA-materiaal en simkaart
Aan de hand van DNA-materiaal, een simkaart en contact met onderzoeksjournalisten kreeg de politie vermoedens dat het om twee Afghaanse mannen van 20 en 27 jaar ging, en wat hun namen waren. Daarmee kon Van Hoek haar collega’s in Afghanistan van het Internationale Rode Kruis (ICRC) inschakelen. ‘Dan vragen we of ze weten wie dit zijn. Zo niet, gaat het ICRC ter plekke met namen en foto’s op zoek naar mensen die ze wel zouden kunnen kennen.’
In Afghanistan bleken deze mannen bekend: hun familieleden hadden de RFL-afdeling van het ICRC al benaderd voor een zoektocht. Met DNA-materiaal van de familie konden de lichamen geïdentificeerd worden.
De politieke situatie van Afghanistan maakte dat lastiger. ‘Normaal gesproken kan DNA-materiaal in opdracht van een consulaat of ambassade worden afgenomen door een gespecialiseerde arts’, legt Van Hoek uit, ‘zodat je zeker weet dat het DNA niet van iemand anders komt. Maar in Afghanistan is die ambassade er niet.’
Goede contacten Rode Kruis
Toch was er weinig weerstand vanuit de vaak repressieve Afghaanse overheid, stelt Van Hoek. ‘Het Rode Kruis heeft in de loop der jaren zoveel goede contacten opgebouwd. Men vertrouwt ons, omdat we transparant en neutraal zijn.’ Ze noemt als voorbeeld de overdracht van gijzelaars in Gaza, waarbij het ICRC betrokken was. ‘Het zegt veel dat wij het vertrouwen kregen van zowel Hamas als Israël om dat in goede banen te leiden.’
Met een medisch transport kwam via Oezbekistan en Dubai het DNA-materiaal van de nabestaanden binnen bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Daar werd vorige maand een match met de gevonden personen op Texel aangetoond. ‘Onze collega’s in Afghanistan brengen dan de familie op de hoogte’, zegt Van Hoek. In dit geval was het ook mogelijk om te laten zien hoe er in Nederland afscheid is genomen. ‘In het beste geval vertellen we dat iemand nog leeft, maar dit is minstens zo belangrijk. Het gaat erom dat de familie weet wat er met hun geliefde is gebeurd.’
Voor Van Hoek is een zoektocht naar nabestaanden van overleden personen vrij uniek. Toch is ze erop beducht dat het vaker kan voorkomen. ‘Er maken veel vluchtelingen op bootjes een oversteek, ook op het Kanaal. Veel mensen kunnen dat niet navertellen.’
700 verzoeken per jaar
Normaal gesproken moet familie zelf aankloppen bij de RFL-afdeling van het Rode Kruis als ze iemand uit het oog is verloren door oorlog, migratie of natuurgeweld. Er komen jaarlijks zo’n 700 verzoeken voor contactherstel binnen bij het Nederlandse Rode Kruis, dat dan een zoektocht begint.
‘Soms kan het jaren duren, soms hebben we enorm snel beet.’ Van Hoek herinnert zich twee broers die samen gevlucht waren, maar elkaar kwijtraakten. ‘Die meldden zich afzonderlijk bij ons: ze zochten allebei hun broer. Dat zijn geweldige momenten.’ Wel wordt er eerst altijd geïnformeerd of iemand daadwerkelijk gevonden wíl worden. ‘Soms hebben mensen een goede reden om te verdwijnen, bijvoorbeeld vanwege hun geaardheid of eerwraak.’
Naar schatting van Van Hoek lukt het in 15 procent van de gevallen om familieleden weer met elkaar in contact te brengen. Die successen noemt ze ‘de kers op de taart’, maar ook de zoektocht alleen is al waardevol. ‘Iemand vertelde: voor mij is het al heel belangrijk dat jullie het net zo belangrijk vinden om mijn geliefde te vinden als ik.’
Lees ook
Geselecteerd door de redactie