Rijn bereikt laagste stand ooit bij Lobith gemeten: 6,47 m boven NAP
Het laagterecord sneuvelde om 8.10 uur in de ochtend, maar daarna steeg het peil bij Tolkamer (formeel is dit het meetpunt Lobith) weer een centimeter. ’s Middags zakte de waterstand opnieuw onder het oude recordniveau. Het nieuwe record van 6,47 meter NAP is de laagste meting sinds de registratie in 1901 begon. Het normale waterpeil bij Tolkamer is ongeveer 8,70 meter boven NAP.
Het Rijn-peil kan de komende dagen nog een paar centimeter extra zakken, maar de bodem is wel (letterlijk) bijna bereikt. Dat de rivier helemaal droogvalt is ondenkbaar, omdat de rivier desnoods wordt aangevuld met water uit meren en stuwen. Dat de Rijn zo laag staat komt door gebrek aan smeltwater en regen in het Zwitserse en Zuid-Duitse brongebied van de waterloop.
In de Eifel, bij het Duitse plaatsje Kaub, stond donderdag nog maar circa 1,50 meter water in de Rijn. Het record (uit 2018) van 25 centimeter zou vrijdag of zaterdag gebroken kunnen worden. Riviercruiseschepen die normaal gesproken vanuit Arnhem naar Duitsland varen, zoals de schepen van De Zonnebloem, moeten hun routes aanpassen. De Zonnebloem doet nu ‘rondjes IJsselmeer’ in plaats van een Rijnvaart in Duitsland.
Overleg
Op het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat kwam donderdag het Management Team Watertekorten (MTW) voor de derde keer bijeen voor overleg. Dat gremium bestaat uit vertegenwoordigers van drie ministeries (naast I&W zijn dat LVVN en EZK), Rijkswaterstaat, waterschappen, provincies en drinkwaterbedrijven. Het MTW vergadert sinds 16 juli wekelijks over de droogte en het watertekort.
Het overleg moet ervoor zorgen dat regio’s eventuele maatregelen zo goed mogelijk op elkaar afstemmen, opdat het beschikbare water optimaal benut wordt. Dit keer zag het MTW geen aanleiding voor nieuwe nationale of bovenregionale ingrepen. De drinkwatervoorziening wordt nog nergens in Nederland bedreigd.
Waterschappen en gemeenten kunnen wel lokale maatregelen nemen. Het waterschap Scheldestromen stelde donderdag een verbod in op het onttrekken van oppervlaktewater in de provincie Zeeland. In Oost- en Zuidoost-Nederland gelden al langer zulke onttrekkingsverboden.
Het verbod om water op te pompen uit sloten, rivieren en meren is slecht nieuws voor Zeeuwse akkerbouwers. Zij hebben door de droogte ook al veel last van verzilting, net als boeren in de andere kustprovincies. Door de geringe aanvoer van zoet water dringt zout zeewater steeds verder het binnenland in.
Minder geschut
Veel Nederlandse sluizen worden minder vaak geschut dan normaal om waterverlies zoveel mogelijk te beperken. Hoogheemraadschap Rijnland overweegt de sluis in Spaarndam te sluiten. In Rijnland (Noord-Holland-Zuid en Zuid-Holland-Noord) begint de situatie echt nijpend te worden.
Als de droogte nog weken aanhoudt – en daar lijkt het voorlopig wel op – moet het waterschap zeewater binnenlaten om de dijken te beschermen. Sterk verdroogde waterkeringen kunnen namelijk gaan scheuren. Het inlaten van zeewater zou echter desastreus uitpakken voor bollentelers en boomkwekers, wier gewassen slecht tegen zout bestand zijn.
Het waterschap Aa en Maas heeft een grondwaterpomp geïnstalleerd om de bijna drooggevallen beek Schijndelse Loop te bevoorraden. Die maatregel moet de zeldzame grote modderkruiper beschermen, een vis die in dat beekje voorkomt.
Waterschappen in heel Nederland waarschuwen voor blauwalg en botulisme in stilstaand oppervlaktewater. Zwemmers kunnen daar ziek van worden. Blauwalg tiert welig bij de huidige zomerwarmte. Op www.zwemwater.nl kunnen liefhebbers van zwemmen in de natuur zien waar het veilig is.
In een eerdere versie stond dat er bij het Duitse plaatsje Kaub slechts 29 centimeter water in de de rivier stond. Dat klopt niet, het was circa 1,50 meter. De waterpeilmeter gaf daar weliswaar 29 cm aan, maar dat is dus niet de werkelijke waterstand.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie